Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 31-08-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Stootshorn

Stootshorn, op zijn Gronings Stootshörn, vroeger ook wel Noordbroeksterveen genoemd, is een buurtschap ten westen van Noordbroek even boven Sappemeer. Vanuit Stootshorn loopt ook de Stootshornweg naar Slochteren.



Tot Stootshorn behoren tevens de voormalige buurtschapjes Veenhuizen en Westfalen.

Stootshorn viel kerkelijk onder Noordbroek, maar vormde sinds 1660 een afzonderlijk kerspel met Noordbroeksterhamrik en Korengarst.

In de middeleeuwen Stodhorne, afkomstig van de mansnaam Stote/Stota en horn = hoek.

Waterschap Stootshorn

• Ook hoorde het naar Stootshorn genoemde voormalige waterschap Stootshorn (1885 tot 1917) bij Stootshorn. Deze polder lag ten westen van Noordbroek met de noordgrens bij het Siepkanaal (gemeentegrens met Slochteren), de oostgrens bij de Slochterweg, de Veenweg en de Dwangsweg, de zuidgrens bij de Zandweg en de westgrens weer langs het Siepkanaal. Een deel van de polder lag in het kanaalwaterschap Siepkanaal.

Watermolen Overwonnen

Deze molen van het typr grondzeiler stond onder Stootshorn, 750 m ten Westen van het dorp Noordbroek, noordwest van de Veentjermolen
, vlak bij het kruispunt Slochterweg-Veenweg en sloeg uit op sloot die uitkomt op de Veenwatering. Het was een achtkante bovenkruier op veldmuren met een vlucht van zo'n 20m. De roeden hadden beide zelfzwichting. Hiermee werd een vijzel van 1,20m aangedreven. Hij is in 1886 gebouwd voor de Westfaler polder. Later is hij een meter omhoog gebracht. Dit is zijn ondergang geworden; in de nacht van 30 op 31 juli 1939 waaide hij om. De as werd overgebracht naar de molen Noordstar. Mulders zijn hier geweest: R. Brondijk en A. Brondijk. Sinds 1916 is als hulpkracht een Brons ruwoliemotor in apart gebouwtje bijgeplaatst.

In 1917 is deze polder gecombineerd met de polder Veenhuizen tot de polder Stootshorn-Veenhuizen.

• Stootshorn-Veenhuizen is een voormalig waterschap ontstaan als een fusie van Stootshorn en Veenhuizen en lag zo'n 3 km ten westen van Noordbroek. Het lag tussen de Sappemeersterweg (in het oosten) en de gemeentegrens Menterwolde-Slochteren (in het westen) in. In 1966 werden nog enkele tot dan toe onbemalen gronden aan het schap toegevoegd. Het gebied wordt tegenwoordig beheerd door het waterschap Hunze en Aa's.

Geschiedenis

Stootshorn is ontstaan aan de Oudeweg van de kerk van Slochteren naar Uiterburen, die in 1457 werd opgenomen in de route van Groningen naar het Duitse achterland. Bij Stootshorn kruiste deze weg het veenriviertje de Sijpe of Sijpe Aa. Deze liep van het Sappemeer naar de Munter Ae. Niet ver van de oversteekplaats werd een steenhuis gebouwd (Veenweg 1). De boerderij die hier later stond, werd in 1845 verplaatst naar de Slochterweg, waarna de grachten werden gedempt. Deze boerderij kreeg omstreeks 1960 de naam 'Huize Stootshorn'.

De naam Stootshorn zou van de mansnaam Stote komen, met de uitgang -horn (= 'hoek') en zou duiden op een scherpe bocht in de Sijpe Aa. Al in 1319 was sprake van enkele grazen land in Stodhorne; het is echter twijfelachtig of daarmee Stootshorn wordt bedoeld. Het toponiem Stoetzhorne wordt pas in 1590 vermeld. Enkele jaren daarvoor was een nieuw kanaal gegraven vanaf de Slochter Ae naar het Oldambt, dat de Sijpe bij Stootshorn doorkruiste. Hier werd een schutsluis aangelegd. Dit nije verlaet buten den Veendijck tho Noortbroeck wordt in 1587 voor het eerst vermeld. Bij de sluis bevond zich een herberg. Het is niet uitgesloten dat de naam Stootshorn met dit kanaal te maken heeft. Het kanaal raakte al snel weer in verval. In de 19e eeuw werd de Sijpe gekanaliseerd tot de Bergswijk en het Siepkanaal.

