Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 30-08-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Uiterburen

1. Uiterburen (Gronings: Uterboeren) is een buurtschap en streek tussen Zuidbroek en Noordbroek aan de weg Uiterburen in de gemeente Midden-Groningen. Uiterburen wordt gerekend tot Zuidbroek, maar wordt daarvan gescheiden door de A7. De naam is samengesteld uit uiter = buitenwaarts en buren = woningen/woonplaats.

2. Er is ook nog het gehucht Uiterburen in de voormalige gemeente Slochteren ten noordwesten van Schildwolde aan de Uiterburenweg, gekruist door de Uiterburensloot met de Uiterbuurstermolensloot.

Uiterburen ligt ten zuiden en in het verlengde van Noordbroek. Aan dezelfde hoofdweg, die zijn slingerend karakter hier voortzet, bevindt zich eveneens een bebouwing waar de dicht aan de weg gelegen stroken woningen worden afgewisseld door terugliggende boerderijen.

Rond 1850 is Uiterburen niet zo dicht bebouwd als Noordbroek. Tussen de huizen en de boerderijen heeft men direkt kontakt met het landschap. In het noordoosten liggen een paar korte lanen met landarbeiderswoningen.

In het zuiden, aan de westkant en nabij de kruising met de Heiligelaan van Zuidbroek ligt de zogenaamde Drostenburg, de voormalige woonplaats van de landdrost die dit gebied vroeger bestuurde. Hiervan is nu alleen één gebouw, een woonhuis, overgebleven (invent.nr.221).

In 1940 is er weinig ten opzichte van de situatie in 1850 veranderd. De stroken woningen hebben zich in de jaren twintig en dertig uitgebreid en er zijn enkele nieuwe boerderijen bij gekomen. Ten noorden van de inmiddels verdwenen Drostenburg ligt nu de onverharde Drostenlaan naar Het Veen, waaraan een zuivelfabriek ligt.

Het huidige Uiterburen heeft weinig veranderingen ondergaan.

Geschiedenis Uiterburen-Zuidbroek
De oudste sporen van bewoning in Uiterburen dateren uit de late Bronstijd (ca. 800 v. Chr.). Bij zandwinning ten behoeve van de aanleg van de Noord-Oost Lokaalspoorweg werden omstreeks 1910 ter hoogte van de Klingenweg resten van een urnenveld gevonden. Later was het gebied weer onbewoond.

Op oudere kaarten wordt het gebied van Uiterburen ook vaak aangeduid als Gockinga naar het gelijknamige hoofdelingengeslacht. In 1955 werd hier archeologisch onderzoek verricht nadat bij de bouw van een schuur fundamenten van kloostersteen werden aangetroffen. De omvang van de fundamenten doen vermoeden dat het hier de resten van een versterkte, 15de-eeuws - mogelijk omgracht - steenhuis gaat.

De naam Uiterburen is niet oorspronkelijk. Hij is ontstaan toen een groot deel van de bewoning opschoof naar het huidige Zuidbroek, dat ook als Bovenburen bekend stond.

De oorsprong van Uiterburen ligt mogelijk verder oostelijk in het dal van de voormalige rivier Munter Ae. Net over de grens met Scheemda bevond zich nog in de 17e en 18e eeuw een gebiedje dat als Uterberta, Uterbeerta of Uiterboeren werd aangeduid. Een deel daarvan - met een woning aan de Oudedijksterweg - was sinds 1588 eigendom van de stad Groningen.
Drostenborg
Aan de Uiterburen hebben minstens twee middeleeuwse steenhuizen gestaan. Eén daarvan was de Drostenborg, waar tot in de Franse tijd de drost of ambtman van het Wold-Oldambt zetelde. De andere, die ten onrechte aan de familie Gockinga wordt toegeschreven, bevond zich bij Uiterburen 39.

