kunstbusgroningen

Lexicon Kunstbus Groningen

Dit artikel is 05-02-2022 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Van Iddekinge

Van Iddekinge (ook: Hooft van Iddekinge) is een Nederlandse familie waarvan een lid in 1816, een ander in 1817 in de Nederlandse adel werd verheven; de niet-adellijke tak Hooft van Iddekinge werd opgenomen in het Nederland's Patriciaat.

De stamvader is Luytjen Iddekinge, wonend in het Roode Lam te Groningen, vermeld in 1610 en 1618. Zijn nakomelingen waren bestuurders in deze stad. Een tak van deze familie heet Hooft van Iddekinge. Tot de familie behoort ook de boerenfamilie Van Iddekinge in de provincie Groningen.

Tobias Iddekinge (1590-1663), onder andere raad en burgemeester van Groningen
• Rembt Iddekinge (1636-1719), onder andere raad en burgemeester van Groningen en bewindhebber West-Indische Compagnie (WIC)
Pieter Rembt van Iddekinge (1683-1758), onder andere raad en burgemeester van Groningen en bewindhebber WIC en Tobias Jan van Iddekinge (1689-1759), onder andere raad en burgemeester van Groningen
Antony Adriaan van Iddekinge (1711-1789), onder andere raad en burgemeester van Groningen, bewindhebber WIC en directeur van de Sociëteit van Suriname 1779-1789

Twee leden van de familie gingen met hun wettige afstammelingen in mannelijke lijn in 1816 en 1817 door verheffing behoren tot de adel van het koninkrijk der Nederlanden met het predicaat van jonkheer en jonkvrouw.
• In 1816 werd Mr. Tjaerd Anthony van Iddekinge (1756-1837) verheven. Zijn tak is uitgestorven in 1895.
• In 1817 werd diens neef (zoon van zijn oom) Mr. Jean François van Iddekinge (1765-1848) verheven. Zijn tak is in Nederland uitgestorven in 1992, maar bloeit voort in Zuid-Afrika.


De oorsprong van de familie Van Iddekinge ligt in het landschap Drenthe. Rond het dorp Borger bezat de familie verschillende landerijen en huizen. Mogelijk als gevolg van de strijd (beter bekend onder de naam Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) of De Opstand) tussen de troepen van de Spaanse vorst Filips II en die van de Staten-Generaal onder leiding van Willem van Oranje verhuisde de omstreeks 1553 geboren Luytjen van Iddekinge naar de stad Groningen. Hier trad hij in het huwelijk met Hendrina Hiddingh.

In 1582 werd hun zoon Tobias geboren, volgens de familieoverlevering in het Oostfriese Norden. Het is deze Tobias, die met recht als de Groninger stamvader van de familie Van Iddekinge kan worden beschouwd. Vanaf zijn huwelijk in 1610 te Groningen met de in Wijk bij Duurstede geboren Judith Dutreux tot zijn dood in 1663 vervulde Tobias talrijke belangrijke bestuurlijke posten in de stad en provincie Groningen.

Tot het begin van de 19e eeuw zouden nazaten van Tobias op dit gebied in de voetsporen van de Groninger stamvader treden, met als hoogtepunt de tweede helft van de 18e eeuw. Gedurende ongeveer vier decennia bepaalden leden van de familie toen in grote mate het wel en wee van de stad Groningen. Dat de Van Iddekinges al snel doordrongen tot de bestuurlijke elite van Groningen, is ook goed af te lezen aan de keuze van huwelijkspartners. De Van Iddekinges waren via huwelijksbanden verbonden met belangrijke Groninger families, zoals onder andere de families Alberda, Polman Gruis, Sichterman, Sickinghe, Van Swinderen, Lewe, Modderman, Wichers en Laman.

Naast de tak van Iddekinge ontstond in 1800 ook een tak Hooft van Iddekinge. Scato Francois van Iddekinge (1755-1829) was getrouwd met Catharina Graafland (1765-1805), dochter van Joan Graafland en Hester Hooft. Hun in 1800 te Kleinemeer (Hoogezand) geboren zoon Johan Hendrik voegde de familienaam van zijn grootmoeder toe aan de familienaam van zijn vader. Deze tak zou verder de naam Hooft van Iddekinge voeren.










Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.