kunstbusgroningen

Lexicon Kunstbus Groningen

Dit artikel is 19-03-2022 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

klokbekercultuur

De klokbekercultuur is een laat neolithische cultuur uit de kopertijd, daterend tussen ongeveer 2500 tot 2000 voor Christus. Ze is vernoemd naar het aardewerk waarin een flauwe S-vorm vaag aan een omgekeerde kerkklok doet denken, en wordt in heel West-Europa aangetroffen.

De term werd voor het eerst door Italiaanse en Tsjechische archeologen gebruikt, maar is voornamelijk door het werk van de Mainzer archeoloog Paul Reinecke gevormd.

In Nederland worden twee tradities onderscheiden: de Veluwse traditie en de Noordoost-Nederlandse/Noordwest-Duitse traditie, die als (epi-)maritiem wordt aangeduid.

Veluwse klokbekers zijn doorgaans fraai afgewerkt en hebben in hun volle ontwikkeling een decoratie die de hele pot bedekt. Maritieme klokbekers hebben afwisselend versierde en onversierde zones. Sporen van de klokbekercultuur zijn in Noord-Nederland zeer schaars. De leefwijze van de mensen van de klokbekercultuur zal grotendeels gelijk zijn geweest aan die van de trechterbekercultuur en de standvoetbekercultuur. Een probleem bij het onderzoek naar deze drie culturen zijn de nederzettingsterreinen. Opgravingen op terreinen waar scherven en vuurstenen voorwerpen van deze culturen zijn gevonden, hebben niet of nauwelijks duidelijke grondsporen opgeleverd.

Mede omdat er in Noord-Nederland maar weinig nederzettingsterreinen van de Klokbekercultuur zijn onderzocht, weten we weinig over de vorm van de huizen en de omvang van de woonplaatsen. Zeer waarschijnlijk vormden akkerbouw en veeteelt de pijlers van het bestaan.

Over het grafgebruik in deze periode zijn we redelijk geïnformeerd. Net als ten tijde van de enkelgrafcultuur werden de doden, meestal in hurkhouding, bijgezet onder grafheuvels (zie ook Ketenberg) of in vlakgraven. Behalve inhumaties komen sporadisch crematies voor. Tot de typerende grafgiften behoren klokbekers, stenen polsbeschermers en hamerbijlen, vuurstenen pijlpunten en in enkele gevallen koperen sieraden of koperen dolkjes. Voor het eerst zien we ook gouden voorwerpen optreden.

Evenals de standvoetbekercultuur had de klokbekercultuur de traditie van heuvelgraven. In 1919 groef Van Giffen bij Harenermolen een grafheuvel van de klokbekercultuur op. Uit het graf kwam een stenen polsbeschermer, typerend voor de klokbekercultuur, tevoorschijn.

Het rijkste graf uit deze periode werd in 1929 onder een grafheuvel in Odoorn aangetroffen. Het bevatte behalve een klokbeker een koperen dolk, een koperen armband, een koperen priem, twee barnstenen kralen en twee stukjes goudblik.

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.