Doordat de Staatsgezinden in het voorjaar van 1580 de haven van Delfzijl in bezit hadden genomen, was er geen verbinding meer tussen de koningsgezinde stad Groningen en het oostelijke deel van het gewest. Ook de vaarroute naar Oost-Friesland en Westfalen was hierdoor afgesneden. Er werd een plan gemaakt voor een alternatieve vaarweg over Stootshorn. Delfzijl viel in de zomer van hetzelfde jaar weer in handen van de koningsgezinden (en Groningers), zodat het plan niet hoefde te worden uitgevoerd. Dat werd anders toen de rebellen in het najaar van 1583 een basis vestigden in Oterdum. Van daaruit controleerden zij het scheepvaartverkeer over de Dollard en de Eems. De Groningers haalden hun plan voor een kanaal via Stootshorn uit de kast en wisten het, met steun van de regering te Brussel, ook te realiseren. Hoe langer de oorlog duurde, des te penibeler werd de situatie voor de koningsgezinden. Daardoor heeft het kanaal slechts korte tijd gefunctioneerd.

Noordbroeksterveen/Westfalen

In de kerkelijke registers van Noordbroek en naburige dorpen komt de buurtschap Stotzhorne of Stootz-Horn ten minste voor sinds 1634. Deze buurt met veenontginningsboerderijen, keuterbedrijfjes en arbeiderswoningen groeide na de aanleg van het Noordbroeksterdiep in 1653 uit tot een nagenoeg compleet dorp, dat tot ongeveer 1900 Noordbroeksterveen werd genoemd. Het noordelijke deel werd vroeger ook als Westphalen of Westfalen betiteld, vanwege de Duitse kolonisten die zich hier rond 1800 vestigden. Het dorp kreeg tevens een eigen school en een Hervormd evangelisatiegebouwtje. Een groot deel van de armoedige woningen, die niet waren aangesloten op nutsvoorzieningen, werd in de jaren na de Tweede Wereldoorlog gesloopt. De school werd in de jaren dertig vernieuwd, maar later alsnog gesloten. Een deel van de huidige bewoning wordt wel gekarakteriseerd als 'landhuizen' vanwege de ruime groenaanleg rond de woningen.

De waterweg door Stootshorn


In 1586 heeft de stad Groningen een sluis gebouwd te Stootshorn, en werden daar vele schepen tegen betaling doorgelaten. De meegedeelde feiten in de stukken die hierover gaan kwamen op het volgende neer:
Op 11 april 1586 gingen twee burgemeesters van de stad Groningen, twee hoofdmannen, twee
raadsmannen, één ingenieur en de stadsbouwmeester naar Slochteren om de nieuwe vaart te inspecteren. Er werd opdracht gegeven voor het bouwen van een sluis te Stootshorn, die Sijpe (Siep) werd omgeleid over de veendijk uit Sappemeer en de wateringen en sluizen die in de Dollard uitliepen, werden bezichtigd. Van dit alles werd rapport opgemaakt.
Op 28 mei 1586 gingen weer afgevaardigden van de Raad van Groningen met hoofdmannen naar
de nieuwe vaart en de sluis te Stootshorn, die inmiddels klaar gekomen was. Verder werd opdracht gegeven de Sijpe breder en dieper te maken.
Op 4 juli 1586 kregen de Noordbroeksters opdracht, alle 62 tillen over de Sijpe op te breken en
in plaats daarvan één brug te bouwen en een nieuwe weg aan te leggen.

Als sluismeester-herbergier te Stootshorn werd benoemd Olivier Maroes. Deze moest elk kwartaal de sluisgelden afdragen aan de stadsrentmeester. De Oldambsters werden bij beslissing van Burgemeesters en Raad van Groningen vrijgesteld van sluisgeld, voor zover zij hun eigen producten of hun turf vervoerden.
Het ging enkel jaren goed, maar in 1590 begon Olivier toch te klagen bij Burgemeesters en Raad, dat
hij geen bestaan meer had. Toen werd hem een salaris toegekend van dertig rijders per jaar.


