Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 04-11-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Van Bolhuis

Groep van families in de 17de en 18de eeuw, afstammend van de kroniekschrijver Abel Eppens, bestaande uit een
aantal takken in de Ommelanden en in de stad Groningen en omgeving. Predikanten, juristen, bierbrouwers, boeren.

Een deel van de stad-Groninger tak van de familie Van Bolhuizen gaat terug op Eppens' dochter Etta
(Ettien) Abels en Lambertus Henrici(des), predikant te Wittewierum (gest. 1638), doordat een zoon Abel die naam aannam. De andere kinderen uit dit huwelijk noemden zich Werumeus, vanwaar het gelijknamige Groninger regentengeslacht zijn oorsprong herleidt. Bij de Van Bolhuizen treedt de Warffumer familietak het meest op de voorgrond. Deze stamt af van Abel Eppens' zoon Eppo Abels en raakt in de 18de eeuw door huwelijk met het Groninger stadspatriciaat verwant. Genoemd dienen hier te worden:

Abel Eppo van Bolhuis

Abel Eppo van Bolhuis (Warffum, gedoopt 3 september 1676 - aldaar, 26 juni 1739) , advocaat, rechter en regent. Rredger te Warffum en in andere Noord-Groninger rechtstoelen, secretaris en advocaat-fiscaal van het Winsumer en Schaphalster Zijlvest. Eigenaar van het (halve) eiland Rottumeroog, dat hij in 1706 aan de ler Clancarty verkocht.
Van Bolhuis werd in 1676 geboren als zoon van de rechter mr. Michiel van Bolhuis (1644-1704) en Sibrigien Lamberts (1655-1678). Van Bolhuis was aanvankelijk rechter te Warffum. Later werd hij secretaris en advocaat-fiscaal van het Winsumer- en Schaphalsterzijlvest. Nadien vervulde hij de functies van dijkrechter, rechter in andere jurisdicties (totaal was hij rechter in veertien jurisdicties) en vicesecretaris voor de arbiters uit de Ommelanden.
Van Bolhuis was een vermogend en vooraanstaand man. Naast het bekleden van functies in de rechterlijke macht en besturen was hij tevens cultureel actief. Hij bezat een grote bibliotheek en schilderijcollectie. In 1706 verkocht hij het eiland Rottumeroog, dat indertijd door zijn vader samen met Louis Trip (1654-1698) was gekocht, aan de edelman Donough MacCarthy (1668-1734), graaf van Clancarty. "Hij" - Van Bolhuis - "speelde als administrateur een belangrijke rol in de afhandeling van de omvangrijke nalatenschap van Hendrik Ferdinand van In- en Kniphuisen, heer van Ulrum en van Hindrik Ferdinand baron Van In- en Kniphuizen, heer van Ulrum en Jan Carel Ferdinand baron Van In- en Kniphuizen, heer van Nienoord".[1]
Van Bolhuis trouwde te Groningen op 16 september 1705 met Stijntje Cnols (1677-1747). Uit dit huwelijk werden drie kinderen geboren, waarvan twee jong stierven. Het volwassen geworden kind is Michiel van Bolhuis (1713-1764). Van Bolhuis overleed in zijn geboorteplaats in 1739.
Het openluchtmuseum 'Het Hoogeland' in Warffum bezit een portret, waarvan verondersteld wordt dat het Abel Eppo van Bolhuis is.

