kunstbusgroningen

Lexicon Kunstbus Groningen

Dit artikel is 21-02-2022 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Juffer Tette Alberdagasthuis

Het Juffer Tette Alberdagasthuis is een gasthuis in de stad Groningen. Het huidige hofje staat aan het Nieuwe Kerkhof en dateert uit 1778. De voogdij over het gasthuis is nog steeds in handen van nazaten van Juffer Tette.


Grotere kaart weergeven

Juffer Tette Alberda, een telg uit een Ommelander geslacht, stichtte in 1658 een gasthuis in twee panden aan de Nieuwe Boteringestraat voor 'zes eerlycke onbesproocken oude vrouwen' die na het betalen van een inkoopsom naast onderdak ook uitkeringen in natura genoten (waaronder rogge, boter, bier, turf en een 'goedt slachtbiest').
Deze uitkering werd betaald uit de opbrengsten van stukken land rond Winschoten, die haar eigendom waren. Zij bewoonde zelf een huis aan die straat, het gasthuis werd gesticht in de twee belendende panden. In 1778 verhuisde het gasthuis naar het huidige pand.

Freule ("Juffer") Tette Alberda was een nazaat van een adellijke Ommelander Familie en woonde in het midden van de zeventiende eeuw aan de Nieuwe Boteringestraat te Groningen. In 1653 besloot zij al haar bezittingen, met uitzondering van het door haarzelf bewoonde huis, over te dragen aan haar neven en nichten. Daarbij werd bepaald dat van de opbrengsten een gasthuis moest worden onderhouden. In de stichtingsacte wordt zelfs gesproken over "zeekere twee Gasthuizen, daer van het eene ten zuiden, het andere ten oosten van haer Ed's behuisinge sint staende...". In 1778 zijn door enkele onroerend goed transacties de beide gasthuizen op één adres geconcentreerd.

Het gasthuis was bestemd voor "zes eerlycke onbesproocken oude vrouwen". Bij hun intrede dienden de conventualinnen een inkoopsom van fl. 100,- te betalen. Eveneens werd bepaald dat bij overlijden de aanwezige bezittingen vervielen aan het gasthuis. Als reden tot het instellen van een gasthuis werd in die periode vaak genoemd: het wegvallen van de kloosters na de reformatie.

In de stichtingsbrief van 17 februari 1658 wordt uitvoerig beschreven waar de conventualinnen recht op hadden. Zo "zall elcke vrouwe genieten een halff kinnetien roobotter mit anderhalf mudde goede rogge, ende voor ijder gasthuis een halve schuite goede harde torff ende anderhalf tonne veer guld's bier ende de reste van de incomsten ofte interessen soelen tot een goed slacht biest imploieert ende aan de conventualen gedistribueert worden ..."

Het gasthuis werd beheerd door de erfvoogden. Zij benoemden uit een midden een boekhoudkundig of adminstratief erfvoogd. Deze beheerde het kapitaal dat werd belegd in effecten en in landerijen op verschillende plaatsen in de provincie (Noordbroek, Westerlee, Harkstede, Siddeburen en Winschoten). De opbrengsten waren voldoende om het gasthuis te kunnen laten voortbestaan. Rond 1920 kwam het gasthuis echter in de problemen en wel door toedoen van de toenmalige administrateur/erfvoogd. Deze had, zo blijkt uit een brief aan de erfvoogden: "al de effecten en een groot deel der afgeloste hypothecaire vorderingen wegemaakt, bovendien heeft hij ten laste van het gasthuis geld onder hypothecair verband van het gasthuis opgenomen".

Om te redden wat er te redden viel, ontkwam men niet aan het voeren van juridische procedures. Het voortbestaan van het gasthuis kwam ter discussie te staan. Vanuit de erfvoogden kwam de roep om het gasthuis maar over te doen aan één van de stad-Groninger woningcorporaties. Uiteindelijk vond men toch een basis om het beheer in eigen hand te houden. Het gasthuis bleef op de zelfde manier voortbestaan als voorheen. Wel paste men de regelingen aan bij de de eisen van de tijd; zo werd de inkoopsom vervangen door een bescheiden huur.

De in 1985 verschenen gemeentelijke nota "Gasthuizen" geeft als bijzonderheid aan dat de exploitatie problematisch was. In 1987 werd het gasthuis gerenoveerd. Anno 2000 vermeldt het toeristische informatiebord van de ANWB aan de muur van het gasthuis dat "het bestuur van de stichting nog steeds gevormd [wordt] door afstammelingen van de erfgenamen van Juffer Tette Alberda". ".

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.