Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 27-04-2020 voor het laatst bewerkt.
Twitter: Tweet Follow Tweet naar over
Facebook:

Of mail uw vraag of opmerking over dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Noordbroek

Het voormalige kerspel Noordbroek (Gronings: Noordbrouk) is een voormalige gemeente en Nederlands wegdorp, ontstaan in de hoge middeleeuwen (zo tussen 1000 en 1200 n.Chr.), op een dekzandrug op de westelijke grens van het Oldambt met ten oosten de kleiafzettingen van de Dollard en ten westen het oude veen- en zandlandschap. Het ligt 20 km ten oosten van de Stad Groningen, aan de oostgrens van Slochteren, ten N.O. van Hoogezand-Sappemeer, ten noorden van de A7 en ten westen van de N33. In 2019 had het 1.880 inwoners.



In de 19de eeuw bouwde men in het langgerekte dorp diverse grote boerderijen en aan de zuidzijde haaks daarop aan de Havenstraat en Scheemderstraat linten landarbeiderswoningen. Van 1910 tot 1934 had het dorp een spoorwegstation aan de spoorlijn Zuidbroek-Delfzijl van de Noordoosterlocaalspoorweg-Maatschappij. Na de Tweede Wereldoorlog kwam ten noordwesten van de kruising Havenstraat/Hoofdstraat nieuwbouw tot stand.

Onder Noordbroek vallen Stootshorn, Korengarst en Noordbroeksterhamrik, alsmede de voormalige buurtschappen Noordbroeksterveen, Veenhuizen, Westfalen en Zuiderveen. In het buitengebied onderscheidde men verder Zuiderklei (tegenover Zuiderveen), Evenreiten, Bovenland, Bovenmeerland en De Kampen. De eerste drie buurtschappen vormden sinds 1660 het kerspel Noordbroeksterhamrik.



Vanaf 1811 tot 1 juli 1965 was Noordbroek een zelfstandige gemeente. Daarna vormde Noordbroek met Zuidbroek de gemeente Oosterbroek, die in 1989 fuseerde met Muntendam en Meeden tot de gemeente Menterwolde. Menterwolde fuseerde later weer met Slochteren en Hoogezand-Sappemeer (Gorecht) tot de gemeente Midden-Groningen.

Bedrijvigheid in Noordbroek



Kunst




Overnachtingen



Bezienswaardigheden



Geschiedenis gebied Noordbroek


Een groot deel van de tekst in dit artikel is ontleend aan de scriptie 'Noordbroek - een interdisciplinair onderzoek naar de vorming en ingebruikname van de kleilanden in de 15e en 16e eeuw' van A.F. (Annelies) Vermue. Een aanrader voor wie in het ontstaan van Noordbroek geïnteresseerd is.

Noordbroek is een veenontginningsdorp ontstaan in de tiende of elfde eeuw, dat vermoedelijk vanaf de oevers van enkele stroompjes (met name de Oude Ae) is ontgonnen. Aan het einde van de middeleeuwen sprak men over het dorp Nortdabrock. Het woord -broek in de naam verwijst naar de bodemgesteldheid: moerassige grond. Het dorp lag tot ongeveer de 14e eeuw verder naar het oosten, maar vanwege wateroverlast en stormvloeden zocht men steeds hogere grond op. Omdat ook de lagere delen van Noordbroek, waar een kleilaag ontstond door afzettingen van de Dollard, bewoond zijn gebleven werden de bewoners ook wel spottend Woddels (wortels), Woddelkoppen of Woddelkappen genoemd.

Hoogveen
Oost-Groningen en het hedendaagse Oldambt bestonden voor een groot deel uit hoogveengebied. Na de laatste ijstijden vanaf 11.800 jaar geleden begon het Holoceen, de ijskappen ten noorden van Nederland smolten en de zeespiegel en het grondwater stegen. Vooral in depressies in de pleistocene ondergrond op plekken waar het water moeilijk weg kon komen begon het veen vanaf 8000 jaar geleden te groeien. Eerst ontstond laagveen gevoed door het grondwater, daarbovenop kon hoogveen ontstaan dat gevoed werd door neerslag. Het stijgende zeewater bemoeilijkte de afvoer van het grondwater en langs de Eems was door aanslibbing een oeverwal ontstaan die de ontwatering van het binnenland tegenhield waardoor het gebied nat bleef. Onder andere in het Hunzedal heeft zich zo een enorm hoogveenpakket gevormd dat ook Noordbroek bedekte.

