Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 17-08-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Nieuwjaar

Nieuwjaar is de dag waarop het begin van het nieuwe jaar wordt gevierd. Vanouds gevierd met veel eten (nieuwjaarskoeken, spekkendikken bijv.) en drinken en het maken van lawaai. Oudejaarsavond (ook wel: Silvester of silvesteravond, vernoemd naar de heilige paus Silvester) wordt jaarlijks gevierd op de laatste dag van het jaar. Het is een avond van gebak (nieuwjaarskoeken (kniepertjes in het nieuwjaarsijzer gebakken), spekkendikken of oliebollen) en lawaai. Oudejaarsavond en de daarop volgende nieuwjaarsdag(en) vormen samen oud en nieuw.

Hoe dichter klokslag twaalf nadert hoe meer schoten en knallen worden gehoord. Naar men zegt om de boze geesten te verdrijven. Vroeger schoten volwassenen met hun pistool of geweer, terwijl de jeugd holle sleutels, gevuld met kruid en een luciferkop (of kruit van luciferkoppen?) tegen de muur sloeg. Anderen haalden carbid bij de plaatselijke smid en zorgden in het bezit te komen van een stevige verfbus, waarin aan de onderkant een gaatje werd gemaakt. Een klein beetje carbid en wat spuug erin, een lucifer of kaars voor het gaatje in de bodem en de daarpvolgende ontploffing ging gepaard met een flinke knal. Ook werd om twaalf uur de klok wel geluid.
Een groot deel van de jeugd vermaakte zich met het slepen. Alles wat los op de boerenerven stond, zoals hooiwerktuigen, boerenwagens en sleden, werd weggesleept en elders, meestal op een plein verzameld. Landhekken waren vooral voor de jongere jeugd geliefde objecten. En overal loopt het verhaal dat men eens een boerenwagen uit elkaar genomen en op de vorst van een schuur weer in elkaar heeft gezet.
Het volksgeloof wil dat om twaalf uur de koeien op stal praten en dat Tussen ol en nij-joar ien / Is alle wodder wien.

Toen burgemeester Heerspink in 1897 in Noordbroek kwam, ergerde hij zich aan het klokluiden op Oudejaarsavond. En vooral aan de drinkpartijen die daarbij plaats vonden. Hij sprak er met de officier van justitie over. Die wilde wel militaire hulp toezeggen op voorwaarde dat de Schildwolder kerkvoogden hun toren ook gesloten hielden. maar die kerkvoogden waren daartoe niet bereid.

De mannen begonnen al vroeg op de nieuwjaarsmorgen met een bezoek bij de buren om hen het nieuwjaar af te winnen. Het ging erom, de eerste te zijn, die de ander een gezegend Nieuwjaar toewenste.

De boeren en boerinnen waren op nieuwjaarsdag thuis, want het was gewoonte dat dan de dienstboden en de vaste arbeiders met hun vrouw en kinderen werden onthaald op brandewijn en nieuwjaarsbollen (schoten of regelweggen). De mannen werden bij die gelegenheid een lange kalken pijp gepresenteerd. 's Middags aten ze gezamenlijk warm, een stamppot met een groot stuk spek of een fikse runderbra.

De kinderen bezochten (in het Westerkwartier tot 1950) de boeren in het dorp en riepen hen door de geopende achterdeur veel haail en zegen ien t nije joar toe. De goede wensen werden beloond met een stuk oude wijven, een paar rolletjes of oliebollen en meestal een of twee stuivers. wie op zijn fatsoen was gesteld, liet zijn kinderen alleen bij de naaste buren gaan. Arme kinderen liepen het hele dorp af met een kussensloop voor de koek, oude wijven, oliebollen en stuivers. Waren tenslotte de boeren in het dorp bezocht, dan grepen de kinderen nog eens de kans om nog enkele knallen te makenmet behulp van het overgebleven carbid van oudejaarsavond.

Ook volwassen mannen liepen tot in de 20ste eeuw wel langs de deuren om een gave. Zij zongen daarbij het zogenaamde Fivelgoër kerstlied:
Wilt achten, waarde huisman schoon,
Wat ik u zal verhalen,
Hoe dat Gos zijn eigen zoon,
Voor ons deed nederdalen, enz.

Vroeger liet de meester de kinderen onder schooltijd een nieuwjaarswens aan de ouders of grootouders schrijven. De leerling zette ieuw, aars en ensch op een velletje papier en de meester maakte daar mooie hoofdletters voor met bovendien nog enkele krullen in de hoeken. Zo'n versierde nieuwjaarswens kon luiden:
Daar ik heden met de pen
Nog niet vergevorderd ben,
Schrijf ik U voor de eerste keer
Deez' Nieuwjaarswensch voor u neer.
í Hoop dat God, zoo lang gij leeft,
U veel heeil en zegen geeft.

Een Noordbroekster die in 1882 geboren is, heeft als jeugdherinnering het volgende opgeschreven:
'Daags voor Nieuwjaar kregen alle kinderen een witte brood van de gemeente evenals de weduwen en weduwnaren. We moesten het halen van het gemeentehuis. Dan was het feest voor de kinderen.

Wij als kinderen liepen op nieuwjaarsdag bij de huizen om de mensen veel heil en zegen toe te wensen. Wij zeiden toen: neijoar oafwinnen. We kregen dan genoeg koek, oudewijven, oliebollen, knijpertjes en rolletjes.


Nieuwjaarsdag was een dag van eten en drinken, maar meest van drinken. De snikjongens liepen door het dorp op een hoorn te blazen. De boerenknechten en -meiden hadden al ver voor Nieuwjaar een fles jenever of brandewijn in huis gehaald. Daar kwam kandijgruis bij in en dan op Nieuwjaarsdag had iedere knecht of meid een fles in de zak. Die dag moesten de boeren of hun arbeiders maar melken. De dienstboden gingen des morgens na het eten al bij de weg. Zij dronken ieder toe uit hun fles. Dat ging de hele dag door tot de avond toe. Dan gingen de meesten feest vieren in het arbeidershuis. Daar waren dan zes of zeven paren bijelkaar. En dan maar eten en drinken tot de morgenstond. Ook de kroegen zaten overal vol. Het kroegje van Harm Hartman aan het Noordbroeksterdiep was de meest gezochte kroeg op Kerstdagen en Nieuwjaar.

Daags na Nieuwjaar, dus 2 januari, liep het hele dorp vol met Muntendammers, die de beter gesitueerden een gelukkig Nieuwjaar toewensten. Zij hadden zakken en kussenslopen bij zich en daar kwam van alles in: erwten, bonen, gort, aardappelen, alles door elkaar. Ze kregen niet vaak geld, want dat werd meestal direct omgezet in jenever. Het ging gewoonlijk goed tot een uur of twee in de middag. Dan waren de meeste mensen al dronken geworden en dan werden zij lastig. De politie kwam er dan bij, die hen over de grens naar Zuidbroek bracht. Daar kon de Zuidbroekster politie het zaakje overnemen en verder transporteren naar Muntendam.



Daags na Nieuwjaar liepen de oude vrouwtjes ook om de mensen een gelukkig nieuwjaar toe te wensen. Die hadden dan een blauwbonte zakdoek om haar hoofd. Dat ging zeker om medelijden op te wekken. Dan kregen zij bonen, erwten, meel, vet en soms een stukje spek bij de boeren. Het waren meest weduwvrouwen die op Nieuwjaar liepen. Mijn moeder heeft dat een keer gedaan in haar weduwentijd, maar ze zei: 'dat nooit meer'.'



Pageviews vandaag: 3.