Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 21-08-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

kommiezen

Een commies (ook geschreven als kommies) is een voormalige ambtelijke rang in Nederland. Het gaat om een administratieve ambtenaar van middelbare rang, lager dan een referendaris, maar hoger dan een klerk. Boven, respectievelijk onder de commies bestonden ook nog de rangen van hoofdcommies en adjunct-commies. In het spraakgebruik wordt de functie vooral geassocieerd met ambtenaren bij de belastingdienst of douane.

Grensjagers

In 1814 werd het Korps Grensjagers opgericht, bestaande uit 300 man, voornamelijk gepensioneerde militairen, waarvan de eerste lichting uitsluitend uit officieren bestond. Zij moesten de toenemende smokkelarij langs de grenzen tegengaan. Daarvoor maakten zij gebruik van zogenaamde commiezenpaden. Een commiezenpad (ook wel kommiezenpad) is een Nederlandse benaming voor een pad dat langs de landsgrens ligt en gebruikt werd door de commiezen, douanebeambtes, bij hun patrouilles. De functie van commies werd in Nederland in 1814 ingevoerd om smokkelarij tegen te gaan. Het commiezenpad is naar deze functie vernoemd.
Langs de commiezenpaden waren commiezenhutten aangelegd, vaak half ondergronds, van waaruit de commies de grens kon overzien en kon schuilen bij slecht weer.

Hoewel in 1819 een blauwgrijs uniform werd ingevoerd voor commiezen met driekante hoed, geweer en sabel, droegen Nederlandse commiezen meestal burgerkleding omdat ze een uniform zelf moesten bekostigen. Insignes, petten of armbanden werden niet gebruikt.

Het beroep stierf langzaam uit: tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het aantal commiezen te gering en zette de overheid daarom soldaten in, die uiteindelijk door douanebeambten zouden worden vervangen. Het inspecteursambt verviel uiteindelijk in 1950 toen de waarborgsbelasting niet meer werd geheven.

Kommiezen en smokkelaars

Het was in de avond van 22 februari 1841, dat er vier personen van het Achterdiep door het veld trokken naar Stootshorn. Zij kwamen langs de boerderij van Middel bij de weg langs het Noordbroeksterdiep. Daar hielden zij zich een tijdlang op en luisterden gespannen of er ook iets naderde uit het zuiden. Toen het wachten al te lang duurde, gingen zij zelf op stap in de richting van Sappemeer.
Toen zij tussen Nieuwetil en de rolpaal gekomen waren, het was inkiddels acht uur geworden, hoorden zij iets naderen. Het bleken twaalf of veertien mensen te zijn.
Zij liepen achter elkaar. De eerste drie hadden elk een stok in de hand en de volgende droegen pakken, die blijkbaar nogal zwaar waren.
De vier personen hielden de veertien man aan met de vraag, wat zij daar vervoerden, en of zij daar ook vervoerdocumenten voor hadden. De vier personen verklaarden, dat zij als kommiezen van de belastingen dat moesten onderzoeken. Twee wierpen onmiddellijk hun vracht neer en allen trokken zich wat terug. In de pakken bleken varkensblazen vol aardappelbrandewijn te zitten.
De smokkelaars kwamen weer opzetten en omsingelden de vier kommiezen. Zij wilden hun brandewijn terug hebben. Spoedig werden er stokslagen uitgedeeld en de kommiezen trokken hun sabels en deelden fdaarmee reke klappen uit. De kommies eerste klas trok zijn pistool en kreeg meteen een klap over Zijn hand, zodat hij niets meer kon uitrichten.
Onder het tumult was de brandewijn weer verdwenen.
De smokkelaars trokken af en de kommiezen konden niets anders doen dan procesverbaal opmaken wegens het molesteren van ambtenaren in functie.



Pageviews vandaag: 10.