Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 14-09-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Oldambster boerderij

Bij de Oldambster boerderij liggen woonhuis en schuur in elkaars verlengde onder een nok. Het woonhuis is meestal smaller dan de schuur. Via een aantal sprongen, die hier krimpen worden genoemd, bereikt het woonhuis vanaf de hoge voorgevel de veel lagere dakvoet van de schuur. De boerderij is voorzien van kelders en zolders waar het geoogste graan werd gedroogd.


Oldambster boerderij, Zuiderstraat 71, Noordbroek. Het kanaal rechts van de boerderij is het Buiten Nieuwe Diep.

De zoldervloer werd gemaakt van dikke planken, waardoor het gewicht van de graanlast zonder problemen werd gedragen. Het gebint, een skelet van houten balken, zorgt bij deze boerenschuren voor genoeg evenwicht. De meeste Oldambster boerderijen beschikken over een slingertuin, die vaak naar Engels voorbeeld zijn aangelegd.

De opmars van de Oldambtster boerderij begint rond het eerste kwart van de 18de eeuw vanuit Oost-Friesland. Hier ontwikkelde zich uit het langhuis een boerderijmodel dat aanvankelijk bestond uit een grote schuur waar voor in de hoek, voor de koestal, een woning was ingebouwd.
In een volgend stadium bouwt men midden voor de schuur een woonhuis dat door een gang over de hele breedte van deze schuur is gescheiden.

In het begin van deze ontwikkeling hield men het voorhuis lager dan de schuur, maar al gauw gaat men er toe over om alles onder één nok te brengen. Hierdoor ontstaat boven de woning een grote zolderruimte die gebruikt werd voor de opslag van zaad. Om voldoende daglicht in het voorhuis te krijgen trok men hier de gevels hoger op. Zo kon men hier hoge vensters plaatsen. Via een aantal sprongen, die hier krimpen worden genoemd, bereikt de hoge voorgevel de veel lagere dakvoet van de schuur.

De voorgevel is uitgevoerd als tuitgevel. Dat wil zeggen dat men de gevel ter plaatse van het dak met een rollaag of vlechtwerk beëindigt en de gevel bekroont met een schoorsteen.

Karakteristiek voor de Oldambtster boerderij zijn de vaak meerdere rijen zaadvensters boven elkaar ter plaatse van de zaadzolder.

Het voorhuis is bijna altijd onderkelderd. De grote kelder diende zowel voor huishuidelijk gebruik als voor melkkelder. Bij de Oldambtster boerderij vindt men voor in de schuur dan ook geen melkverwerkingsruimte. Hier loopt de deel door tot aan de voorgevel. In de krimp zijn ook dubbele uitrijdeuren aangebracht, die men bij de kop hals romp boerderij nooit zal vinden. Als de krimp te smal is worden de voordeuren ook wel in de zijgevel geplaatst.

Voor het overige komt de opzet en indeling van de schuur sterk overeen met die van de kop hals romp. Omdat in het Oldambt vroeger dan op het Hogeland het accent op de akkerbouw kwam te liggen is de stalruimte hier vaak beperkter. Zo staan de paarden hier op het benedeneind van de koestal, zodat midden achterin de schuur een extra gebintvak voor de oogstopslag beschikbaar is.

Door zijn praktische indeling genoot de Oldambtster boerderij een grote populariteit als gevolg waarvan dit boerderijtype een ruime verspreiding ook buiten Groningen kent. In de Groningse en Drentse en vaak ook Overijsselse veenkoloniën is de Oldambtster dé boerderij. Op het Hogeland maakt de Oldambster vanaf 1850 furore.

De Oldambtster boerderij met dwarshuis

Bij de verdere ontwikkeling van de Oldambtster boerderij zijn vooral de veranderingen aan het woongedeelte opvallend. Onder invloed van de classicistische modes wordt bij verschillende boerderijen de tuitgevel vervangen

voor een wolfseind. Later door een nog lager dakschild waardoor de groot rondom het voorhuis op één hoogte kon doorlopen.

Ook in de gevelarchitectuur werd een bij de mode passende klassieke symmetrische indeling nagestreefd. Zo ontstaat het model met de voordeur in het midden in combinatie met een vaak opgesierde middenpartij, aan weerszijden twee vensters voor de woonkamers, een rij zaadvensters en dan het eindschild van het dak.

Om nog een duidelijker front te bewerkstelligen plaatste men ook hier, net als bij de kop hals romp boerderij, het voorhuis dwars voor de boerderij. Het Oldambtster dwarshuis heeft echter enkele typisch eigen kenmerken. Het staat bijvoorbeeld altijd midden voor de schuur en nooit terzijde, het is bijna altijd een hoog voorhuis waarbij de nok op dezelfde hoogte ligt als die van de schuur.

De Oldambtster boerderij met villa

Een laatste stap in de geschiedenis van de Oldambtster boerderij betreft de vervanging van het voorhuis voor een villa. In tegenstelling tot het Hogeland, waar een vrijere situering algemeen is, blijft men hier ook de villa bijna altijd recht midden voor de boerderij situeren. De opzet blijft daarmee in principe overeind alleen de uiterlijke verschijning verandert drastisch. De villa's worden opgetrokken in de bouwstijlen zoals deze van het einde van de 19de eeuw tot WO-II in de mode waren. Een gemeenschappelijk kenmerk van de boerderijvilla's is bijna steeds de grote omvang ervan, waarbij sommige zelfs uitgroeien tot ware kasteeltjes.


Eerste pageview van vandaag: 1