Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 12-08-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Rommelskerken

Ten noorden van Korengarst, een streekdorp met boerderijen ten noorden van Noordbroek, zijn sporen gevonden die mogelijk wijzen op een verdwenen kerkdorp in de kerspelen Noordbroek en Oostwold. Deze locatie staat bekend als Rommelskerken.

De naam komt voor als Rummelant (1485), Ruthmerlandt (1609), Rotmerlanden (1661), Rommelskerken (1819) of op Rötmer (ca. 1900).

(Mogelijk moet hierbij gedacht worden aan de verbasterde naam Rodendebord, een verdronken kerkdorp in het Dollardgebied dat op een parochielijst van omstreeks 1475 voorkomt. De vorm rodende wijst op 'rooien, ontginnen', de uitgang -bord is kennelijk verbasterd uit -bert. Mogelijk heette de nederzetting oorspronkelijk *Rothmonnarkirika of *Rothenseburan, een vorm die is afgesleten tot Rommelskerken, Rotmer en *Rothensebert.)

Aan de zuidkant werd het gebied begrensd door de watergang Lutjemaar of Cromme Rotmer, aan de noordkant door de Veendijk.

Ten zuiden van het Ringmaar onder Korengarst zijn vondsten gedaan, waarvan men vermoedt dat ze wijzen op een verdwenen kerk uit baksteen, die mogelijk een voorganger van de parochiekerken van Noord- en Zuidbroek vormde.






- + (klik op de min voor het verwijderen van de oude dijkenkaart.)
- + (klik op de plus voor een hoogtekaart.)

Is de verhoging in het landschap te zien op de hoogtekaart die naast de huidige Siepsloot ligt een veendijk of is het de inversierug van de oude loop van de Siepsloot ontstaan doordat het omliggende land sneller wegzakte dan de rivierbedding?

Liudbrandkerke (Latijn: Liudibrandkircka)

Luidibrandskircka ('de kerk van Liudbrand' ?) is een onbekend kerkdorp in Duurswold, dat in 1295 wordt genoemd in de Kroniek van Bloemhof. Een aantal plaatsen komt hiervoor in aanmerking: Meedhuizen, Oostwold bij Siddeburen, Tjuchem, Wilderhof en Rommelskerken.

In het jaar des Heren 1295 ontstond er een ernstig geschil en vete tegen de Menalda's uit Hellum. Ten eerste die van Lubbe Tadegma uit Oostwold vanwege de dood van zijn neef, die door Ebbo junior gedood was. Hij kreeg steun van zijn halfbroer Uffo en van zijn gehele maagschap om wraak te nemen op de Menalda's. Ten tweede was er een vete met de erfgenamen van Rodmer Eenoog, die gedood was dichtbij een water of zee, nl. het Schildmeer. [...] Toen de dag van de strijd was aangebroken, verenigden zij zich tegen de Menalda's. En zoals zij daar toegerust voor de strijd bijeenkwamen, zo kwamen daar ook de gebroeders Liudbrand en Uffo en al hun vrienden en verwanten, die zij op de been hadden kunnen brengen in het oostelijke Brokmerland en uit de dorpen en Wolden in Oostwold, Liudbrandkerke (het dorp van Liudbrand?) en Sierdakerke, en met hem Abke Aldenga en Lubbe Vodenga met al hun vrienden en verwanten, die ze met geld en goede woorden op de been hadden kunnen brengen in de dorpen en Wolden. Deze allen kwamen samen tegen de Menalda's vanuit het oosten, vastbesloten hun schande te verwoesten en henzelf allemaal te doden of uit het land te verjagen. [...] Uffo, de broer van Lubbe (of Liudbrand?), werd samen met een ander gevangen genomen. zo keerden de Menalda's die dag naar hun steenhuis terug, samen met hun gehele leger, met roem en grote overwinningsvreugde.

(1295 - Kroniek van Bloemhof - vertaald uit het Latijn)

Is Lubbe Tadegma misschien Liudbrand? Het Namenboek van van der Plank stelt dat Lub een verkorting resp. vleivorm zou zijn van Lubbe/Lubke, van germ. Liud-(= volk) of Liaf-(= lief) namen met een tweede lid dat begon met een -b (vgl. Lubber en Liudbrand).
Liudbrand derives from Old High German name “Liutbrand,” composed of two elements: “*liudiz,” meaning “man, person, people” plus “*brandaz,” meaning “fire, torch, flaming sword.”


ludibrund Kireca, in den dullert verdronken.
Ludibrundkirca noemt d'opvolger van Menco een Hofstee (Villa) van Oostbroek, waar onder hij schrijft dat Oostwolde, (Astwalde) en Sierdakirca ook gehoort hebben; zoo dat het geweest is een Dorp van het groote Oldampt; het welk in het jaar 1296. door de wateren van Den Dollart noch niet overstroomt was. (Alting, Noticia Germ. Infer, Pars 1. fol 18.) - (Tooneel der Vereenigde Nederlanden, en onderhorige landschappen, 1725)

De kroniek van Wittewie­rum noemt dit Oostwold zowel in samenhang met een streek genaamd Oosterbroek (orientali Broke) als met andere wolddorpen als Siddeburen en het onbekende Liudibrandkircka. Mogen we dit laatste dorp, waar de hoofdeling Liudbrand woonde, gelijkstellen aan het eerderge­noemde Rommelskerken? - (https://ottoknot.home.xs4all.nl/dollard/Dollard09.html)


