Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 08-02-2021 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Willem Diemer

Willem Diemer (Musselkanaal 31 maart 1922 - La Nucia 5 juli 1994) was leraar Nederlands in Enschede, neerlandicus, romancier, literatuurcriticus en uitgever.

Leven en werk
Diemer was een zoon van de wethouder van de toenmalige gemeente Onstwedde Willem Diemer (1891-1953).

Na zijn opleiding was hij werkzaam als leraar Nederlands in Enschede dat hij in 1972 om medische redenen verliet en wijdde zich aan de literatuur en cultuur, met name die van Groningen. Hij was sindsdien uitgever (Stabo/ All-Round) en antiquaar.

Diemer ijverde voor diverse Oost-Nederlandse projecten, waaronder een regionale omroep. Hij was aanvankelijk een uitgesproken tegenstander van de Nedersaksische gedachte, maar in de loop van de jaren vijftig wijzigde zijn standpunt en werd hij een pleitbezorger van een "Nedersaksische renaissance" en van de oprichting van een "Nedersaksische academie".

Onder het pseudoniem van Stoffer de Boer schreef hij in 1946, na een verzoek van Gijs Stappershoef, het hoorspel De badde is oaf.…; 'n veenkolonioale volkstroagedie. Het had een ongekend succes. Het verscheen onder eigen naam in boekvorm (1979). In een 'ter inleiding', gedateerd 1962, gaat de schrijver in op het ontstaan van het hoorspel en neemt hij afstand van de literaire waarde.

Met Simon van Wattum en Jan Niehoff was hij oprichter en redacteur van 't Swieniegellje, waarin hij kritiek leverde op Groninger teksten die niet aan de literaire normen voldeden. Ook elders, bijvoorbeeld in Dagwerk; proeve van een noord-oostnederlandse literatuurkritiek (1958), liet hij zich uitermate kritisch uit.

Daarnaast had hij een open oog voor het waardevolle in de Groninger literatuur. In zijn Calendarium Poeticum Groninganum (1970) besprak Diemer zeventig Groninger en Nederlandse gedichten (tien jaar eerder als radiopraatjes gepresenteerd bij Omroep Noord als 't Gedicht van de week); in Kennen ie joen aigen schrievers?

(1980) werden verhalen toegelicht, in Van en over ons Grunneger toneelschrievers en aandere kritieken (1983) toneelstukken. In 1984 publiceerde hij Eendracht & Twist, uit het archief van het letterkundig tijdschrift t Swieniegeltje (1954-1959), waarin hij onder meer een groot aantal (ingezonden) brieven publiceerde en van commentaar voorzag. Het boek riep een kritische reactie op vanwege Diemers felle en persoonlijke stellingname in vroegere controversen.

In de jaren zestig richtte hij Uitgeverij Stabo/Allround op, die vanaf 1985 verderging onder de naam Uitgeverij Servo.

Medewerker bij de RON(O) en medeoprichter van de Regionale Omroep Oost (Hengelo) en de bond van Saksische schrievers.

Hij schreef onder meer Mijn herinneringen aan Gerrit Achterberg, in 1985 verschenen (in een oplage van 1000 exemplaren).

Ook schreef hij Berlijnse brieven 1943: de geschiedenis van verzet in Groningen (Groningen, 1983) en Knoal, literair leven in Stadskanaal en Musselkanaal na 1945. Als uitgever gaf hij de biografie A. Marja, dichter en practical joker (1917-1964) van de hand van Wim Hazeu uit.

In Mijn herinneringen aan Gerrit Achterberg (1985) werden behalve beschouwingen en herinneringen ook briefwisselingen tussen Diemeren Achterberg opgenomen. Verder kunnen zijn vertaling van Dood en duivel van Karl
Wagenfeld (1962), het toneelstuk Het Woord van Kaj Munk, naar de Nederlandse uitgave van Johan Winkler en toegesneden op Groninger omstandigheden (1962), en een metrisch berijmde vertaling van Shakespeares De koopman van Venetië (1955), naar de Engelse grondtekst, genoemd worden. In 1983 publiceerde hij Na veertig jaar: Berlijnse brieven 1943: een kleine bijdrage tot de geschiedenis van het verzet in Groningen: een ego-document.


Pageviews vandaag: 5.