Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 09-08-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

onderaardse gang Zuidbroek

Er zou in Zuidbroek een onderaardse gang van de Petruskerk naar de Galgenweg (voorheen Kleiweg) lopen waar misdadigers gegeseld en opgehangen werden. De geestelijken die aan de veroordeelden bijstand moesten verlenen in hun laatste uur, begaven zich dan door deze gang naar het zogenoemde Galgenbosje.

Volgens een andere overlevering zou voor in de kerk, waar het avondmaal wordt gebruikt, de toegang naar de onderaardse gang moeten zijn geweest. Men zou ooit het begin van de gang vanuit de kerk hebben opgegraven, maar men kon niet ver in de gang komen, want de kaarsen waaiden steeds weer uit. Die gang zou liggen onder de Heiligelaan tot even voorbij Vredenburg, waar vroeger Waalkens heeft gewoond en dan naar de rechterkant van de weg, waar twee huizen met een molen stonden. In het tweede huis woonde vroeger Jan Kroes. Daar loopt die gang naar toe, want daar heeft vroeger een klooster gestaan. Bij dit klooster hoorde ook een begraafplaats, genaamd de Hoogte. Bij dat huis van Jan Kroes was een put met een grote steen waar je als kind niet over mocht kijken. Daarvan werd dan gezegd dat alle kinderen die geboren werden daarin werden verdronken.

In de eerste helft van de 20e eeuw ontstond er een gat in de Heiligelaan; daarin werd een bewijs gezien van het bestaan van onderaardse gangen. In werkelijkheid kunnen deze er eigenlijk niet zijn geweest. Dat kon in die grond niet, waar de waterstand zo hoog was. Elke gang zou spoedig ingestort zijn.

De ondergrondse gang van Zuidbroek naar Noordbroek
Dou de Kezakken in 't laand kwammen, trokken ze vot liekbendig op Zubrouk aan. Doar ston ôl Dröstenbörg ja, doar zoveel Franzen in laggen. Ook wazzen doar 'n haile troep Franse kemiezen. Ze haren 'n groot woord vuierd in noam van Napoleon, mor dij haar 't spulo verloren in Ruslaand en nou haren zien onderdoanen niks meer te koop. Nou mozzen ze heerhôllen.
Lopen, zo hèje 't nog nooit zain, mor de lutje pitjes van de Kezakken konden nog veul haarder.
Gain minsk haar medelieden mit dij Franzen, op ain ôld wiefke noa. Dat kwam, ain van dij jonge Franzen dij leek net op heur klainzeun, dij mit in oorlog was. Zo gong 't heur aan 't haart, dat Kezakken mit broes op mond 't mes al kloar harren.
Zai het aan de Franzen de onderoardse gang wezen. De soldaten en kemiezen der in, in heur benaauwdehaid aal moar wieder, net zo lank dat ze der hail bie Noordbroukster kerk weer oet kommen binnen. Doarvandoan hebben ze moakt, at ze in Delfsiel kwammen; Kezakken wazzen 't spoor biester.Van Delfsiel oet hebben dei aigenste Franzen ons volk nog 'n bult te doun moakt.

Van de boerderij "De Kloosterploats" wordt beweerd, dat hij vroeger een "grangium" (voorwerk) van het grijzemonnikenklooster van Termunten is geweest. Rond deze plaats is de legende ontstaan, dat van hier uit een onderaardse gang moest zijn naar de kerken te Zuidbroek en Meeden.

Er gaat ook een verhaal rond dat er vanaf een niet meer bestaand klooster nabij het Papendiep een gang liep naar Zuidbroek.


Pageviews vandaag: 5.