prehistorische bewoning
Tijdens het Weichselien leefden de Neanderthalers als nomaden in Europa, levend van de jacht. In deze periode was de invloed van de mens op het landschap zeer beperkt. Toen echter rond 3000 v. Chr. de landbouw opkwam, nam de invloed van de mens toe. De bewoningsgeschiedenis werd in eerste instantie nog wel bepaald door de natuurlijke omstandigheden in een gebied. De veengroei van de duizenden jaren daarvoor had ook in het gebied van de Dollard tot uitgebreide moerassige veencomplexen geleid, waardoor de eerste bewoningsmogelijkheden werden begrensd tot de randen van de beekdalen en zandruggen.

De Oude Ae
In de omgeving van Noordbroek en Zuidbroek zijn vooral rond het voormalige beekdal van de Oude Ae, op een uitloper van de zandrug van Noordbroek, een aantal vondsten gedaan uit het Mesolithicum (de periode na het aflopen van de laatste ijstijd ca. 10.500 v.Chr.) Deze locatie was aantrekkelijk voor de prehistorische mens, aangezien er vruchtbare Eemsklei werd afgezet via het geulensysteem van de Eems, waartoe de Oude Ae hoort. Prehistorische sporen jonger dan late bronstijd-vroege ijzertijd (ca. 800 v.Chr.) zijn echter niet aanwezig, mogelijk heeft de getijdenwerking van de Eems de bewoning weggejaagd.

Het stroomdal van het (veen)riviertje de Oude Ae verloopt vanaf de bron het bourtangermoeras, het hoogveengebied ten westen van Wildervank onder Veendam, in noordoostelijke richting. Het gebied ten oosten van Zuidbroek-Uiterburen boven Muntendam valt onder het benedenstroomse gedeelte van de Oude Ae en wordt ook wel de Munter Ee genoemd. De Munter Ee mondde uit in de Eems bij het Noordelijk gelegen Termunten. De ligging van de Oude Ae heeft veel invloed gehad op de bewoningsgeschiedenis van het omliggende gebied en later op de verkavelings- en kerspelgrenzen. De oeverwal van de Oude Ae speelde ws. ook een belangrijke rol als de basis van waaruit het veengebied werd gekoloniseerd.

Vroeg-middeleeuwse bewoning
De eerste veennederzettingen in het Oldambt dateren uit de 9e en 10e eeuw na Chr. Er begonnen zich langs de oevers van de Eems boeren te vestigen. De bewoning bevond zich over het algemeen op de randen van de beekdalen en zandruggen van het stroomgebied. Er was sprake van een agrarische samenleving waarbij in het Wold-Oldambt op de hogere gronden vooral rogge werd verbouwd. De lage en natte gebieden werden gebruikt als hooiland en weide. Er wordt verondersteld dat er zelfs al aan grondverbetering werd gedaan om het veen geschikt te maken voor de akkerbouw, dit gebeurde door het veen met zand te vermengen. De afvoer van het veenwater gebeurde via de beken en riviertjes, zoals de Oude Ae die afwaterde in de Eems. Door het ontginnen van het land droogde de inmiddels hooggelegen veenbodem echter uit waardoor de bodem inklonk en dus daalde waardoor het land te nat werd. Zij moesten daarom steeds verder landinwaarts om hoger gelegen gebieden te ontginnen.

Uiteindelijk bereikten zij zo de hoog gelegen zandrug waarop nu de dorpen Noordbroek en Zuidbroek liggen. Deze rug was eerst ontstaan tijdens het Saalien, de voorlaatste ijstijd 370.000-130.000 jaar geleden, door een opstuwende landgletsjer. Tegen de ruggen aan van deze nog lage stuwwallen rondom het Dollardgebied van keileem -een mengsel van zand, klei en leem- werd in de daaropvolgende ijstijd, het Weichselien van 115.000 tot 10.000 jaar geleden, door wind aangevoerd zand gedeponeerd dat kwam uit de drooggevallen rivierbeddingen en Noordzeebodem. Op de zogenoemde dekzandrug van Broek lag maar een dunne laag veen waardoor de vernatting uitbleef toen door ontwatering het laagje veen begon in te klinken.

