Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 10-09-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

patriotten

Bij het oproer van 1748 noemden aanhangers van Oranje zich nog patriotten (vaderlanders/vaderlandslievenden). Tegenstanders van Oranje in de jaren 1780-1787 slaagden er echter in de naam patriotten voor hun beweging te monopoliseren.

Evenals het oproer van 1748, is ook de patriottenbeweging van 1780-87 ontstaan uit het onbehagen over de neergang van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Daarnaast was er toenemende wrevel over de regentenoligarchie en ontgoocheling over de 'oranjerevolutie' van 1748. Het desastreuze verloop van de Vierde Engelse Oorlog (1780-1784) bracht Joan Derk van der Capellen tot zijn felle aanklacht tegen stadhouder Willem V. Dit werd het startsein van de patriottenbeweging.

De patriotten wensten herstel van een ideaal gewaand, 'democratisch' verleden, maar lieten zich eveneens inspireren door denkbeelden van de Verlichting. Hun aanhang wonnen ze vooral in de middengroepen, de min of meer bemiddelde burgerij. Ze noemden zich bewust 'burgers' tegenover de regentenaristocratie en het stadhouderlijk hof. Plaatselijk organiseerden ze zich in exercitiegenootschappen en burger sociëteiten, maar deze hielden ook op landelijk niveau contact met elkaar. Er waren nationale bijeenkomsten van exercitiegenootschappen, uitwisseling van denkbeelden in pamfletten en periodieken en er werd een 'Nationaal Fonds' opgericht voor financiële ondersteuning. Als zodanig vormden de patriotten de eerste politieke partij in de Nederlandse geschiedenis.

In Groningen richtten de patriotten zich tegen de clan Van Iddekinge geleid door burgemeester Anthony Adriaan van Iddekinge. In de pamfletten was de eerste beweging merkbaar, onder andere in de Groninger Rarekiek. Hun petitiebeweging boekte in maart 1785 het grootste succes: er ontstond een patriottistische meerderheid in het stadsbestuur, de stadhouder en zijn luitenant-stadhouder, Van Iddekinge, stonden buiten spel.
Voorstellen tot professionalisering van de burgermilitie werden gesmoord in een pamflettenoorlog. Het voorstel tot invoering van algemeen mannen- en (ongehuwde) vrouwenkiesrecht werd pas na de Pruisische inval (1787) ingediend en kwam dus niet meer in behandeling.

Na hun nederlaag waren de patriotten vooral te vinden in sociale en culturele organisaties. Het zwaartepunt van de patriottenpartij in Groningen verschoof naar het midden van de sociale piramide. Gematigd begonnen, werd de beweging daardoor radicaler.

In de ommelanden bleef de oranjepartij de baas. Appingedam raakte in patriottische handen. Na een felle pamflettenstrijd over de burgerbewapening werden tientallen exercitiegenootschappen opgericht in Oldambten en Ommelanden. Regelmatige oranje-acties gericht tegen exercitiegenootschappen leidden tot een veldslagje bij Appingedam. De patriottische vrijcorpsen zegevierden, maar de Pruisen stonden toen al in de Republiek.

In 1787 kwam er een zekere H.P. Hecket uit Osnabrück in deze streken om te ijveren voor de Prins van Oranje. Deze zou spoedig weer in eer hersteld worden door de Pruisen. Bij het gewone volk vond hij gehoor en werd hij toegejuicht. maar het exercitiegenootschap van Winschoten nam hem te Westerlee gevangen en bracht hem voor de drost A.J. de Sitter te Zuidbroek. Deze was patriot en hij liet Hecket geselen en veroordeelde hem tot tuchthuisstraf. De geseling vond te Zuidbroek plaats op 9 mei 1787.

Maar de Pruisen kwamen op 13 september 1787 en toen werden de rollen omgedraaid. het huis van De Sitter werd door de bevolking geplunderd en hij werd ontslagen als drost.


Pageviews vandaag: 5.