Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 10-08-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Jarfke

Jarfke zou een profeet of ziener uit Oost-Friesland en Groningen zijn en fungeert als de fictieve hoofdpersoon van het sociaalkritisch pamflet 'Prophecye van Jarfke', dat in 1597 in Franeker en Harlingen verscheen en naderhand vele herdrukken beleefde. Het bevat een weergave van de recente geschiedenis van het Oldambt en Westerwolde en een (gefingeerde) kroniek over het ontstaan van de Dollard, met kritische opmerkingen aan het adres van de stad Groningen. Het grootste deel van de eerste oplage werd dan ook kort na verschijning op verzoek van het stadsbestuur van Groningen in beslag genomen.

De gebeurtenissen die in het pamflet worden beschreven, spelen zich voornamelijk af in de laatste decennia van de zestiende eeuw. Ook de genoemde hoofdpersonen leefden in die tijd.

Jarfke, Jaarfke of Jarcke van der Muyden (ook wel Aepko van der Munten, Jarfke ter Münte, Jarfken Wypkes of kortweg Jaerfke), zou een zoon van Wiepke zijn geweest en de achterkleinzoon van Wiert Wijpkes uit Zuidbroek, in wiens huis hij was gestorven. Hij leefde rond 1500 en zou gewoond hebben in het verdronken dorp Capellenhuys, Latijnhuys of Jarfkehuys in de Dollard. Vermoedelijk wordt daarmee het gehucht Dallingeweer bij Termunten bedoeld. Zijn naam duikt voor het eerst op in een ander pamflet, dat in 1585 in Emden de ronde deed.

Groningen kent een lange en rijke traditie van aan al of niet traceerbare visionaire personen toegeschreven voorspellingen van komende veranderingen en naderend onheil. Het bekendst waren die van Jarfke (in de volksmond Jaarfke), een visser uit het Dollardgebied, die gedateerd zijn op het jaar 1277, maar waarschijnlijk stammen uit de late Middeleeuwen. Zij zouden zijn gevonden in een misboek van een priester in Oost-Reiderland en werden in Oost-Friesland en de Noordelijke Nederlanden in druk verspreid (oudst bekende druk: Franeker 1597).

Jaarfkes profetieën circuleerden in de mondelinge overlevering nog tot ver in deze eeuw. Hij zag land water worden en water land en voorzag zo veel oorlog en geweld in Oost-Friesland en het Oldambt, 'dat er niet meer overblijven zal als een bulle [stier] en een Haan'. De stad Groningen zal drie keer verwoest worden en er zal een zodanige duurte ontstaan dat 'een peerd met sadel ende toom en een brood even veel gelden'. Enzovoort.

Toen Jarfke op zijn sterfbed lag, liepen twee witte duiven langs zijn huis heen en weer. Dat was het bewijs dat al zijn profetieën zouden uitkomen.

Bronnen:
https://nl.wikipedia.org/wiki/Jarfke

K. ter Laan heeft een boekje over hem uitgegeven ovvr het Grunniger Genootschap. Daarin wordt hij de ziener van Oldambt genoemd. Aan dit boekje ontlenen wij de volgende legenden:

De zee zal land worden
Op een tijd is Jarfke komen varen met een schip over dat meyr van Winschoot na Blijham, dat doen noch water was, en liep in de Dollaart ende voorts in de Eemse; en als hij overgekomen was te Blijham, doen quam hij bij een man die Heere hiet, die met zijn volk in het meiland was om te zwelen. Zo heeft Jarfke gezeid: och, och, hoe moede ben ik geworden aleer ik door alle hooioppers gekomen ben.
Doen heeft Heere met 't ander volk gevraagd, hoe dat komen zoude, dewijl dat het meyr zo diep is. jarfke, zijt gij kloek of zijt ge dronken?
Doen heeft Jarfke geantwoord: omdat er noch land worden zal, zo zal daar overvloedig gras wassen.
Doen hebben de Zwelers gezeid: aleer zij dat geloven, zo willen wij eer geloven, dat de hemel daalt, aleer dat meyr tusschen Winschoot ende Blijham tot land worden zal, dat nu zo diep is, dat er hulken en carvelen in varen konnen; daar in de dijken leggen zeven sluizen en die lopen in de Eemse; daarom is 't onmogelijk dat dit geschieden kan.
(dat meyer: de zee.
meiland: madeland, land dat 's winters onderliep.
hulken: grote handelsschepen.
carvelen: kleine schepen uit Portugal
zwelen: hooi in rijen harken)


