Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 22-11-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Pieter Jan Bouman

Bouman, Pieter Jan (Batavia 1902 - Groningen/Epe 1977) Schrijver, socioloog en historicus. Hij is vooral bekend geworden als schrijver van geschiedenisverhalen voor een algemeen publiek. Hierdoor wordt Bouman soms de 'Geert Mak van de 20e eeuw' genoemd.

P.J. Bouman werd geboren op 19 september 1902 in Batavia, als zoon van Jan Jurjen Bouman - gezagvoerder bij de Koninklijke Paketvaart Maatschappij en later docent aan de TU Delft - en Petronella Anna Adriana Fonkert. In 1916 vertrok het gezin terug naar Nederland en vestigde zich in Rotterdam.

Bouman volgde de HBS in Rotterdam en voltooide deze in 1921, waarna hij in dezelfde stad ging studeren aan de Nederlandsche Handels-Hoogeschool, de voorloper van de Erasmus Universiteit. Als leraar aan de HBS te Middelburg behaalde hij de akte MO Geschiedenis.

Hij trouwde op 5 april 1928 met Christina Adriana Magdalena Kloot en kreeg drie zoons met haar.

Zijn eerste boek voor een breed publiek, 'Van Renaissance tot Wereldoorlog', werd gepubliceerd in 1938.

In de jaren '30 stond hij een nationaal-socialisme voor dat een sociale harmonie zou brengen, een sterk centraal staatsgezag en een nationale economie. In 1941 uitte hij de wens dat naast de politieke Tweede Kamer een Corporatieve Kamer zou komen. Hij heeft zich later van deze gedachten gedistantieerd. Om de doorbraak in het
politiek verzuilde Nederland te bereiken werd hij lid van de Nederlandse Unie en om dezelfde reden sloot hij zich na de oorlog aan bij de PvdA. Na de bevrijding werd hij economisch adviseur van het Militair Gezag.

Via de economische geschiedenis - hij promoveerde in 1931 bij Z.W. Sneller op 'Rotterdam en het Duitse achterland 1831-1851' - heeft hij zijn weg gezocht in de toen nog jonge wetenschap der sociologie, geïnteresseerd als hij was in de historische ontwikkeling van de samenleving. Het doel van de sociologie was naar zijn inzien dan ook de maatschappelijke werkelijkheid te analyseren. Dat zou ook blijken uit het onderwerp van zijn inaugurele oratie over 'Sociale spanningen' (1946) te Groningen. Daar was hij benoemd tot hoogleraar aan de faculteit der rechtsgeleerdheid voor de sociologie met inbegrip van de grondslagen van het maatschappelijk werk. In zijn colleges behandelde hij bij voorkeur problemen van arbeid en bedrijf. Vanaf 1947 organiseerde hij, van origine immers econoom, bekwaam de nieuwe faculteit der Economische Wetenschappen. In de sociologie entameerde hij veldonderzoek. In 1950 nam hij de leiding bij de opzet van de studierichting sociologie. Het Academisch Statuut van 1963 erkende de Faculteit der Sociale Wetenschappen, officieel de Verenigde Faculteiten der Letteren, echtsgeleerdheid en de Economische Wetenschappen. Tot 1964 was Bouman daar voorzitter van.

In zijn algemeen gewaardeerde boeken zoals 'Van Renaissance tot Wereldoorlog' (1938) probeerde hij inzicht te geven in zowel de historische ontwikkeling als in de huidige werkelijkheid van de maatschappij. Zijn 'Revolutie der eenzamen' (1953) dat zo'n 450.000 keer wed verkocht en 34 drukken beleefde en in vele talen werd vertaald, is een documentaire met toegevoegde moraal. Daarin trachtte hij de werkelijkheid uit te beelden via de 'filmische methode' om zo tragiek, paradox en absurditeit van de maatschappelijke werkelijkheid te belichten. Dat kwam hem te staan op fundamentele kritiek van historici als W. den Boer, P. Geyl, A. Romein-Verschoor en J. Rogier. Het boek behoorde met Vijfstromenland (1958) en Een onzer dagen (1965) tot wat zijn trilogie is genoemd.

Ook zijn Cultuurgeschiedenis van de twintigste eeuw was zeer succesvol. Het verscheen als duizendste deel, een jubileumuitgave, in de reeks Prisma Pockets van Uitgeverij Het Spectrum.

Hij was een veelgevraagd spreker en een uitstekend docent, zoals blijkt uit zijn veelgebruikte inleidingen en handboeken zoals Leerboek voor economische geschiedenis (1939) - in 1956 getiteld Economische en sociale
geschiedenis in hoofdlijnen - en zijn Sociologie, begrippen en problemen, het eerste volwassen Nederlandse leerboek voor sociologie (1940), herhaaldelijk herdrukt, in 1966 herschreven als Fundamentele sociologie. Zijn Algemene Maatschappijleer beleefde in 1965 de tiende druk.

Van 1959 tot 1960 was Bouman rector magnificus van de Rijksuniversiteit Groningen.

In 1967 verliet Bouman de Rijksuniversiteit Groningen om met emeritaat te gaan en verhuisde naar het Gelderse Epe, om zich minder bezig te houden met academische taken en meer met het schrijverschap.

Op 10 maart 1977 overleed hij daar op 74-jarige leeftijd.


Pageviews vandaag: 10.