kunstbusgroningen

Lexicon Kunstbus Groningen

Dit artikel is 17-02-2022 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

jezuïten

De Sociëteit van Jezus (in het Latijn Societas Jesu), bekend als de jezuïeten, is een rooms-katholieke religieuze orde die in 1534 in Parijs werd opgericht door een groep studievrienden rond Iñigo López de Loyola, beter bekend als Ignatius van Loyola (1491-1556). Het doel van deze kloosterorde was en is hulp aan de naaste ("het helpen van de zielen").

Woordherkomst

Ontleend aan het Neolatijnse Iesuita, een afleiding van Iesus. met het achtervoegsel -iet

De orde werd in 1534 door Ignatius van Loyola, een voormalig Spaans officier, gesticht en zes jaar later door paus Paulus III erkend. Aan het hoofd van de streng georganiseerde autoritaire orde staat de generaal. Deze functionaris, die alleen aan de paus gehoorzaamheid verschuldigd is, wordt voor het leven gekozen en heeft zijn zetel in Rome. De orde, weleens de 'stoottroepen van de Roomse Kerk', of 'de roeiers aan het schip van Petrus' genoemd, werd in 1773 opgeheven, maar in de volgende eeuw (1814) weer in alle eer hersteld.

Behalve met het stichten van de beroemde scholen voor humanistisch en theologisch onderwijs, hield de orde zich vooral bezig met zendingswerk en bestrijding van de ketters. Aan de Europese vorstenhoven was hun invloed bijzonder groot.

2. Schimpnaam

Op een soms wat sluwe wijze trachtten de jezuïeten aan hun kerk de alleenheerschappij te verschaffen. De leuze 'het doel heiligt de middelen' stond hoog in hun vaandel. Vooral in de tijd van de Contra-Reformatie kwam deze bedenkelijke jezuïetenmoraal naar voren. Figuurlijk bedoelt men met een 'jezuïet' iemand met geheime bedoelingen, een intrigant, een sluwe indringer, en zo is een jezuïetenstreek een gemene of huichelachtige streek.

Groningen

Aan het eind van de 16de eeuw werden de jezuïeten uitgenodigd naar de stad Groningen te komen om er een college te stichten. Groningen was sinds 1580 de enige katholieke stad in het Noorden. Tot de stichting van een school kwam het niet. Wel kwamen hier in 1590 de paters Adrianus Boom en Zachaeus Ribecius. Met de Reductie van Groningen in 1594 moesten zij de stad verlaten.

Vanaf het begin van de 17de eeuw waren verschillende jezuïeten als missionaris werkzaam in Stad en Ommelanden. Een van hen, Franciscus Mijleman, deed in zijn geschriften verslag van zijn werkzaamheden. In het geheim hield men 's nachts godsdienstoefeningen bij trouwe gelovigen, zoals op de boerderijen 'Papekop' en 'Kruisstee'. De missie droeg ook blijvende vruchten. Zo stichtte pater Ignatius Martens in 1733 in Wehe-Den Hoorn een kerk, die daarmee de eerste parochie sedert de reductie in de Marne was.

Ook in de stad konden de katholieken sinds de Reductie geen openbare godsdienstoefeningen houden. Zij kwamen bijeen in een aantal schuilkerken, ook wel staties genoemd, die door de stedelijke overheid gedoogd werden. De meeste van deze schuilkerken werden bediend door ordegeestelijken, zoals de jezuïeten, die godshuizen hadden aan de Oosterstraat en aan de Hoge der A.

In 1773 werd de jezuïetenorde opgeheven, maar de laatste jezuïetenpaters bleven als wereldgeestelijken de pastoor van de staties. De orde werd in 1814 hersteld. In 1855 werden de jezuïeten opnieuw uitgenodigd om naar Groningen te komen en een katholiek college te stichten. Het volgende jaar kwamen zij naar Groningen. In dat jaar konden zij enkele huizen kopen aan de Herestraat en de Gelkingestraat. Een van de huizen werd ingericht tot kerk, gewijd aan Onze Lieve Vrouwe.

In 1888 verrees aan de Gelkingestraat een neogotische kerk, bekend als de Paterskerk. In 1859 Werd er wel een school gesticht, maar deze was geen lang leven beschoren. In 1946 werd het Sint-Maartenscollege opgericht, gevestigd in het landhuis 'Esserberg' te Haren. Ook andere sociale en vormende activiteiten werden door de jezuïeten opgezet. Zo startte er in 1890 een rooms-katholieke bibliotheek in een kamer in het Hoogstraatje, die later overging in de rooms-katholieke Openbare Leeszaal aan de Zwanestraat.

Na de oprichting van het bisdom Groningen in 1956 werd de Paterskerk in de Gelkingestraat gesloten en namen de jezuïeten de zielzorg in de Jozefparochie op zich. - [Van der Werff]

Lit.: L.J. van der Heijden, Geschiedenis van katholiek Groningen (Groningen 1936); F. van Hoeck S.J., Schets van de geschiedenis der Jezuïeten in Nederland (Nijmegen 1940); Eeuwfeest van de paters Jezuïeten; Groningen 1856-1956 (Groningen 1956); E.O. van der Werff, 'De roomskatholieke parochies in Groningen in de negentiende en twintigste eeuw' in: Van Halsema, Geloven in Groningen, 249-260.

Websites:
• https://www.jezuieten.org/

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.