Vloedgolven
Inmiddels was de monding van de Eems veranderd waardoor bij noordwester stormen het zeewater steeds hoger kon worden opgestuwd tegen de oeverwal. Politieke onmin zorgde ervoor dat het onderhoud van sluizen en dijken werd verwaarloosd. In 1287 heeft een aantal grotere en kleinere stormvloeden de oeverwallen doorbroken en de laagste delen van het Wold-Oldambt gebied onder water gezet. Allengs ontstond zo het steeds grotere zeegat: de Dollard. Het pakket zeeklei dat het huidige Oldambt bedekt is dus gedurende de middeleeuwen afgezet tijdens de verschillende uitbraken van de Eems.

Korengarst
Bij vloedgolven hielden nu alleen de bewoners van Korengarst (bij Noordbroeksterhamrik) dat op een hoger gelegen gebied ten noordwesten van Noordbroek lag nog droge voeten. Men denkt wel dat hier de voorloper van het dorp Noordbroek ligt en daar ook nog ergens de fundamenten van een eventuele voorloper van de Hervormde Kerk van Noordbroek begraven liggen. Over een eerdere kerk is niets bekend, wel zijn er aanwijzingen dat die er geweest kan zijn. Er zou een oud kerkhof aan de Pastorieweg zijn. Daarnaast zijn er aanwijzingen voor een ouder kerkgebouw te Rommelskerken bij Korengarst.

Er is niet heel veel bekend over de Middeleeuwen. Er zijn geen eenduidige sporen van steenhuizen. Wel bevond zich vermoedelijk een steenhuis aan de Grachtlaan. Dit zal de woonplaats van ene Remben Gockinga zijn, die in 1441 genoemd wordt. In de 17e eeuw bevond zich hier een huis dat men Bouckenberg noemde.

In 1401 koos Noordbroek partij voor de Gockinga's en werd hierom bestraft. Er volgende plunderingen van boerderijen en de kerk werd in brand gestoken. Er werden vijf gouden schrijnen gestolen en de miskelken en kazuifels vielen prooi aan de vlammen.

Cosmas en Damianusvloed
Bij de Cosmas en Damianusvloed in 1509 werd de verste uitbreiding van de Dollard bereikt en was dus het grootste gebied bedekt met water. Hierbij werd een dik pakket Dollardklei afgezet. Dit was echter niet de laatste overstroming die de Eems heeft gehad. Gedurende de zestiende en zeventiende eeuw zijn er meerdere uitbraken geweest, al dan niet gepaard gaande met dijkdoorbraken.


De kaart geeft in lichtgroen het bereik van het Dollardwater bij de Cosmas- en Damianusvloed van 1509. Dit was de grootste uitbraak van de Eems en overstroomde het Duitse Reiderland en nagenoeg het gehele Oldambt. Na 1540 begon men met bedijken. De stippellijnen geven oude, verdwenen Dollarddijken aan, de dikkere lijnen geven de binnen- en buitendijken aan.

Oldambt
Het Oldambt kon onderscheiden worden in het noordelijk gelegen kleigebied klei-(of 't Kleine)Oldambt en het meer zuidelijk gelegen veengebied Wold-(of Groote)Oldambt. Noordbroek bevindt zich in het Wold-Oldambt. Deze begrenzing binnen het Oldambt gaf naast een bodemkundig verschil, ook een verschil in rechtsgebied aan. Tot het jaar 1444 hadden de twee Oldambten beide hun eigen rechtspraak. In het Klei-Oldambt werd dit uitgeoefend door het adellijke Houwerdageslacht, in het Wold-Oldambt door het adellijke Gockinga-geslacht. Op deze manier oefenden deze hovelingen hun macht uit in het gebied. Echter, na het overlijden van Eppo Gockinga in 1444 eigende de stad Groningen zich de rechtspraak 'in de streek bij de Dollard' toe.

