Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 25-08-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Willem Albert Scholten

Willem Albert Scholten (Loenen, 6 oktober 1819 - Groningen, 1 mei 1892) was grootindustrieel en grondlegger van de Nederlandse aardappelmeelindustrie.

Scholten begon in 1841 in de Groninger Veenkoloniën (W.A. Scholten's aardappel-meelfabrieken), maar hij richtte in de periode 1866-1890 ook aardappelmeel- en -derivatenfabrieken op in toenmalig Pruisen, Russisch Polen en Oostenrijk-Hongarije. Hij bezat in Nederland naast aardappelmeel en -derivatenfabrieken ook een suikerraffinaderij, een strokartonfabriek, een aardappelbranderij, een jeneverstokerij en een turfstrooiselfabriek.

Scholten had een groot aandeel in de oprichting der Nederlandsch-Amerikaansche Stoombootmaatschappij (later de Holland-Amerika-lijn). Van 1873 tot 1879 was hij hiervan commissaris.

Hij kocht in de periode 1873-1875 grote veengebieden op in Zuidoost-Drenthe. Ook was hij eigenaar van dertig boerderijen in de provincie Groningen.

Op maatschappelijk gebied was Scholten betrokken bij de oprichting van het W.A. Scholten Kinderziekenhuis (1889) in Groningen en gaf hij financiële steun aan o.a. de ambachtsschool. Hij trouwde in 1847 met Klaassien Sluis, ze kregen één zoon, Jan Evert.

W.A. Scholten Kinderziekenhuis
Werd gebouwd in 1890-91 als geschenk van W.A. Scholten aan de stad Groningen ter gelegenheid van zijn gouden jubileum als fabrikant en zijn zeventigste verjaardag. Het stond op de hoek van de Sint Jansstraat en de Singelstraat. Het gebouw is in 1945 tijdens de bevrijding in vlammen opgegaan. In 1941 werd een kinderafdeling op het terrein van het Academisch Ziekenhuis gebouwd. Sinds 1907 was een zuigelingenkeuken verbonden aan het kinderziekenhuis. Er werd voedsel verstrekt voor kinderen met een ziekte aan maag of darmen.

W.A. Scholtens aardappelmeelfabrieken

Opgericht in 1841 door W.A. Scholten. Het concern bestond uit zeven aardappelmeelfabrieken in de Groninger Veenkoloniën. Gedurende de periode 1866-1890 richtte Scholten ook tien aardappelmeel- en derivatenfabrieken op in toenmalig Pruisen, Russisch Polen en Oostenrijk-Hongarije. Door deze initiatieven kan het Scholtenconcern de eerste Nederlandse industriële multinational genoemd worden.
De meeste fabrieken produceerden ook aardappelmeelderivaten, zoals sago, stroop en dextrine. Ondanks de oprichting van vele nieuwe aardappelmeelfabrieken was Scholten tot na WO-II de grootste aardappelmeel- en derivatenproducent in Nederland.

Aardappelmeelfabriek Motké in Zuidbroek

1859, Willem Albert Scholten wil weer uitbreiden. In eerste instantie doet hij dit door in Zuidbroek, waar het oude en het nieuwe Winschoterdiep bij elkaar komen, een fabriek neer te zetten waar hij bietsuiker wil gaan produceren. De Motké fabriek is een bijzonder stukje industriële architectuur in Art Nouveau stijl met een mooie directeurswoning bij de ingang van de toegangspoort naar het fabriekscomplex.
W.A. Scholten noemde de fabriek uit Zuidbroek naar zijn vriend Pieter Hubertus Balthasar Motké, die als inspecteur Generaal van Financiën in Batavia stierf. Motké die in 1826 ter wereld kwam in Thorn, Limburg, maakt succesvol carrière bij de belastingdienst en leert in Groningen W.A. Scholten kennen. De twee mannen werken succesvol samen. Uiteindelijk vertrekt Motké weer uit Groningen, maar de vriendschap blijft. In 1871 wordt Motké naar Nederlands-Indië gestuurd, waar hij ziek wordt en het jaar daarna overlijdt op 46-jarige leeftijd. Scholten is zijn vriend niet vergeten en zorgt ervoor dat er in Motké's geboorteplaats een monument ter ere van hem wordt onthuld en schenkt een portret van hem aan het Ministerie van Financiën. In 1857 noemt hij z'n nieuwe fabriek naar z'n overleden vriend. - (historischarchief.midden-groningen.nl)

Tot de dood van oprichter W.A. Scholten in 1892 was het bedrijf een firma. In 1892 nam Jan Evert Scholten, de zoon van W.A. de leiding van het bedrijf over. Rond de eeuwwisseling laaide de strijd op tussen de speculatieve aardappelmeelfabrieken en de boeren over de wijze van inkoop van aardappelen. Het stellen van uniforme inkoopprijzen door de fabrikanten leidde tot de oprichting van coöperatieve aardappelmeelfabrieken. In de strijd tegen de coöperaties werden in 1909 de aardappelmeelfabrieken van Scholten omgezet in de Coöperatieve Vereeniging W.A. Scholten aardappelmeelfabrieken. Het bedrijf was half-coöperatief, half speculatief. In 1909 werd de Vereeniging omgezet in de N.V. W.A. Scholten's aardappelmeelfabrieken. De strijd tussen de speculatieven en coöperatieven werd na WO-I beslist in het voordeel van de coöperatieven. De speculatieve fabrieken richtten zich in toenemende mate op de productie van derivaten.
In 1920 richtte Scholten in samenwerking met de Duitse firma Sichel, Scholten's Chemische fabrieken op. De productie van zwelstijfsels uit aardappelmeel zou na de strijd met de coöperatieven de redding betekenen van het Scholtenconcern. Vanaf 1900 trok Jan Evert zich steeds meer uit de zaken terug. Hij fungeerde tot zijn dood in 1918 als president-commissaris. De leiding van het gehele Scholtenconcern kwam in handen van zijn zoon Willem Albert II en schoonzoon H.E. Oving, die in 1930 resp. president-commissaris en commissaris werden. In 1930 kwam een fusie met N.V. Meihuizen Boon's fabrieken tot stand. Na de dood van Willem Albert Il in 1932 ontpopte Oving zich als de nieuwe leider. Tot aan zijn dood in 1939 woedde een strijd binnen de families Scholten en Oving, die werd beslecht ten gunste van de laatste. De dagelijkse leiding van de bedrijven was toen al lang in handen van directeuren, die geen familie waren. Tijdens een fusiegolf in de aardappelmeelindustrie nam het Scholtenconcern De Baanbreker (1957), OJ.M. Dextrinefabriek (1959), de Nationale Zetmeelindustrie (1959) en K.&J. Wilkens N.V. (1962) over. In 1965 fuseerde het Scholtenconcern met Honig uit Koog aan de Zaan. Gedurende de jaren '70 raakte de Koninklijke Scholten Honig (KSH) in zware financiële moeilijkheden en ging failliet. De aardappelzetmeelpoot werd in 1978 verkocht aan de coöperatieve aartsrivaal AVEBE.




Eerste pageview van vandaag: 1