Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 19-11-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Onderdendam

Gronings: Onderndaam. Dorp ongeveer 15km ten noorden van stad Groningen in de gemeente Het Hogeland. Het ligt ongeveer vier kilometer ten noorden van Bedum; knooppunt van waterwegen. Onderdendam is een beschermd dorpsgezicht. In 2020 telde de plaats 580 inwoners.

Het dorp ligt op de kleigronden tussen het Hogeland langs de Waddenkust en het Woldgebied. Binnen dit vanaf de
Middeleeuwen geoccupeerde doch relatief extensief bewoonde gebied vormt Onderdendam gedurende enkele eeuwen een vervoers- en streekcentrum. Deze functie van het dorp hangt samen met de ligging op de samenkomst van het Boterdiep, het Winsumerdiep en de Warffumermaar. Vanaf de 17de eeuw ontwikkelt zich op deze vaarwegen een regionale trekvaart die tot ongeveer 1900 bepalend is voor de functionele en ruimtelijke ontwikkeling van het dorp waarvan de bebouwing zich uitstrekt langs de vaarwegen en langs enkele in het dorp bij een brug over het Winsumerdiep samenkomende landwegen.

De nog goed herkenbare dorpsstructuur levert in samenhang met de deels historische bebouwing, een beeld op van een zodanige historisch-ruimtelijke waarde dat de aanwijzing van Onderdendam als beschermd dorpsgezicht gerechtvaardigd is.

Waterwegen Onderdendam

Onderdendam was een belangrijk middelpunt van waterwegen toen het verkeer nog vooral te water ging.
Het Boterdiep, komend uit het zuiden (Groningen, Beijum, Zuidwolde, Bedum), maakt hier een hoek van 90° om verder oostwaarts te stromen tot Fraamklap, vervolgens noordwaarts langs Middelstum en Kantens, ten slotte noordoostwaarts tot Uithuizen.
Ten westen van het dorp stroomt het Winsumerdiep, richting Winsum.
Naar het noordwesten (Warffum, Baflo) stroomt het Warffumermaar, naar het zuidoosten het Kardingermaar richting Thesinge.

Van Unlanderenadomme naar Onderdendam

De oudste vermelding is een Oudfriese benaming: Uldernadomme (1252) = dam van hen, die in het onland (= moeras) leven.
Deze naam heeft een parallel in de naam van de nabijgelegen wierde van Onderwierum, Uldernawerum (1376) of Undernawerum (1386), die kennelijk genoemd is naar hetzelfde onland.
In het betreffende document, de Keuren van Hunsingo, waarin de regels waren geschreven met betrekking tot de rechtspraak, ging het over een algemene jaarlijkse gerichtsdag waarop rechters uit het hele landschap bijeenkwamen in Onderdendam. Hieruit blijkt wel dat de nederzetting al heel vroeg een belangrijke positie innam. Dit zal mede gekomen zijn door de wat hoger gelegen ligging bij de kruising van de waterwegen Warffumermaar en de Delthe, het Kardingermaar en het Bedumermaar (wat later een deel van het Boterdiep zou worden).

De latere naamvorm Onderndamme komt voor het eerst in 1323 voor.

Het landschap

Rond Onderdendam ligt de grond hoger door dikke kleilagen achtergelaten door overstromingen vanuit zee in de tijd dat er nog geen dijken lagen. Deze zware klei, de zgn. knikklei, bleek uitermate geschikt voor het bakken van stenen. Hierom lagen langs het Winsumerdiep en het Boterdiep ook veel steenfabrieken. Op deze kwelderwallen kon het vee geweid worden en ging men ook wonen en ontstonden de verhoogde plaatsen zoals Onderdendam, de wierden. Vele daarvan zijn inmiddels afgegraven, maar nog steeds kun je de verhogingen zien in het landschap van Onderdendam.

Het waterschap

De vele waterlopen rondom Onderdendam zorgden voor de afwatering die in de loop der eeuwen vanwege de oprichting van zijlvesten en later het Waterschap Hunsingo steeds beter functioneerde. Het overtollige water werd en wordt uiteindelijk via het Winsumerdiep in westelijke richting afgevoerd naar de Winsumerzijl en de Schaphalsterzijl en vervolgens via het Reitdiep in de zee geloosd.