Michiel van Bolhuis

Michiel van Bolhuis (Groningen, 22 december 1713 - Warffum, 3 april 1764), zoon van vorige. Jurist, taalman van de Gezworen Gemeente in Groningen. Bekend kunstverzamelaar. Van hem en zijn vader Abel Eppo zijn in handschrift verslagen van reizen door de Nederlanden en Duitsland bewaard gebleven.
Van Bolhuis werd in 1713 geboren als een zoon van Abel Eppo van Bolhuis (1676-1739) en Stijntje Cnols (1677-1747). Hij studeerde rechten aan de Hogeschool van Groningen. Van Bolhuis was advocaat en lid van de Gezworen gemeente van Groningen. Hij woonde zowel in de stad Groningen als in het Noord-Groningse Warffum. Ook was Van Bolhuis rechter te Ellerhuizen.
Van Bolhuis bezat een uitgebreide en gevarieerde bibliotheek met 3.000 boeken. Hij bezat schilderijen en tekeningen van Brueghel, Ruysdael, Rubens en Rembrandt van Rijn. Eveneens had hij een grote verzameling van muziekinstrumenten en muziekboeken.
Van Bolhuis trouwde te Groningen op 24 december 1738 met Alagonda Beckeringh, zus van Theodorus Beckeringh. Uit hun huwelijk werden vijf kinderen geboren, waaronder Lambertus van Bolhuis en Jan van Bolhuis. Van Bolhuis en zijn echtgenote werden respectievelijk in 1739 geportretteerd door Johannes Antiquus.
Van Michiel van Bolhuis is in de Groninger Archieven een boekje met bladmuziek bewaard gebleven. Het blad draagt het jaartal 1739. De verzameling omvat 100 marsen en een aantal aria's, tweehonderd menuetten, en tientallen andere dansen zoals gigues, gavottes, bourrées. Het betreft korte dansen van vaak zestien tot hoogstens veertig maten muziek. Dergelijke korte partituren zijn geschikt om op een dansavond door een orkestje of door amateurs te laten spelen.
Onder de opgenomen werken vindt men:
- Een menuet met daarbij de naam van Locatelli
- Tien menuetten voor "de heer Sighers Ther Borch
- Menuet opgedragen aan Prinses Carolina
- Menuet opgedragen aan Lady Gasus
In het boekje wordt ook een Guernini genoemd. Waarschijnlijk de Italiaan Francesco Guernini die als violist en componist voor de Prins van Oranje werkte en ook in Groningen optrad.
Het boek is later door Michiel's zoon Jan van Bolhuis aangevuld met in 1773 gedateerde dansmuziek.
Delen uit het muziekboek van Michel van Bolhuis werden in 2013 opgevoerd in de Groninger Archieven.

Lambertus van Bolhuis

Lambertus van Bolhuis (1741-1826), zoon van vorige. Predikant in Marsum, Noorddijk, Oostwold (Old), Leeuwarden en tenslotte in zijn geboortestad Groningen. Door Heeroma 'een verlicht en ruimdenkend pastor' genoemd, die eerder dan Van Halsema of Westendorp 'aanspraak kon maken op de qualificatie van Groninger dialectoloog'. Van

Bolhuis stelde in 1783 een beperkte lijst Groninger woorden op (van een kleine vijftig stuks, door Heeroma gepubliceerd) ten behoeve van het algemene woordenboek dat de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde van plan was te gaan maken. Daarnaast wegbereider van de studie van (de welsprekendheid van) het Nederlands in
Groningen, door J. Ruardi en B.H. Lulofs aansluitend via een officiële taakopdracht verder ontwikkeld.

Van grote betekenis was Van Bolhuis' uitgave van de Nederlandse schoolgrammatica van Klaas Stijl Gzn., organist en schoolmeester te Midwolda, met wie hij contact had uit hoofde van zijn predikantschap van het naburige Oostwold. Stijls Beknopte aanleiding tot de kennis der Spelling, Spraakdeelen, en Zinteekenen van de Nederduitsche Taal; ten dienste van Mingevorderden, naar den nieuweren smaak, ter Uitgave opgesteld, is door Van Bolhuis van aantekeningen en een voorwoord voorzien, toen de auteur voor de verschijning van zijn werk kwam te overlijden (1774). Het verscheen in 1776 en werd later enige malen herdrukt. Het vestigde de naam van Van Bolhuis als taalkundige.


Pageviews vandaag: 10.