Hoe is die drukke scheepvaart over Stootshorn te verklaren? Door vergelijking met andere gegevens loste die vraag zich op. Het was in de tijd tussen 1580 en 1594. Dus de Stad stond nog aan de kant van Spanje. En de geuzen beheersten de Waddenzee, waarlangs de vaarroute ging van de Stad naar de Eems. Dus men moest wel binnendoor om de handelsbetrekkingen te kunnen onderhouden. Nu stroomde de Sijpe toen over Zwaagsterzijl en Niezijl naar de Dollard.
Deze beide zijlen lagen ten zuiden van Reide en Reide was door de Spanjaarden bezet. Maar op 22 juni
1589 kwam Zwaagsterzijl in handen van de geuzen en drie dagen later Reide. Toen was het afgelopen met de drukke scheepvaart. En ruim een jaar later, 16 november 1590, schreef Egbert Alting in zijn dagboek, dat Stad en Lande mismoedig en troosteloos waren vanwege mensen buiten Stad en Lande.

Toch bleef de Stad niet bij de pakken neerzitten. Men ging verder werken aan een meer zuidelijke vaarroute, waar enkele jaren geleden reeds mee begonnen was. Wij geven weer een overzicht van wat wij vonden:
Op 28 februari 1587 werd besloten om het nieuwe diep te verlengen van Heiligerlee naar Winschoten.
Op 31 juli 1587 begeerden de Munstersen om de nieuwe vaart tot Rhede en verder tot de Eems
door te trekken.
In diezelfde maand klaagden Burgemeesters en Raad van Groningen, dat de drost van Wedde zijn
deel aan de nieuwe vaarweg niet gegraven had, waardoor het gehele werk nutteloos bleef.
In juni 1590 hadden Meeden en Noordbroek onenigheid met Muntendam en Zuidbroek over het
opgraven van de Munter Ee.
Op 3 juli 1590 besloten Burgemeesters en Raad van de Stad, dat de bewoners van Muntendam,
Zuidbroek en Meeden de Muntendammer (= Munter) Ee moesten uitgraven over een lengte van 300 roeden, beginnende bij de Karmerzijl. Daarna zouden Burgemeesters en Raad bekwame middelen vinden om de rest uit te graven.
Op 28 april 1592 werden opdrachten verstrekt om het nieuwe diep te verbreden tot dertig voet
en om het zes steek dieper te maken.
In september 1592 dienden Zuidbroek, Muntendam en Meeden een request in over het graven
van het nieuwe diep.

En toen kwam op 5 februari 1593 een grote hoeveelheid goederen in de Stad aan, o.a. salpeter
en zwavel voor het maken van buskruit. Het vervoer geschiedde met 36 wagens en verder met schepen. Alting vermeldt als hun route: Lingen, Bourtange, Wedde en Slochteren. De goederen werden begeleid en beschermd door vijfhonderd soldaten. Een paar dagen later diende de pastoor van Scheemda een nota in van onkosten, die de konvooien van de schepen gemaakt hadden. De volmachten van Noord- en Zuidbroek hadden een rekening van 487 daler voor vertering gedurende vier dagen door het konvooi.

Waar is dat konvooi nu langs gekomen? Het volgende lijkt aannemelijk: van de Eems naar Bellingwolde (Adgerus geeft daar een kaartje van), dan door de Renzel naar Heiligerlee, verder door een gegraven kanaal en de Ooster Ee naar Krommerakken, daar naar het noorden langs de Munter Ee tot de Sijpe en tenslotte door de Sijpe naar Stoothorn en vandaar de oude route over Slochteren. De wagens bleven zo dicht mogelijk bij die vaarroute.

De sluis van Stootshorn


Toen in 1594 de stad Groningen teruggebracht was naar de Unie van Utrecht, had de scheepvaartroute binnendoor naar de Eems geen zin meer. De sluismeesterherbergier Olivier Maroes, deelde aan de Stad mee, dat hij de huur van vijftien gulden per jaar voor het sluismeestershuis niet meer kon opbrengen. De Stad heeft toen nog geprobeerd een andere huurder te vinden, maar dat gelukte niet. Olivier heeft er tot 1602 gratis gewoond. Toen stierf hij en zijn vrouw is er nog twee jaar gebleven.

