kunstbusgroningen

Lexicon Kunstbus Groningen

Dit artikel is 13-02-2022 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Jarges

Jarges (patronymicum van Jarich) is een uit Staveren afkomstig Stad-Groninger geslacht, vanaf de 16de eeuw Ommelander adel, waarvan een lid in 1814 tot de Nederlandse adel van het koninkrijk ging behoren. De stamreeks begint met de koopman Jarich Coppens (? - 1413-1415) die van 1388 tot 1412 burgemeester van Groningen was. Zijn zoon Coppen Jarges (? - Stavoren †1420) was eveneens burgemeester van Groningen, van 1403 tot 1414.

Coppen Jarges

Coppen Jarges, ook Koppen Jarich, was een belangrijke Fries-Groningse hoofdeling. In de Grote Friese Oorlog was hij een aanvoerder van de Schieringer partij.

In 1413 brak er Oost-Friesland een felle partijstrijd uit tussen de proost van Emden, Hisko Abdena en de hoofdeling Keno II tom Brok. Abdena vluchtte in oktober naar Groningen waar het stadsbestuur hem geen toegang wilde verlenen. In de raad van de stad Groningen was de uit Westerlauwers Friesland afkomstige Coppen Jarges sterk Schieringsgezind. Hij en zijn aanhang waren het met de gang van zaken niet eens en steunden de proost van Emden, hetgeen de Vetkopers in de raad afkeurden. Tussen beide facties ontstond een twist die uitliep tot een volksoproer, waarbij burgemeester Rengers met andere raadsleden werd vermoord. Veel belangrijke Vetkopers rondom de stad sloegen op de vlucht en sloten zich daarna aan bij Keno.

Aan het hoofd van de Schieringsgezinde stadsmilitie brandschatte Coppen vervolgens de Ommelanden, nam hij kerkschatten in beslag en plunderde hij borgen van Vetkoperse hoofdelingen. Vervolgens liet hij de sluizen van Reiderland vernielen om Keno II tom Brok te keren, toen deze met een vloot over de Eems bij Farmsum aan wal stak. Op 14 september 1415 viel Groningen alsnog in de handen van Keno en moest Coppen vluchten.

Coppen vluchtte naar Westerlauwers Friesland, waar hij steun zocht bij de Schieringsgezinde adel. Toen in 1417 een Schieringse krijgsmacht optrok naar de Ommelanden tegen de Geallieerden was Coppen een van de aanvoerders. Dit leger moest de stad Groningen weer in handen van de Schieringers brengen. In de Slag bij Okswerderzijl werden de Schieringers echter verslagen door de ervaren krijgsheer Fokko Ukena, die aan het hoofd stond van het Geallieerde leger. Coppen vluchtte opnieuw naar Friesland, waar hij enkele jaren later bij Staveren zou sneuvelen. Zijn nakomelingen keerden later terug naar Groningen.

De strijd werd inmiddels met afwisselend geluk gevoerd. Coppen Jarges, door Keno ten Broecke uit Groningen verdreven, had den hoofdzetel der Schieringers te Stavoren gevestigd. Wél werd in 1420 een verdrag gesloten, doch weldra ontvlamde het twistvuur op nieuw. Den 26sten September van laatstgemeld jaar veroverden de Vetkoopers Stavoren door een nachtelijke aanval, en Coppen Jarges sneuvelde bij die gelegenheid.

Zijn zonen, onder wie de ridder Albert Jarges, kwamen na de zoen van 1421 terug en bekleedden weer hoge stedelijke ambten. Evert Jarges (gest. 1535) was jarenlang pastoor van de St.Maartenskerk en was aanwezig bij het godsdienstgesprek van 1523. Eiso Jarges (gest. 1530) werd door zijn huwelijk met de dochter van Redmer Alma de stamvader van de Jargesen op HerAlma in Saaksum. Zijn broer Harmen Jarges vestigde zich op Alma in Bedum; deze heerd werd zijn eigendom door erfenis van zijn moeder. Deze laatste tak stierf in de 17de eeuw uit.

Nazaten

De meeste Jargesen na 1600 komen voort uit de tak Meima, afstammelingen van Eiso Jarges (1546-1584), hoofdeling te Saaksum, die namens de Ommelanden in 1579 de Unie van Utrecht ondertekende.

• Nazaat Eiso Jarges (1546-1584) ondertekende namens de Ommelanden mede de Unie van Utrecht in 1579.
Eiso Jarges was, als een ijverig voorstander der Hervorming en der onafhankelijkheid, in het begin der Spaanse onlusten genoodzaakt, het Vaderland enige tijd te verlaten. Na zijn terugkeer werd hij in 1577 door de Ommelanden afgevaardigd naar de Unie te Brussel, welke hij ondertekende. Het volgende jaar werd hij raadsheer in het Hof van Friesland en nam deel in de twisten, tussen Groningen en de Ommelanden ontstaan. Later zorgde hij, dat de Ommelanden toetraden tot de Unie van Utrecht, en ook hij werd derwaarts gezonden om haar te bekrachtigen.
Hij woonde doorgaans op Heerema en overleed te Oterdum in 1584.
Zijn dochter Bouwe Jarges (1580-1654) was getrouwd met Allard Clant van Meima te Rasquert. Zij liet Meima na aan haar tantezegger Eiso Jarges (1628 - ca. 1692). Diens zoon Coppen (gest. 1705) was de laatste Jarges van Meima.

• Schelte Jarges, een bloedverwant van den voorgaande, was bevelhebber van Aduarderzijl en sneuvelde in 1581, die plaats tegen de Spanjaarden verdedigende.
Schelto Jarges (1631 - ca. 1691) was eigenaar van het onbetekenende Sassema in Baflo. Evenals zijn broer en diens kinderen speelde hij geen politieke rol in de Ommelanden. Deze Jargesen waren meer op Groningen georiënteerd, waar ze ook het burgerrecht hadden. Schelto's zoon Coppen Jarges (1666 - ca. 1715) kocht de Takkenborg in Garmerwolde. Hij had een zoon, Schelto Reint Jarges (ca. 1703-1731). Deze werd door zijn huwelijk heer van Bellingeweer (1727).

• Van geheel andere richting was Albert Jarges, desgelijks een bloedverwant van de voorgaanden. Hij was in 1594 tweede burgemeester van Groningen, toen deze stad door prins Maurits belegerd werd. Geholpen door de Jezuïeten, verwekte hij er een opstand, die de pogingen der aanzienlijken, om voor de belegeraars de poorten te openen, verijdelde. Hij was kolonel der burgerij en onderscheidde zich door zijn vermetelheid.

• Coppen Jarges (1727-1792) was militair en kocht Tammingaborg in Hornhuizen (1778), die door zijn kinderen in 1797 werd verkocht. Zij waren de laatsten van hun geslacht dat, door koning Willem I nog in de Nederlandse adel verheven, in 1845 uitstierf.

• Bij Souverein Besluit van 28 augustus 1814 werd mr. Joost Jarges (1760-1845) benoemd in de ridderschap van Groningen en daarmee lid van de Nederlandse adel; hij bleef ongehuwd zodat met hem het 'adellijke geslacht' in 1845 uitstierf.

• Gijsbert Herman Jarges (1692-1744), ritmeester, commandant van Delfzijl

• Coppen Jarges (1727-1792), officier in Statendienst, laatstelijk generaal-majoor

• Jhr. mr. Joost Jarges (1760-1845), lid van de Tweede Kamer en van de Eerste Kamer

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.