Uiterburen ligt op een langgerekte keileemrug die begint in Noordbroek en met onderbrekingen doorloopt tot voorbij de driesprong bij de Heiligelaan. Vlak bij deze driesprong was ook de dorpsmolen van Zuidbroek te vinden, die in 1498 voor het eerst wordt vermeld. Omstreeks 1980 werd hier een laatmiddeleeuwse begraafplaats blootgelegd; kaarten uit de zeventiende eeuw vermelden hier een oud kerkhof. Volgens een zestiende-eeuwse overlevering stond hier een voorganger van het huidige kerkgebouw in Zuidbroek, die in 1270 zou zijn verplaatst. Mogelijk bevond zich hier echter een kapel. Vanaf het begin van de 17e eeuw tot 1880 had Uiterburen tevens een eigen school (achter Uiterburen 82).

In 1874 landden enige luchtreizigers, waaronder Godard en Verschuur, met hun ballen te Uiterburen. Zij overnachten bij de landbouwer E. Botjes.

Naast de Drostenborg stond aan de Drostenlaan vanaf 1885 de eerste coöperatieve zuivelfabriek van Groningen, De Noord- en Zuidbroekster Stoomzuivelfabriek. Deze fabriek, die met Warga strijdt om de titel van 'eerste coöperatieve zuivelfabriek van Nederland' werd in 1948 gesloten. Sinds 1999 is hier Zijlstra's Carrosseriefabriek BV Tezet gevestigd geweest.

Tussen 1910 en 1934 lag bij Uiterburen een stopplaats aan de spoorlijn Zuidbroek - Delfzijl, te weten stopplaats Zuidbroek dorp.

Tolboom te Uiterburen

Te Uiterburen stond ook een tolboom. Rond 1900 was Berend Wolthof er de tolwachter. Op de tolboom stond nr. 3. Dat betekent dat dit de derde tol is op de provinciale weg vanaf Groningen. Het tarief had hij aangeplakt op het bord dat aan het tolhuis zit: voor een paard, koe of ezel vijf cent, een veulen of kalf twee cent, een schaap of varken een cent; op vier wielen twee cent. Voor ieder paard aangespannen voor een diligence of postwagen ingericht voor niet meer dan vier personen, zeven en een halve cent; ingericht voor meer dan tien personen tien cent. De boeren in Uiterburen zijn vrij van tol.
Om geen ongelukken te krijgen, hing er bij donkere avonden en nachten een lichtgevende lantaarn aan de tolboom. Deze tol is, evenals de andere provinciale tollen, plm. 1908 afgeschaft.
Aan het eind van de tegenwoordige Torenstraat stond een wringhek of draaihek om te voorkomen dat de mensen langs de Nieuweweg en Drostenlaan gingen en zo de tol in Uiterburen ontliepen.

Uiterburen is ook een voormalig waterschap ter weerszijden van Uiterburen. De noordgrens lag bij de Drostenlaan, de oostgrens 700 m oostelijk van de weg Uiterburen, de zuidgrens lag 150 m zuidelijk van de A7 en de westgrens lag 1,3 km westelijk van de Nieuweweg. Het gebied waterde af via een afsluitbare duiker onder de Heiligelaan en een onder de Galgenweg. Tegenwoordig wordt het gebied beheerd door het waterschap Hunze en Aa's.

Molens Uiterburen

In 1628 stonden er in Uiterburen drie molens. De middelste moest in verband met de belastingheffing verdwijnen, en de noorder- en de zuider- mochten blijven bestaan. Waar de noorder- en de middelste molens hebben gestaan is niet meer na te gaan. Van de zuidermolen is het volgende bekend: Het was een standerdmolen, hij stond op de molenberg te Uiterburen bij het huis dat nu nog bestaat en genummerd is Heiligelaan 38. op 24 juli 1828 werd deze molen met een huisje op de molenberg verkocht door Fokke Foppes Mulder aan Boele Hindriks Bieks. De molen brandde af in de nacht van 13 op 14 april 1838.
De bakkers van Zuidbroek, molenaar Briek en het gemeentebestuur hebben toen een regeling getroffen met de molenaar L.P. Mulder te Muntendam, dat die voorlopig het nodige graan zou malen. In hetzelfde jaar werd nog een nieuwe molen gebouwd. Dat was een achtkante bovenkruier met stelling, gedekt met riet, op stenen onderstuk. De molen werd gebruikt als pel- en korenmolen en had een vlucht van tweeënzeventig voet.
Door een defect aan de koningspil is de boel warm gelopen en brandde de molen in 1884 af, in de avond van de 18e april.


Pageviews vandaag: 4.