In 1621 kocht het Winsumer- en Schaphalsterzijlvest in Onderdendam een herberg aan, die aan de verkoper werd verpacht. In 1660 kreeg het een bovenzaal waar de scheppers konden vergaderen. In 1740 werd het pand weer verbouwd en kreeg het een fraaie zaal met onder meer een rococoschouw met een schildering van J.A. Wassenbergh (1747). Het Zijlvesterhuis van waterschap Hunsingo, later waterschap Noorderzijlvest, Zou nog tot in 2000 in gebruik blijven als waterschap.

Economie

Hoewel het oudere Bedum een belangrijke plaats was in kerkelijk opzicht, raakten bestuurlijke en economische activiteiten geconcentreerd in Onderdendam. Er werd door haar ligging te midden van de waterwegen handel bedreven, gelost en geladen, terwijl de snikke (de trekschuit) mensen vervoerde van Groningen via Onderdendam naar Warffum, Winsum en Uithuizen. Deze drukte bracht allerlei bedrijven, winkeltjes en vele herbergen met zich mee. Door deze ontwikkeling werden plaatsen als Westerdijkshorn en Onderwierum wel steeds minder belangrijk.

'…Alhier wordt veel vee en koren, meest echter haver, ingescheept en naar Holland en Engeland vervoerd; hetwelk alles deze plaats zeer levendig maakt, en daardoor in den zomer vele stedelingen uitlokt, om er den dag of agtermiddag door te brengen. Bij goed schaatsweer wordt in geheel Hunsingo-Kwartier geene plaats drukker bezocht dan Onderdendam, en zelfs bij sterk ijs met arren en wedloopen…' - (A.J. van der Aa in 1846)

Molens

Ooit stonden er maar liefst vijf molens in en bij Onderdendam: een korenmolen, houtzaagmolen 'De Vriendschap', een oliemolen en twee watermolens. De poldermolen De Zilvermeeuw (1871) even ten noorden van Onderdendam, is zelfs nog in bedrijf. De romp van de korenmolen aan het Boterdiep staat er nog. Korenmolen Hunsingo is geheel gerestaureerd.

Het kantongerecht

Onderdendam had in 1763 al een rechthuis voor de rechtstoel Menkeweer, waaronder ook het kerspel Huizinge viel.

In 1803 werd Onderdendam de hoofdplaats van het nieuwe drostambt en van de jurisdictie van het Hunsingokwartier. De drost bleef in Groningen wonen, maar de nieuwe secretaris werd verplicht zich in Onderdendam te vestigen. Hij liet een dubbel herenhuis aan de Middelstumerweg bouwen en werd in 1813 de eerste notaris van Onderdendam.
De zittingen vonden aanvankelijk plaats in de buitenlucht, op een onverhard dorpsplein. De herbergier die het oude rechthuis met de bijbehorende herberg (Middelstumerweg 1) had overgenomen, stelde daarop zijn woning aan de Warffumerweg ter beschikking. Deze woning werd in 1804 uitgebreid met een nieuwe rechtszaal met achter de balie een publieksruimte; in de vroegere woning kwamen afzonderlijke kamers voor de fiscaal (officier van justitie) en de advocaten, alsmede een hok voor de deurwaarder. Boven de ingang van het rechthuis aan het dorpsplein prijkte een wapenschild met het bijschrift 'Rechthuis van Hunsingo'; daarboven een beeldje van Vrouwe Justitia.
Tot 1811 was in het 'Regthuis' aan de Warffumerweg 2 "De Rechtbank van eerste aanleg" en de belastingdienst gevestigd.
De tegenover gelegen herberg aan de Middelstumerweg 1 diende als wachtkamer en gevangenis. Dit gebouw is nu een rijksmonument.

Bij de inlijving van Nederland bij het Franse keizerrijk in 1811 werd de rechtbank opgeheven. Het rechthuis diende vervolgens tot vergaderplaats voor het plaatselijke bestuur van Bedum en het vredegericht van Middelstum; bij het gebouw werd een stalling voor 80 tot 100 paarden gebouwd.

Vanaf 1838 zat in Onderdendam een kantongerecht voor de rechtspraak in het Hunsingokwartier. Het was een samensmelting van de vredegerechten van Middelstum en Winsum, die in de Franse tijd waren gesticht.
De oude rechtszaal werd hiervoor in gebruik genomen en het gemeentebestuur verhuisde daarom opnieuw naar de herberg. De herberg werd daarna grondig verbouwd; de gevangenis werd in 1843 opnieuw ingericht. Nadat het gemeentebestuur in 1852 naar Bedum verhuisde, bleef de herberg als wachtkamer voor het kantongerecht dienen.

