Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 28-09-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

rector magnificus

Van het Latijnse regere, richting geven, leiden, sturen, regeren. De term rector was in. de Middeleeuwen vrij algemeen voor leider, bijvoorbeeld van een kerkelijke gemeenschap: rector ecclesiae, of van een school: rector puerorum. Nu is rector de naam van de leider van een school voor wetenschappelijk of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs.

De universitaire rector werd in de middeleeuwen ook wel procurator, zaakgelastigde, genoemd. Hij werd gekozen door de studenten of de docenten om - en dat was per universiteit verschillend - gedurende twee maanden tot ten hoogste twee jaar de bestuurlijke, financiële en administratieve leiding op zich te nemen, het voorzitterschap van de academische raadsvergadering of senaat te bekleden en aan regels en besluiten van de curatoren of de academische senaat uitvoering te geven. Naast de bij het universitaire onderwijs gebruikelijke toevoeging magnificus, dat 'aanzienlijk' betekent, kwam als aanspreektitel magnificentia voor.
De Groningse rector magnificus werd ook wel 'de heer Magnificus' genoemd. Deze titel duidt op het aanzien en de autonomie van de universiteiten, onder meer gesymboliseerd door een staf of sceptrum, gedragen door de pedel wanneer hij de rector begeleidde.

Aangezien de universiteit van Groningen door de Staten van Stad en Lande was ingesteld, werd de rector aangewezen door de gedeputeerden van Stad en Lande op voordracht van de hoogleraren, telkens voor één jaar. Aanvankelijk had zijn verkiezing plaats op 16 augustus door en uit de hoogleraren; sinds 1642 gebeurde dat bij toerbeurt uit de verschillende faculteiten volgens anciënniteit. De rector begon zijn ambtsjaar op 23 augustus, de dag waarop zijn voorganger het ambt neerlegde. Dit werd gesymboliseerd door de overdracht van de symbolen van functie en macht. Later gebeurde dit op de tweede donderdag in oktober. De rector was het hoofd van de academie en vertegenwoordigde haar. Hij had als taak haar rechten te beschermen; hij beheerde haar zegel, het album - het boek waarin ieder die academieburger wenste te worden, zich door de rector moest laten inschrijven en zich daarmee aan de rectorale rechtsmacht en het rectorale gezag onderwierp -, de sleutels, de documenten en het vermogen, het zogenaamde peculium. Geen academische verhandeling verscheen zonder zijn verlof, zijn imprimatur, wat betekent: 'mag gedrukt worden'.

Nadat de Fransen in 1747 Staats-Vlaanderen binnenvielen, deden zich in 1748 in alle gewesten orangistische bewegingen voor. De Groningse studenten drongen er toen op aan - in de verwachting dat de prins de privileges van de academieburgers zou handhaven of vermeerderen - dat de stadhouder de functie zou aanvaarden van rector magnificentissimus en curator primarius. Dat is op 29 november 1748 gebeurd in een officiële plechtigheid in de academiekerk. In Franeker had de stadhouder deze functie al sedert 1653.

Het heeft geduurd tot de Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs (WWO) van 30 januari 1960 - het begin van elkaar in vrij snel tempo opvolgende hervormingen en veranderingen - voordat de taak en positie van de rector magnificus veranderde. De WWO maakte een bestuurlijke versterking mogelijk, onder meer door een rectoraat van maximaal vier jaar. Tot dan werd in Groningen de rector gesteund door de secretaris van de senaat, die hem in de regel opvolgde, waardoor er een zekere mate van continuiteit werd gewaarborgd. Deze continuiteit werd versterkt toen de ambtstermijn van de rector werd verlengd en derhalve ook die van de secretaris van de senaat. In Groningen had men al langer het prorectoraat ingevoerd, niet alleen om de rector te vervangen, maar nu ook om de studentenbelangen te behartigen. Als eerste bekleedde F.H.L. van Os het tot vier jaren verlengd rectoraat van 1961 tot 1965. Aangezien vier jaar een te lange onderbreking van studie en instituutstaken bleek te zijn, besloot men tot een twee jaar durend rectoraat.

Op basis van de tijdelijke Wet Universitaire Bestuurshervorming (WUB; 1970), gehandhaafd in de Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs (WWO; 1986), werd de sinds eeuwen vigerende duplex ordo - waarin bij de curatoren het juridisch-bestuurlijke en bij de senaat het wetenschappelijke beleid berustte - vervangen door een College van Bestuur (CvB), dat bestaat uit ten hoogste drie personen. De rector magnificus maakt deel uit van het CvB gedurende zijn ambtsperiode, die normaal drie jaar duurt, maar verlengd kan worden. Het CvB wordt sinds de invoering van de Wet Modernisering Universitair Bestuur (MUB) van 1997 benoemd door en is verantwoording schuldig aan de toen ingestelde Raad van worden aangewezen door de minister.

Het College van Decanen der faculteiten doet aan het CvB de aanbeveling voor de benoeming van de rector magnificus en het CvB doet de voordracht bij de RvT. Volgens het huidige bestel is de rector magnificus dus ambtshalve lid van het CvB, is hij voorzitter van het College van Decanen en vertegenwoordigt hij de universiteit in het wetenschappelijk verkeer met zusterinstellingen.

De tegenwoordig in gebruik zijnde rectorsketen is samengesteld uit open schakels. Daaraan is met twee kettinkjes een penning bevestigd waarop het wapenschild van de universiteit is aangebracht, dat gedekt wordt door een kroon. De keten is vervaardigd door Herman Ernst Oving (1876-1954), telg van de sinds 1794 in de stad gevestigde zilversmedenfamilie. Ze is in 1927 door de hoogleraar G.C. Nijhoff aangeboden aan de senaat namens iemand die onbekend wenste te blijven. In 1987 is van deze keten een duplicaat gernaakt door de edelsmid Cees Wolf te Groningen. (Linssen)


Pageviews vandaag: 18.