Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 17-09-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Teschuath Jisraël

Afscheiding van de Joodse Gemeente Groningen. In 1848 kwam het tot een scheuring in de joodse gemeenschap door verschil van inzicht over door te voeren vernieuwingen van het kerkbestuur. Dit leidde uiteindelijk tot de oprichting van een ultra-orthodoxe gemeente onder de naam Teschuath Jisraël (Redding van Israël) die in 1856 een eigen synagoge in gebruik nam aan het Zuiderdiep 49.

Halverwege de 19de eeuw kende Groningen een gevarieerd joods leven. Het streven naar gelijkheid en aanpassing had zijn weerslag op de joodse traditie. Joodse Groningers waren Nederlandse staatsburgers en namen deel aan openbaar onderwijs. De joodse gemeente heette Nederlands Israëlietisch Kerkgenootschap en had alleen religieuze taken.

Na de Bataafs-Franse tijd en de reorganisatie door koning Willem I traden grote veranderingen op in de joodse gemeenschap. Groningen kende toen al een hoofdsynagoge (synagoge) aan de Folkingestraat. Daar fungeerde van 1824 tot 1848 Salomo Joseph Rosenbach als opperrabbijn. Na zijn dood brak er strijd uit over de invoering van koorzang. Een veertigtal gemeenteleden voelde zich tekortgedaan en scheidde zich af. Onder leiding van de bevlogen leraar Joseph Samuel van Ronkel (1794-1877) werd in 1852 bij koninklijke goedkeuring een nieuwe joodse gemeente erkend. Deze kreeg de naam Teschuath Jisraël ('Redding van Israël').

In 1853 raakten Van Ronkel en de zijnen in conflict met de oude gemeente over het gebruik van de joodse begraafplaats buiten de Boteringepoort. Burgemeester Van Imhoff besloot tot een verdeling van de begraafplaats, waarbij de graven van leden uit beide gemeenten door een voetpad werden gescheiden.

De nieuwe gemeente kreeg in 1856 de beschikking over een gebouw aan het Zuiderdiep. In juni van dat jaar werd de neie sjoel ingewijd en toonde Van Ronkel zich in zijn rede een groot voorstander van de handhaving van joodse waarden. In de joodse opvoeding hoorden naar zijn zeggen vakken thuis als Hebreeuws, Tora en Talmoed. Daarom richtte hij met enkele anderen een nieuw genootschap op voor joodse studie dat in 1870 opging in de vereniging Ets Chaim ('Boom des Levens') met als secretaris zijn zoon Joseph van Ronkel (1824-1903).

De gemeente maakte een goede start, maar in 1881 leidde Teschuath Jisraël een kwijnend bestaan en kon samenvoeging met de hoofdsynagoge niet uitblijven. Niets leek meer te herinneren aan de joodse afscheiding in
Groningen totdat op 23 maart 1906 het huidige gebouw aan de Folkingestraat werd ingewijd. Na het grote feest kwam een dag later een kleine groep oud-leden van Teschuath Jisraël bij elkaar. Zij hadden de inwijding met de
nodige scepsis ondergaan. Daarna hoort men niets meer over hen.


Pageviews vandaag: 3.