Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 02-11-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Pieter Boeles

Pijtter (Pieter) Boeles (Ferwerd, 4 maart 1795 - Groningen, 26 april 1875) was een taalkundige en invloedrijke predikant in de Hervormde Kerk door een reeks van functies waaronder het presidentschap van de landelijke synode (1853) en door een zeer grote hoeveelheid publicaties, waaronder populariserende en didactische.

Zoon van de Friese landbouwer Jetzo Boeles en Trijntje Pieters, Vader van onder meer Jetzo en Willem (W.B.S.) Boeles.

Boeles studeerde theologie aan de universiteit van Groningen. Hij voltooide zijn studie in 1817 met een dissertatie, die uitgegeven werd bij uitgeverij J. Oomkens te Groningen. In hetzelfde jaar trouwde hij te Eelde met Alberdina Janna Speckman.

Sinds 1817 predikant in Pingjum (Frl), Noordlaren (1825-1827), aldaar opgevolgd door H. de Cock. Het grootste deel van zijn loopbaan, van 1827 tot 1870, was hij predikant in Noorddijk bij de hervormde Stephanuskerk. Eredoctoraat in Groningen (1850).

Zijn talige belangstelling bleek al vroeg, toen hij Halbertsma's lofdicht op Gysbert Japicx bij diens herdenking in Bolsward (1823) uit het Nederlands in het Fries overzette. Ook delen van het Nieuwe Testament vertaalde hij in het Fries. Vanaf zijn predikantschap in Noordlaren begon Boeles, geholpen door zijn zoons, stof te verzamelen ten behoeve van een Gronings dialectwoordenboek op historische en taalvergelijkende basis. Dat werd aanvankelijk niet uitgegeven, maar in 1992 teruggevonden. Daarna verscheen dit Idioticon Groninganum - feitelijke voorloper van werk van H. Molema en K. ter Laan en zelf te zien als voortzetting van M.Th. Laurman - alsnog (1997).

Steunde de zogeheten Groninger Richting in de strijd tegen de Afscheiding vooral door zijn Over Staatsregt, Hervormd Kerkbestuur en Separatismus (1838), een omvangrijke en strijdvaardige reactie op Groen van Prinsterers De Maatregelen tegen de Afgescheidenen aan het Staatsregt getoetst (1837).

Vooral kerkrechtelijke, historische en talige interesses kenmerken zijn werk. Sprak onder meer een leerrede uit bij de juist weer ingevoerde herdenking van Groningens Ontzet (1839) en is de auteur achter het door het Provinciaal Kerkbestuur uitgegeven De Predikants-beroeping in de Hervormde Gemeente 't Zandt (1860) over aspecten van het collatierecht.

Daarnaast was hij lid van het provinciaal kerkbestuur, praeses van het classicaal bestuur van Groningen en lid van het college van toezicht op de kerkelijke administratie der hervormden in de provincie Groningen. In 1853 was hij voorzitter van de landelijke synode van de hervormde kerk.

Op latere leeftijd trok hij zich vanaf 1857 langzamerhand uit het openbare leven terug na het kort na elkaar overlijden van twee van zijn zoons (Jetzo, predikant in Warfhuizen en Petrus (Piet), evenals zijn vader predikant in Pingjum).

In 1850 ontving hij een eredoctoraat van de Groninger Hogeschool en bij zijn vijftigjarig predikantschap op 24 november 1867 werd hij benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Pieter Boeles overleed in 1875 in Groningen op tachtigjarige leeftijd. Zijn zoon Willem Boele Sophius Boeles (1832-1902) was president van het gerechtshof te Leeuwarden.

Boeles is begraven op het kerkhof bij de hervormde Stephanuskerk in Noorddijk.


Pageviews vandaag: 10.