Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 31-08-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Muntendammerdiep

Het Muntendammerdiep of Meedenerdiep (van meede; zie: made) is het kanaal gelegen tussen Veendam en het Winschoterdiep bij Zuidbroek. Het kanaal loopt van Muntendam naar het Winschoterdiep bij Zuidbroek; door het Meedenerdiep wordt het verbonden met het Westerdiep in Veendam.

Aangelegd tussen 1628-1637 om de waterafvoer uit de veenstreken niet meer door het Oldambt, maar langs het Stadsdiep (nu Winschoterdiep) en het Reitdiep op zee te lozen. Het kanaal is het enige niet gegraven kanaal ter wereld. In plaats daarvan zijn twee dijken aangelegd, waarbinnen het water zich bevindt. De bodemhoogte van het kanaal is dus gelijk aan de hoogte van het maaiveld van het omringende land.

Eeuwenlang lag Muntendam geïsoleerd tussen de Dollard en de veenmoerassen. Oorspronkelijk was het een veenontginningsdorp dat ontstond in de omgeving van een dam in het riviertje de Munter Ee. Na inbraak van de Dollard in de 15e eeuw raakte de bewoning geconcentreerd rond een natuurlijke zandhoogte. De aanleg van het Muntendammerdiep in 1637 verbrak het isolement van Muntendam.

Behalve Veendam en Zuidbroek liggen ook Muntendam en de twee streekdorpjes Tussenklappen en Tusschenloegen aan het kanaal. Tussenloegen, een buurt direct ten zuiden van Zuidbroek, ligt tussen de beide lougen (dorpen) Zuidbroek en Muntendam. De buurt Tussenklappen ligt ten zuiden van Tussenloegen en dankt zijn naam vermoedelijk aan het feit dat het tussen klappen (ophaalbruggen) gelegen was.

Aan het Muntendammerdiep lag veel industrie waaronder de houtzaagmolen van D. Meijer. Deze molen werd gebouwd in 1849 door B. Römelingh. Volgende eigenaren waren U.S. de boer en D. Meijer. Hij is afgebroken in 1912. Ten noorden hiervan was een balkgat dat in open verbinding stond met het Muntendammerdiep. Dit balkgat is nu een vijver bij het landhuis Achter de Wal 7. Na afbraak van de molen werd er een bedrijf voor houtmaterialen gevestigd. Hiervan waren achtereenvolgens eigenaren H.R. Holthuis, R. Mandema en N.V> Dirk Verstoep Nederland.
In 1868 werd de spoorlijn aangelegd tussen deze molen en die van Ubbens. Er was ook een wachtpost, nummer 89, afgebroken in 1968.

De Muntendammerweg

Zoals gebruikelijk werd naast het diep een trekpad aangelegd voor de scheepsjagerspaarden. Maar dit bevredigde niet. En toen kwam in 1684 de beschikking van Burgemeesters en Raad van de stad Groningen, dat de veengenoten een wagenweg moesten maken langs het Muntendammerdiep om altijd in de venen te kunnen komen. De benodigde aarde mocht uit de naast gelegen landen worden gegraven.

De in 1684 aangelegde weg was zo smal, dat nergens twee wagens elkaar konden passeren. Ook lag de weg lager dan de dijk langs het diep. Daarom werd de weg in 1812 opgehoogd tot de hoogte van de dijk en verbreed. Dit moest gebeuren door arbeiders uit Zuidbroek, Muntendam, Veendam, Wildervank, Meeden en Noordbroek. Noordbroek moest dertig bekwame arbeiders leveren voorzien van schop en schoffel.

Molen de Munte

Aan de noordzijde van het dorp Muntendam ten oosten van het diep naar Zuidbroek stond de Molen De Munte of Molen van Mulder. Gebouwd in 1839
afgebroken in 1917. Het was een stellingmolen, een achtkante bovenkruier, een houten bovenbouw op een stenen onderbouw met stenen tussenstuk. Op beide roeden was zelfzwichting aangebracht in combinatie met een zelfkruier bestuurd door een windroos. De molen had een houten as.Molen de Munte domineerde jarenlang het dorpsbeeld van Muntendam. De molen werd in 1839, even ten zuiden van de brug over het Muntendammerdiep, gebouwd. Het was de vierde molen op deze plek. De eerste was een in het begin van de 17e eeuw gebouwde standerdmolen. In de 18e eeuw werd omstreeks 1738 een stenen korenmolen gebouwd. Deze ging in de nacht van 24 op 25 april 1828 in vlammen op. Molenaar Lammert Peters Mulder liet de molen herbouwen, maar de rode haan bleef hem achtervolgen. Op 8 januari 1839 ging de molen wederom in vlammen op.
Opvolger nummer vier werd als koren- en pelmolen gebouwd. De familie Mulder bleef tot in het begin van de twintigste eeuw eigenaar. Daarna werd de molen overgenomen door de familie Reinders.
De Munte was één van de eerste molens in de provincie met zelfzwichting. Molenmaker Harm Streuper uit Veendam was samen met Mans Mulder naar Ost Friesland geweest om dit toentertijd nieuwe wieksysteem te bekijken. Mulder was zeer enthousiast en direct overtuigd van de voordelen. In 1891 werd de zelfzwichting aangebracht. Op molen de Munte werd naast rogge en gort ook veel bloem verkocht. Molenaar Mulder stond in Muntendam en omgeving zeer goed aangeschreven. Oudere Muntendammers kennen nog altijd het volgende versje

Mans Mulder meulen moalt mooi meel
Mooi meel moalt Mans Mulder meulen
Op zich verwonderlijk want de molen werd in 1917 gesloopt.


Eerste pageview van vandaag: 1