Lexicon Kunstbus Groningen

Dit artikel is 19-12-2021 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Titia de Haas-Okken

Titia Klazina Elisabeth (K.E.) de Haas-Okken (Solwerd 1853 - Zwolle 1928) was de dochter van de predikant U.P. Okken. Zij trouwde in 1873 met dominee De Haas in Kuinre. Ze is bekend als de schrijfster van Groninger schetsen in het Damster dialect. Geert Teis Pzn. bewonderde haar en publiceerde haar verhalen regelmatig in het Maandblad Groningen, waarvan hij van 1917 tot 1924 de eerste hoofdredacteur was.

Titia K. E. de Haas-Okken doorliep de Franse school te Appingedam. Haar schrijverscarrière begon in 1902 toen ze langdurig bedlegerig werd. Hoewel ze sinds haar huwelijk in 1873 niet meer in de provincie Groningen woonde schreef ze in het dialect van Appingedam. Verhalen over gewone mensen uit haar geboortestreek in de tweede helft van de 19e eeuw.

Door velen werden haar sentimentele en ontroerende verhalen geïdentificeerd met haar persoonlijk leed. Niet alleen zijn al haar verhalen op het ziekbed geschreven, waar ze bijna ondraaglijke pijn leed, ook stierf een dochtertje op jonge leeftijd.

In Geschiedenis van de Groninger Literatuur zegt P. J. van Leeuwen over haar: 'De ervaringen uit de eerste twintig jaar van haar leven, het ouderlijk huis, het ambt van haar vader, het geestelijk en godsdienstig verkeer thuis en in de gemeente, het verkeer met de mensen - vooral met de eenvoudigen en armen van geest - uit haar omgeving, dit alles heeft blijvend zijn stempel gedrukt op al haar werk (…) Wat haar vóór alles bezighoudt is de mens, de gewone, alledaagse mens in zijn kleine vreugden en zorgen, in zijn lijden en eenzaamheid, in zijn geloofsstrijd en geloofskracht. Met grote gevoeligheid, die af en toe overgaat in het sentimentele.' In haar werk zag Van Leeuwen 'een eigenaardige mengeling van romantiek en realisme, die inherent is aan de Groninger volksaard.'

Haar verhalen verschenen in tijdschriften en dagbladen, o.a. de Appingedammer Courant en Maandblad Groningen. Tot haar dood in 1928 publiceerde De Haas-Okken negen verhalenbundels. De bekenste zijn: Olle Vrunden in Grönneger Laand (1905), In Hörn van Heerd (1906), Oabeltje Omswinder (1908) en In Tweidonkern(1921). In 1959 en 1978 verschenen nog eens twee bundels met verhalen: Damster volksleven en Uit het Groninger volksleven.

De thematiek van haar werk is kenmerkend voor de dialectliteratuur uit de jaren '20 en '30. Trots, geldzucht, schraperigheid, ijdelheid, pronkzucht en sentiment spelen een belangrijke rol in haar verhalen over vaak heel gewone mensen uit Appingedam en omgeving in de tweede helft van de 19de eeuw. De ervaringen uit haar jeugd, het ouderlijk huis, het ambt van haar vader, het godsdienstig leven thuis en de omgang met de 'eenvoudigen en armen van geest' inspireerden haar.

Titia de Haas-Okken stierf op 29 januari 1928 in Zwolle waar ze de laatste jaren had gewoond bij haar zoon, dominee Horreus de Haas. In 1953 werd ter herinnering aan haar een gedenksteen in de muur van de kerk in Solwerd onthuld.

Websites:
www.dbnl.org

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.


Er is nog niet op dit artikel gereageerd.

Pageviews vandaag: 9.