Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 04-05-2020 voor het laatst bewerkt.
Twitter: Tweet Follow Tweet naar over
Facebook:

Of mail uw vraag of opmerking over dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Münster

Dichtbij de Eems, ongeveer 150 km vanaf de monding lag de stad Munster. Toen het Frankische rijk in +- 800 n.Chr. op het hoogtepunt van zijn macht stond, zetelde Karel de Grote in Aken. Hij bevorderde het Christendom. De rivieren, de natuurlijke waterwegen, waren een belangrijke factor voor hem bij de indeling van zijn gebied, zowel kerkelijk als burgerlijk. Hij wees dan ook het gebied ten westen van de Eems tot aan de Lauwers aan Ludger toe voor de evangelieprediking. Later stelde hij Ludger aan als bisschop van Munster.

Karel de Grote liet het burgerlijk gezag en de rechtspraak veelal zoals het bestond bestaan bij de overwonnen volken. De bevoegdheden van de volksvergaderingen en de grondbezitters werden niet aangetast. En om rechtszekerheid te scheppen werden in zijn tijd de geldende rechtsregels opgeschreven in o.a. de lex Frisionum, de wet van de Friezen.

Na de dood van Karel de Grote viel het Frankische rijk uiteen en kreeg de bisschop van Munster steeds meer macht. Deze bisschop, of zijn plaatsvervanger de officiaal, ging op geregelde tijden langs bij de parochies en kloosters in zijn gebied en organiseerde er synodes, toen zeenden genoemd. De bisdommen waren in dekanaten verdeeld. Zo behoorden de parochies Noord- en Zuidbroek bij het dekanaat Farnsum. De dekens waren aanvankelijk geestelijken, later waren dit ook wel personen van de adel. Deze dekens waren belast met de rechtspraak in kerkelijke zaken: als er op kerkelijke feestdagen gewerkt werd, kinderen hun ouders sloegen, er op heilige dagen gevochten werd en als er woeker werd genomen. De overtreder moest dan boete betalen aan de benadeelde en breuk aan de deken om weer in de gemeenschap opgenomen te worden.

Wie het overheidsgezag in bestuur en rechtspraak uitoefende was niet altijd duidelijk in die tijd. Het is wel zeker dat er volksvergaderingen werden gehouden en dat grondbezitters grote invloed hadden en dat enkelen van deze de grootsten werden en alle macht naar zich toe trokken. Deze noemden zich dan hoofdelingen. Zij oefenden de rechtspraak uit en beurden de breuken en met hun huurlingen, ruters genoemd, brachten zij hun gezag tot gelding. Er was uiteraard vaak strijd tussen de hoofdelingen en volksvergaderingen. Als de hoofdelingen krachtig waren hadden de volksvergaderingen niet veel te vertellen.

Reeds Karel de Grote scherpte zijn graven voortdurend de grootste rechtvaardigheid in, vooral tegen het gewone volk. Hij benoemde voor elk gebied twee koningsboden die daar moesten toezien op wereldlijke en kerkelijk zaken. Zij moesten er gerichtsdagen en gouwvergaderingen houden, klachten in ontvangst nemen en misbruiken tegengaan. zij moesten vooral kerken, weduwen, wezen en de kleine man beschermen. Omstreeks de 13de eeuw was er behoefte aan eenheid op het gebied van wet en rechtspraak. Er was toen sprake van de Zeven Friese Zee-landen, die zich uitstrekten van Vlaanderen tot de Wezer. De afgevaardigden van deze zee-landen kwamen bijeen onder de Upstalboom ten zuidwesten van Aurich in Oost-Friesland. In de kroniek van het premonstratenzerklooster Bloemhof in Wittewierum geschreven in de 13de eeuw wordt herhaaldelijk gesproken over de bisschop van Munster en zijn helpers en hoe het gehele gebied van de Lauwers tot over de Eems georiënteerd was op Munster. Het gebied van de lauwers tot de Eems werd toen Friesland of Oost-Friesland genoemd.

Na 1300 brokkelde de kerkelijke macht van de bisschop van Munster af. Dat kwam vooral doordat de dekanaten steeds meer in handen kwamen van wereldlijke personen en door de stijgende macht van de stad Groningen. Verder was een groot gedeelte van dit gebied een paar eeuwen bedekt met water wat het de bisschop niet aantrekkelijk maakte hier te verkeren.


Eerste pageview van vandaag: 1