kunstbusgroningen

Lexicon Kunstbus Groningen

Dit artikel is 23-01-2022 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

noordelijk humanisme

De literaire vormen (brieven, oraties, gedichten in antieke versvorm) en de daarin uitgedrukte gedachten en mentaliteit die in Italië tot ontwikkeling waren gekomen en vandaar doordrongen in een gebied dat Noordoost-Nederland en Westfalen omvatte. In het noordelijk humanisme zoals dat door Rudolf Agricola in de vijftiende eeuw werd voorgestaan, staan niet dogmatisch geloof, maar weldenkendheid en menselijke waardigheid centraal.

Het noordelijk humanisme legde het accent op ethiek (= juist handelen), streven naar tolerantie en verdraagzaamheid. Denk aan Thomas More (1478-1564) en (Desiderius) Erasmus (1469-1536). De humanisten uit de eerste periode stonden kritisch tegenover godsdiensten, maar ze waren er niet per se tegen.

Het noordelijk humanische kwam vooral tot uiting in steden (scholen in Groningen, Deventer, Kampen, Münster), enkele geestelijke instellingen, zoals kapittels (Münster en Deventer) en kloosters (Aduard) en in enkele aristocratische families (Spiegelberg te 's-Heerenberg en Ewsum in Middelstum).

Zie ook Aduarder Kring.

Toneel op school - noordelijk humanisme

Uit proefschrift door Jacobus Reinier de Vroomen.
Voor de beeldvorming van het noordelijk humanisme is de visie van de negentiende-eeuwse Zwitserse historicus Jacob Burckhardt heel lang bepalend geweest. Burckhardt is de schepper van de receptie-theorie. Aanhangers van
deze theorie verklaarden het ontstaan van een Noord-europees humanisme vrijwel geheel als een vorm van navolging van het Italiaanse voorbeeld. Spitz merkt op dat strijdbare negentiende-eeuwse liberalen het humanisme zagen als een vroege vorm van de Verlichting, een eerste breuk met de kerkelijke orthodoxie. "They tried to fit Roman togas on German patricians and build marble forums in the market places of Gothic cities."
De receptie-theorie werd bestreden door de 'revisionisten'. De revisionisten benadrukten het autochtone karakter van het noordelijk humanisme, dat organisch zou zijn voortgekomen uit het middeleeuwse verleden. Spitz wijst
op een studie uit 1924 van Albert Hyma die de volgelingen van Geert Groóte, de Broeders des Gemenen Levens, de basis noemt van het noordelijk humanisme.
De revisionisten schiepen een nieuwe vertekenende eenzijdigheid. De uitspraak dat de waarheid in het midden ligt, klinkt als een cliché maar benadert wel de huidige visie. Beeldend is de formulering van Hartnoll: "De invloed van het humanisme verspreidde zich vanuit Italië in een serie schokgolven naar de uiterste kusten van Europa maar met een vertraging die de kracht van het schokeffect iets verminderde en een verdergaande assimilatie met de oorspronkelijke cultuur toestond."
Van meer zijden is erop gewezen dat het noordelijk humanisme minder aristocratisch was dan het Italiaanse. Maassen schrijft in zijn dissertatie over het Duitse humanisme dat een zekere koopmansgeest "das Verhältnis zu Gott und zur Kultur in der Reformation und im Schulhumanismus massgebend bestimmten."
Het noordelijke humanisme zou, zo schrijft hij, in afwijking van het Italiaanse, een meer economisch burgerlijke signatuur dragen. Spitz wijst er in dit verband op dat het Italiaanse humanisme met name bloeide aan de vorstelijke hoven.
De klassieke oudheid had voor de noordelijke humanisten ook niet die allesbepalende betekenis die het voor de Italianen had.
Het noordelijk humanisme was ook godsdienstiger georiënteerd dan het Italiaanse. Het epitheton 'paganistisch' waarmee Burckhardt het Italiaanse humanisme karakteriseert, mag echter gedateerd genoemd worden."
De verschillende 'aard' van Italianen en Noordeuropeanen in onze tijd lijkt te corresponderen met het verschil in geest tussen het zuidelijk en noordelijk humanisme. Italianen hebben meer de naam levensgenieters te zijn dan
Duitsers, Nederlanders of Engelsen. "Het intens willen leven, het willen zien van alles wat de aarde heeft, met als rem het maat-houden van de klassieken past meer bij het Italiaanse dan bij het Duitse humanisme."
De grootste humanist van het noorden, Erasmus, bleef een Nederlander, of als men wil, een Noordeuropeaan. Een Italiaan is Erasmus nooit geworden. "Het Italiaanse humanisme was hem te los, te wereldlijk, te weinig godsdienstig en hij heeft nooit Italiaans willen leren."

Websites:
• http://repository.ubn.ru.nl/bitstream/handle/2066/145756/mmubn000001_178911828.pdf

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.