Het rechthuis werd rond 1877 vernieuwd en voorzien van een doorrit; het kantongerecht verhuisde tijdelijk naar de bovenzaal van de herberg. De verkoop van drank aldaar werd echter als hinderlijk beschouwd. De minister van justitie ging na lang aandringen in 1883 akkoord met de bouw van een nieuw gebouw aan de Bedumerweg 48, dat in 1885 werd geopend. De gemeente stelde de grond daarvoor gratis ter beschikking. De kastelein doopte zijn logement vervolgens om tot 'Het Wapen van Hunsingo' (tot 1903), terwijl de rechtszaal bekend bleef staan als 'Het Oude Regthuis van Hunsingo'. Het wapenschild uit 1804 verhuisde later naar de nieuwe verbindingsgang van het (voormalige) Waterschapshuis.

Van 1838 tot 1877 was Onderdendam het tweede kanton van het toenmalige arrondissement Appingedam. Van 1877 tot 1934 was het het vierde kanton van Groningen. Nadat het kanton de grote herindelingsoperatie in 1877 had overleefd, kwam er in 1934 toch een einde aan zijn bestaan en ging op in het kanton Groningen.

Hervormde kerk

Ondanks de economische status van het dorp werd Onderdendam pas in 1828 een zelfstandige kerkelijke gemeente. Kerkelijk viel het onder het kerspel Menkeweer en de bewoners gingen in Bedum, Onderwierum of in Menkeweer naar de kerk. De hervormde kerk verrees in 1840, waardoor de twee buurten Onderwierum en Menkeweer werden samengesmeed. De kerken in deze twee plaatsen werden afgebroken. In de hervormde kerk van Onderdendam staan o.a. nog een aantal oude grafstenen, een avondmaalstafel, een oude sleutel en doopbekken uit 1651 uit deze kerkjes.

In de kerk van Onderdendam bevindt zich een orgel van G.W. Lohman.

De gereformeerde kerk is in 1932 naar ontwerp van A. Wiersema gebouwd.

Lutje n Hoag

Onderdendam had het kantongerecht, was een tijdlang de hoofdplaats van Hunsingo, en later, in het begin van de 19e eeuw werd Onderdendam aangewezen als zetel van de gemeente Bedum en als hoofdplaats voor de rechtspraak van het Hunsingokwartier.

Hierdoor zouden hier vele rechters, griffiers en advocaten komen wonen. Het had de notaris en ook het waterschap Hunsingo werd in 1838 in deze plaats in het midden van het Hogeland gevestigd. De schitterende herenhuizen langs het water zijn nog stille getuigen van deze bloeitijd.

De plaats was dus van belang in de regio en had daarom als bijnaam: Lutje n Hoag (Klein den Haag). Nu is alles vertrokken, het waterschap (Noorderzijlvest) verliet in juni 2001 als laatste het dorp.

In de tweede helft van de 19de eeuw maakt het spoorwegennetwerk in het noorden van Groningen een einde aan de bedrijvigheid van de trekschuit. Ook werden steeds meer verharde wegen aangelegd waar het vervoer over plaats vond. En als Bedum wel, maar Onderdendam geen station krijgt komt er een einde aan de economische ontwikkeling van het dorpje. De bedrijvigheid in Onderdendam werd steeds minder totdat uiteindelijk de detailhandel en de cafés uit het dorp verdwenen.

Gaswinning

Onderdendam ligt in het gebied dat te lijden heeft van aardschokken en bodemdaling als gevolg van gaswinning. Een rijksmonument, de herenboerderij De Haver uit 1894 van het Oldambtster type aan de rand van het beschermde dorpsgezicht, werd door schade onbewoonbaar verklaard en om die reden opgekocht door de Nederlandse Aardolie Maatschappij en een instantie van de Rijksoverheid gezamenlijk.

Toerisme

Steeds meer keert de horeca terug in dit dorp. Zo is er ook elk jaar het Scheepsjoag'n, een dorpsfeest met als onderdeel het scheepsjoagen, zoals het vroeger ook daadwerkelijk gebeurde door dit dorp.

Schimpnamen voor de inwoners: Poepen, Peerdevillers, Peerdeslachters, Peerdrieders en Peerdekeutels.

Bronnen

• 'Onderdendam: van dam in de wildernis naar herberg langs het water: de samenhang tussen de
ontwikkeling van het landschap en het dorp' - (masterscriptie Mirjam de Boer, 2019, RUG.nl)
Beschermde gezichten - archisarchief.cultureelerfgoed.nl
www.zoastwas.nl
Menkeweer historische begraafplaats


Pageviews vandaag: 5.