Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 17-09-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Klooster Aduard

Tot 1580 stond in Aduard de cisterciënzerabdij Ad sanctum Bernardum, in 1192 vanuit Klaarkamp (Rinsumageest) bevolkt met twaalf monniken en een abt. Een abdijkerk werd door een convers naar het voorbeeld van Clairvaux of Royaumont gebouwd en door de bisschop van Münster in 1263 gewijd.
Dit klooster had het grootste grondbezit van alle Groninger kloosters (13.508 grazen), bovendien nog landbezit in Friesland en Drenthe, later nog uitgebreid met dat van Termunten na 1570 (ongeveer 4.150 ha) en Trimunt in 1580 (1.396 ha). Daardoor speelde het een belangrijke rol:

1) In economisch opzicht: het grondbezit was gedeeltelijk georganiseerd met voorwerken. De overschotten werden verhandeld en het klooster verkreeg in 1250 tolvrijheid in het bisdom Utrecht en had handelsprivileges in Stade/Hamburg. In Groningen bleek het economische belang door medecontrole van de waarde van de gangbare munt (1338) en de beperkingen die de magister hospitii in de stad opgelegd werden met betrekking tot nering, renten en grondbezit (1346). In 1371 sloot het een overeenkomst met andere kloosters-grootgrondbezitters om niet zonder overleg elkaars pachters in dienst te nemen, dit door de terugloop van de bevolking, onder andere door de pestepidemie die Aduard in 1350 zwaar trof.

2) Op het gebied van de waterstaat: de rol van de abt in het Aduarder zijlvest en de verbetering van de afwatering door aanleg van het Aduarderdiep.

In de tweede helft van de 15de eeuw kwam hier de Aduarder Kring samen. Bij de stichting van het bisdom Groningen werd de abdij daarin geïncorporeerd. De abt verzette zich hiertegen en betaalde in plaats daarvan

een jaarlijkse afkoopsom (1575). Op 11 september 1580 werd het klooster verwoest. De monniken namen hun toevlucht in hun stadshuis op de Munnekeholm.

De geschiedenis van het klooster werd beschreven in de kroniek Vitae et gesta abbatum (tweede helft 15de en 16de eeuw).

In de abdij bevond zich een aantal cultusobjecten die aanleiding gaven tot het houden van een bedevaart: het graf van Richard de Busto in de kapittelzaal en een beeld van Bernardus van Clairvaux en een mirakelkruis in de kloosterkerk. Of het graf van Emmanuel ook het doel van bedevaarten was, is onduidelijk.

De huidige hervormde kerk is het enige restant van de abdij, waarvan ze de ziekenzaal was. In de jaren 1917-1928 is deze kerk krachtdadig gerestaureerd. Het gebouw is een voorbeeld van rijpe romano-gotiek. Opvallend is de profilering van vensters en casementen en de veelheid van geglazuurde siertegels. De oorspronkelijke vloer is deels bewaard gebleven. De preekstoel met wapen Lewe dateert van 1723. Uit dezelfde tijd stammen de herenbank, twee wandbanken en de avondmaalstafel. Het gebouw is eigendom van het Rijk.

Het museum St. Bernardushof houdt de herinnering aan het voormalig klooster levend en richt zich op het aanschouwelijk maken van de geschiedenis van de cisterciënzerorde.


Pageviews vandaag: 2.