In 1604 kwam Tidde Gerbrands in het huis om toezicht op alles te houden, maar deze had er in 1608 ook genoeg van. Enige arme mensen trokken er toen in en het volgende jaar verkocht de Stad het huis aan Haye Oomkens voor honderdenzeventig daler.
De sluis bleef daar tot 1612, toen de Stad een sluis nodig had bij de uitmonding van het Foxholstermeer met het oog op de verveningen. Schipper Harmen Jansen voer met bewoners van Kropswolde naar Stootshorn en haalde daar de sluisdeuren weg. En zes weken later deden die weer dienst in Foxhol.

Noordbroeksterdiep en Buiten Nieuwediep
Door samenwerking van de Stad en het kerspel Noordbroek werd in 1653 het Noordbroeksterdiep gegraven over Stootshorn naar de zandrug van Noordbroek.

Het eerste doel was het afvoeren van turf. Voor dat doel was een brede sloot voldoende. Maar later kwam de behoefte aan een kanaal voor de scheepvaart. Voor dat doel werd het Noordbroeksterdiep in 1771 verbreed en verdiept van de Dam tot de Pijp te Sappemeer. De kosten daarvan hebben bedragen 5000 Carolusgulden.

Hiervan werd betaald door de stad Groningen 3000 gulden en door de kerspels Noordbroek en Noordbroeksterhamrik samen 2000. Deze beide kerspels brachten hun bijdrage op de volgende wijze bijeen: van de landgebruikers door middel van de verponding 1171 gulden en vrijwillig van enige personen 345 gulden en 5 stuiver, van de burgers 329 gulden en 15 stuiver en van de arbeiders 154 gulden.
In 1968 is het Noordbroeksterdiep weer gedempt.


Buiten Nieuwediep
Aan de andere kant van de zandrug werd in de zeventiende eeuw het Buiten Nieuwediep gegraven, dat
bij 't Waar uitmondde in het Termunterzijldiep. Het eerste doel van dit kanaal was om een betere afwatering te krijgen. In 1809 kwamen er klachten: het was te smal en te ondiep en vol modder en ongemak.

In 1864 heeft de Raad van Noordbroek geprobeerd om het Noordbroeksterdiep te verbinden met het Buiten Nieuwediep en zo een scheepvaartkanaal te krijgen van Sappemeer naar Termunterzijl. Er moest dan een draaibrug en een sluis komen op de plaats waar nu de Dam is. Die poging is niet gelukt.

Op 12 februari 1818 stuurden enige landgebruikers onder Stootshorn de volgende klacht aan de schout van Noordbroek. 'Er wordt een deur vermist van de klijf liggende in de uitwatering van onze landen onder Noordbroeksterhamrik. Die klijf ligt daar te kering van het door watermolens op te jagen water. Het water dat de molens opjagen, komt nu in onze landen terecht.' De dijkrechters beloofden de dijk te herstellen.

Inbraak met diefstal
Op 26 juni 1819 vond er een inbraak met diefstal plaats te Stootshorn. Aan het rapport van de schout ontlenen wij het volgende: 'Antje, huisvrouw van Filippus Spakman, dagloner, wonende te Stootshorn, heeft aangifte gedaan, dat des nachts uit haar huis gestolen is, uit een oud kastje: vijfenzestig gulden, bestaande in zestenalven, achtentwintigstuiverstukken en enkele guldens, benevens een blauwe mans lakense rok en een zwarte broek met een zwarte vrouwenschuide.
De schout heeft zich begeven naar het huis en daar bevonden een oud kastje dat niet sluitbaar is en verder een gat van achteren in de behuizinge, of liever hutte genaamd, als zijnde met stro gedekt en gestopt, ter grootte waar een hond konde doorkruipen.
Zo het mij voorkomt, kan deze opening wel vroeger zonder wetens der vrouw geweest zijn, en even gemakkelijk door een hond als door een mens gemaakt zijn, doordien er geen vaste delen zijn die de toegang van buiten naar binnen beletten.
'

Bronnen:
nl.wikipedia.org/wiki/Stootshorn_(buurtschap)
www.kieft-histotraject.nl
Polder Stootshoorn/ Overwonnen/ Molen van Brondijk (www.molendatabase.org)
https://www.vanlauwerstoteems.nl/graven-bij-stootshorn.html


Pageviews vandaag: 7.