Hoewel er aanwijzingen zijn voor vroegere, kleinschalige heroveringen op het water, werd er na 1540 grootschalig begonnen met de bedijking van het Oldambt. De dorpen aan de Dollardrand kennen op dat moment twee landschappen, aan de noordwestzijde het oude veen- (en zand)landschap, aan de Dollardzijde (oost) het nieuwe kleilandschap dat in cultuur wordt gebracht. Noordbroek is zo'n dorp dat op de grens van de twee landschapstypen komt te liggen. De noord-zuid georiënteerde zandrug waarop het dorp zelf gelegen is, kan gezien worden als de grens. Tot aan de ruilverkavelingen in de jaren '70 en '80 van de vorige eeuw, waren de verschillen tussen de twee landschapstypen nog goed zichtbaar in het landschap.

Een korenmulder wordt genoemd in 1548.

Noordbroek
Een kerspel is de middeleeuwse benaming voor kerkgemeenschap of parochie en omvat een afgebakend gebied. Een kerspel behoorde toe aan een bisdom. Ook Noordbroek was een Kerspel. De kerspelen Noordbroek, Zuidbroek, Eexta, Scheemda, Nieuw Scheemda behoorden tot het bisdom Münster. De kerspelen Sappemeer, Slochteren, Schildwolde, Hellum en Siddeburen ten noorden en westen van het kerspel Noordbroek behoorden tot het bisdom Osnabrück. De Siepsloot ten noorden en westen van Noordbroek was een natuurlijk gevormde grens tussen de bisdommen van Münster en Osnabrück. Toen in 1559 het bisdom Groningen werd ingesteld, viel het kerspel Noordbroek niet meer onder het bisdom Münster maar onder het bisdom Groningen (zoals alle kerspelen in de tegenwoordige provincie Groningen).

Het Noordbroekstermeer werd omstreeks 1612 drooggelegd.

Al in de 17e eeuw had Noordbroek twee scholen, één aan de rand van het kerkhof en één midden in het dorp voorzien van een eigen klokkentoren. Later had het dorp ook een eigen rechthuis.

Noordbroek had meerdere buitenplaatsen. De oudste was Veenhuizen in Stootshorn. Deze werd genoemd rond 1650 en achtereenvolgens eigendom van de families Van Hoorn, Munninghe, Van Sijsen en Gockinga. De uitgestrekte bossen en waterpartijen waren nog in de negentiende eeuw voorhanden. Daarnaast bevond zich aan het begin van de Oosterstraat het 'Noorderhof' van de familie Wolters en bezat de familie Veenkamp omstreeks 1750 een buitenplaats met zware eikenbomen, iepen en essen.

Noordbroek telde in de achttiende eeuw tien buurtgilden, waaronder Broodhörn, Achteromshörn, Pijpkergilde, Torengilde en Moushörn. De eerste betrof een buurtje aan de weg naar Zuidbroek, de laatste een buurtje ten noorden van de kerk.

In de achttiende eeuw werd de ontginning van het hoogveen voortvarend ter hand genomen. Niet alleen Stootshorn ontwikkelde zich tot een klein dorpje, ook op het Zuiderveen werd - tenminste vanaf 1761 - een tiental huizen gebouwd, die meest na 1950 weer zijn verdwenen. De bebouwing volgde een laatmiddeleeuws veendijkje (Lutke Borg) langs de Burgsloot, die vanaf de Sijpe vermoedelijk doorliep in de richting van Zuidbroek.

De gronden rond Noordbroek werden al vroegtijdig bemalen. Op het grondgebied van Noordbroek ontstonden de waterschappen Westerschemolenpolder (1798, gedeeltelijk), Evenreitstermolenkolonie (1799), Roodetilsterpolder (1799), Noordermolenkolonie (1801), Korengarst (1804/1894), Legemeedsterpolder (1842), De Bolderij (1863), Stootshorn (1885), De Kampen (1884/1888) en Waterkampen (1889).

Vanaf 1910 had Noordbroek een spoorwegstation aan de spoorlijn Zuidbroek-Delfzijl, dit was echter van korte duur, in 1934 werd het weer opgeheven.

In 1962 vonden in de omgeving de eerste aardgasboringen plaats.

Bronnen:
Noordbroek - een interdisciplinair onderzoek naar de vorming en ingebruikname van de kleilanden in de 15e en 16e eeuw - A.F. (Annelies) Vermue

De verhalen van Groningen

Monumenten in Nederland. Groningen(1998)


Pageviews vandaag: 5.