Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 08-07-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

patrocinium

De heilige(n) aan wie de bescherming van de kerk bij haar wijding is toevertrouwd en tot wiens of wier ere de kerk haar naam ontvangt. Ook: beschermheilige, patroonheilige, schutspatroon, patroon, patrones genoemd. In de christelijke kerk sinds de 4e- 5e eeuw gebruikelijk.
In de katholieke kerk een heilige of een engel die wordt beschouwd en vereerd als beschermer van een stad, land, kerk, gilde, beroepsgroep of individu. De beschermheilige kan in geval van ziekte of andere noden worden aangeroepen. Het kan ook de heilige zijn van wie men bij het doopsel de naam ontvangt.

Het patrocinium wisselt met de tijd (zie heiligenverering). Het geeft daardoor belangrijke aanwijzingen over de ouderdom van kerken.

Veelal werd een heilige gekozen van wie men een reliek bezat. Ook wel volgde het verwerven van een reliek op de keuze van de patroonheilige. Behalve kerken zijn kapellen, altaren en klokken aan heiligen gewijd, later ook geestelijke orden, broederschappen etc. In de regel wijdde men het hoofdaltaar aan de patroonheilige van de kerk.

Bij een nieuwe wijding, bijv. na herbouw, kan verandering van patroonheilige optreden. Dubbelpatrocinia komen voor, hetzij sinds de eerste wijding (vooral vaste combinaties: Fabianus en Sebastianus, Cosmas en Damianus), hetzij naderhand door toevoeging van een tweede heilige. Voorbeelden van wijziging zijn de kerk van Ruinen die eerst als abdijkerk aan Maria was gewijd en later als parochiekerk aan Johannes de Evangelist, en de kerk van Meppel, die tot 1459 aan Maria en Johannes de Doper was gewijd en nadien aan Maria, Petrus en Paulus.

Als patrocinia worden aanvankelijk vooral engelen (Michaël), de H.Maagd Maria, apostelen en andere vroege martelaren gekozen. Ook een wijding aan geloofsmysteriën (de H.Drievuldigheid, het H.Kruis, later het H.Hart van Jezus, Maria ten Hemelopneming) komt voor. De keuze kan zijn bepaald door de landsheer, de hogere of lagere adel, de bisschop of een kloosterorde, wanneer deze een beslissend aandeel in de stichting van een kerk hadden. Tijdens en na de kruistochten namen de 'Oosterse' patrocinia (Catharina, George, Nicolaas) sterk in aantal toe.

Voor de na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie (1853) in Noord-Nederland gebouwde rooms-katholieke kerken viel de keuze dikwijls op de missionarissen Willibrordus en Bonifatius.

Niet alle patrocinia zijn bekend. Anderzijds heeft de Reformatie in veel plaatsen geen breuk betekend. Vaak bleef de naam van de heilige in de aanduiding van de jaarmarkt bestaan. Tegenwoordig wordt het oude, dikwijls hervonden patrocinium veelvuldig gebruikt om de identiteit van kerk en dorp te accentueren.

Aanwijzingen voor het patrocinium van kerk of altaar kunnen worden gevonden in stichtingsoorkonden, schenkingsakten, koopcontracten, testamenten, kerk- en priesterzegels, kerkenrekeningen, beschrijvingen van kerkenland, visitatieberichten, klokopschriften enz. Vaak zijn twee van elkaar onafhankelijke berichten noodzakelijk.


Zie ook
Het onderzoek van de patrocinia in Nederland en de plaatsnaamkunde


Pageviews vandaag: 3.