kunstbusgroningen

Lexicon Kunstbus Groningen

Dit artikel is 24-02-2022 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Kabinet van Oudheden

In 1873 besloten Provinciale Staten van Groningen tot de oprichting van een Kabinet van Oudheden. In 1874 werd het Kabinet van Oudheden gesticht, de voorloper van het Groninger museum. De voornamelijk uit schenkingen en legaten bestaande archeologische en een historische verzameling was aanvankelijk ondergebracht in het Provinciehuis en later in het voormalige kinderziekenhuis.

In de tweede helft van de negentiende eeuw bestonden er verzamelingen van curiositeiten. In de universiteitsbibliotheek berustte sinds 1847 de verzameling van het Museum van Germaanse Oudheden, bestaande uit 92 nummers, dat na het enthousiast begin onder leiding van de archivaris H.O. Feith zo dood als een pier was. Verder bezaten zowel de provincie als de gemeente Groningen een kleine collectie van rariteiten.

In 1873 besloten de Provinciale Staten tot de oprichting van een Kabinet van Provinciale Oudheden op voorstel van de archivaris H.O. Feith II. Het bestuur van het kabinet was toevertrouwd aan een commissie van drie particulieren, die werden benoemd door en verantwoording schuldig waren aan het College van Gedeputeerde Staten. H.O. Feith slaagde erin genoemde drie verzamelingen tot één samen te smelten.

Een grote uitbreiding vormde de collectie terp-oudheden van R. Westerhoff te Warffum. Richtlijn van de commissie was het verzamelen van voorwerpen van Germaanse, Romeinse of van latere oorsprong, in Groningen gevonden, of -zo elders gevonden- op Groningen betrekking hebbend. De verzameling werd gehuisvest in een kamer van het Provinciehuis. Toen deze kamer vol was, werd een gedeelte ondergebracht in het rijksarchief. Van bezichtiging door het publiek was nauwelijks sprake. De zoon van H.O. Feith sr., de rijksarchivaris J.A. Feith, slaagde er in een onderkomen te vinden in een huisje in de Zuidersingelstraat (thans Ubbo Emmiusstraat) waar een conciërge toezicht hield. Hij streefde naar een echt museumgebouw.

Museum van Oudheden

Op zijn voorstel richtten een aantal particulieren in 1890 de stichting 'Museum van Oudheden voor de Provincie Groningen' op. Doel van deze stichting was het verzamelen van voorwerpen, die op de geschiedenis, in het bijzonder de geschiedenis van de provincie en de stad Groningen betrekking hadden. De provincie stond haar voorwerpen in bruikleen aan de stichting af, die de zorg was toevertrouwd voor het Kabinet van Oudheden, onder toekenning van een jaarlijkse subsidie van f 500,-. De gemeente Groningen deed hetzelfde onder toekenning van een subsidie van f 250,-. Beide instituties benoemden 2 bestuursleden. Feith slaagde er in door een premielening een bedrag van f 100.000 bij elkaar te brengen voor de bouw van een museum. De rijksbouwmeester C.H. Peters maakte het ontwerp gratis. Feith verwierf door medewerking van de gemeente Groningen en het rijk in 1893 het terrein aan de Praediniussingel.

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.