Detail kaart van Friesland, Groningen, Drenthe en een deel van Oost-Friesland na de overstromingen uit de 13e eeuw.
Vervaardiger: Menso Alting (Eelde 1541 - Emden 1612)

(Liudger/Lüdger(ius)?)
Noordbroek is waarschijnlijk een van de oudste dorpen in het Oldambt. De kerk is gewijd aan Liudger, de heilige van het bisdom Münster, wat kan betekenen dat de stichting van het dorp teruggaat tot de eerste ontginningsgolf. Ook het feit dat Noordbroek soms kortweg Broke werd genoemd, geeft aan dat dit dorp ouder is dan Zuidbroek. - (https://ottoknot.home.xs4all.nl/dollard/Dollard09.html)


(Of er ooit een kerk in Rommelskerken heeft gestaan is twijfelachtig; het was daar in oude tijden juist een van god verlaten land. Achter Rommelskerken lagen twee grenzeloos diepe kolken. Ze zijn er niet meer; langzaam aan groeiden ze dicht. Maar toen lagen ze midden in de wildernis en er kwam nooit geen sterveling voorbij.) - (Nederlandse overleveringen, eerste deel, 1932)

Volgens een sage was bij twee kolken aan de Veendijk bij Rommelskerken klokgelui te horen. Volgens sommige ouden, gaat het verhaal dat de duivel op een nacht in Noordbroek de klokken heeft gestolen. Ze zijn hem op bovengenoemde plek ontvallen en in een poel verzonken. Elk jaar, zou er op de bewuste nacht op die plek gerommel zijn, omdat de klokken dan luiden.

'n Indje boeten Noordbrouk ligt Rommelskerken. Nee, 'n kerk het ter nooit stoan; 't was doar in olle tieden juust 'n streek van God verloaten en doar het 't ook net zien noam aan te denken. Achter Rommelskerken wazzen twei kolken, grondeloos daip. Nou binnen ze der nait meer; ze binnen langsoam aan dichtgruid. Mor dou laggen ze der in 'n roege wereld aan de Veendieksterweg, doar nooit 'n staarveling hin kwam.
Dou is 't gebeurd, dat de duvel twei klokken stolen het. Hai ligt aaltied op loer om klokken te stelen. Nou haar e twij touglieks te pakken en dat was veur de olle knecht swoar genog, dou e der mit locht vloog.
Doarom zöchte noar 'n stee, doar e ze zo goud wegstoppen kon, dat gain minsk ze ooit weervinden zol. Gain beter plek as doar in dei ainzoame wereld. Dou het e in ieder van dei kolken ain van zien klokken smeten.
As e plezaaier haar, din ludde ze onder wotter en din was 't boven net of 't rommelde. Zo is de noam van Rommelskerken in de wereld kommen. Mor 't rommelen is doan; duvel het tegensworeg wel wat aans te doun. - (E.J. Huizenga-Onnekes, Grgoninger Volksverhalen)

Volgens de verteller K. Romeling heeft het ontstaan van de naam Rommelskerken met die diefstal niets te maken. Er moet op de plek die nu Rommelskerken wordt genoemd een kerk van een klooster hebben gestaan. Dit klooster is later verdwenen en op de plaats waar de kerk heeft gestaan is een boerderijtje gebouwd. Daar is de grootvader van de verteller Anthonie Romeling geboren. Hij heette toen Anthonie Klaasz[oon]. Toen in de napoleontische tijd de mensen een 'tuttel' (achternaam) moesten opgeven, is er door de mensen gezocht naar een geschikte naam. Naar aanleiding van het vroegere Roomsche klooster hebben ze er de naam Romeling van gemaakt. De naam Roomse kerk is waarschijnlijk in de streektaal verbasterd tot romelskerk of rommelskerk.
De grootvader die het boerderijtje heeft gesticht heette Klaas en zijn zoon Anthonie Klaasz.[oon] werd geboren in 1831. Diens zoon Klaus (de verteller) is geboren in 1880. Ze hebben steeds dezelfde plaats bewoond. 't Verhaal van de klokken trekt deze verteller in twijfel. - (www.verhalenbank.nl)

Bronnen:
A.F. Vermue, Noordbroek, een interdisciplinair onderzoek naar de vorming en ingebruikname van de kleilanden in de 15e en 16e eeuw, masterscriptie landschapsgeschiedenis, Groningen 2012, p. 44.
O.S. Knottnerus, 'Verdronken dorpen', in: Groninger Kerken 28 (2011), p. 3-8, hier 8.




Rommelskerken komt ook in een versje voor. Alhoewel dit wel over een Rommelskerken in Gelderland zal gaan en niet over het Rommelskerken bij Noordbroek:
Wilje mee na Rommelskerken
Wilje mee zoo kom, kom, kom
Daar de zeeven boeren zaten,
Die staront met leepels vraten,
Wilje mee?
(De hollebollige lachende dokter, of Den bereysde Hans Zing-zang ..., 1715)

of

Wie gaot met? Wie gaot met?
Wie gaot met nar Rommelskerken,
Waar de seuvetien boeren satten
Die de achttien skinken fratten?
Wie gaot met? Wie gaot met?
Wie gaot met nar Rommelskerken,
(Holle Bolle Gijs)


Pageviews vandaag: 3.