De vijand zal komen en het land veroveren
Jarfke had ook gezeid, dat in 't Oldambt zou komen een groote menigte heyrknechten en zij zullen daar geen acht dagen in leggen, maar zulen daar eerseling weer uitgedreven worden, en nadat dit geschiet is, zo zal 't zo toegaan: al degenen die in 't Oldampt wonen bij der Eemse, zullen dat geweer aan de voet binden om den vijand af te weeren.
Hierna zal er een schip komen uit 't oosten in de Eemse; en daar zullen er noch zoveel op wezen, dat men gaan kan van Reude over hen na de Knocke; en die daar in de schepen zijn, zullen in 't Oldampt 't zo opeten, dat daar niet meer zal overblijven als een bul en een haan.
Een hoop van dat heyrvolks, dat eerseling uit het Oldampt zal worden gedreven, zal stand houden te Horen bij Wedde om haar vijanden te verwachten ende in korter stond voort te trekken tussen Veele en Vlachtwedde, maar daar zal niet van worden, maar zij zullen alle voortrekken om haar vijanden te ontkomen tot Vlachtwedde, op 't veld om de slagorde te scheren, maar adar zal noet van worden, maar zullen over Boertange wegrukken.
Daarna, als dat geschiet is, zo zal men van de partijen weten te zeggen van schatten en plunderen, zoodat menig mens moet vertrekken, dat ze het eten niet konnen behouden, overmids het schatten, zo in 't Oldampt als in Groningerland. En dit zal u een teken wezen, dat de kloktoren te Heiligerlee zal vallenin stil weer, dat menig mensche hem zal verwonderen. Ende Westerwolde zal ook niet vrij zijn van uitgeschat te worden, dat ze het mes niet in de schede kunnen houden. In westerwolde zal raad ontbreken, oe ze 't best ontgaan van de krijg; de raad zal haar ontbreken, dat ze malkander geen gehoor willen geven en daardoor in groote schade komen en de omliggende landen zullen zeer verdorven worden, en de vreemdelingen zullen 't gans verderven en regeren na hare wille.
(eerseling: ruggelings
Reyde en Knocke lagen elk aan een kant van de Eems.
bul: stier.
slagorden scheren: slagorden opstellen.
schatten: brandschatten. Ieder huis moest aan de plunderende troepen leveren wat geëist werd, anders werd het his in brand gestoken.
dat ze het mes niet in de schede konden houden: de brandschatting was zo erg, dat men het mes wel moest trekken.)

Een magere man zal komen met volk en schepen en voorspoed hebben
Ende Jarfke heeft als voort gezeid, dat daar een smal Heere komken zal over Boertange, komende uit den oosten en zal zitten op een rood bles peerd met vier witte voeten ende dat zal een jong Heere zijn en zal wit haar hebben, ende enen weduwen zone. Ende hij zal hebben op de linker kinnebakke ene wratte.
Dit zal u een teken wezen: aar staat een kruis in 't Gravenland, ende dat zal gezet worden in Embden op de muire, en zo dat kruis uitwaarts valt, zo zullen ze uit het land verjaagd worden en zo dat kruis inwaarts valt, zo zal dit volk uit het Nederland niet verjaagd worden, maar haar schepen zullen behouden blijven. Deze Heere zal gewinne hebben zover als hij komt.
Dit zal u wezen tot een waarteken, dat gij 't zult geloven: de tijd zal komen, dat een zwarte rave twee witte jongen opvoeden zal, in de harde maand.
(een smal heere: een magere man.
't Gravenland: Oost-Friesland.
muire: muur.
de harde maand: januari.)


De huislieden in het Oldambt zullen gedwongen worden om Groningen te helpen.
Ende Jarfke heeft gezeid: als Groningen belegerd wort, zo zal het staan in 't Oldampt en in Groningerland, dat waar de huislieden gaan, daar zu;llen zij het geweer bij haar dragen op den akker en in 't weiland. Zo zullen zij dat geweer aan de voet binden en de boden zullen 't anse land doorlopen en dwingen de lieden bij de brand, dat zij zullen komen en helpen. Zij moeten de zwa op de akker laten leggen en lopen en helpen Groningen winnen.
Daarna zal Groningen opgetimmerd worden, maar niet zo groot als 't tevoren is geweest.
Daarna zal Groningen ten derde male gewonnen ende zodanig verbrand en verdistrueerd worden, dat wanneer de kooplieden uit verre landen zullen komen na de markt en zullen vragen: waar is Groningen? zo zal men zeggen: daar is groningen geweest. En zij zullen malkander de plaats wijzen daar Groningen gelegen heeft.
Daarna zal een vredelijker tijd komen als er nooit geweest is, van Christus' geboorte af.
(huislieden: meervoud van huisman = boer.
bij de brand: onder bedreiging, dat anders de hizen in brand gestoken werden.
zwa: zeis.
verdistrueerd: verwoest.)

Land zal water worden
Op een tijd is Jarfke komen varen van Muntendam na Westerreyde. Daar stond een klooster; daar wared nonderd en tachtig zusters in.
Doen was 't nog al land tussen Reyde en Westerwolde en de Eemse was niet wijder tussen Parmar ale een man met een slinger kon oversmijten.
Nog heeft Jarfke op een tijd gevaren van Parmar naar Termunte, toen hij tot Termunte kwam voor de Kanzerzijl. Ze moesten daar een zijn in houden, daar haar water door liep. Daar lagen drie zijlen in Termunte, de een most houden die van Muntendam, de tweede het Convent va de Grijze Monniken met oude Termunte, de derde het groote Termunte.
Vandaar heeft Jarfke gegaan naar Oosterreyde, want hij had daar veel van zijn vrienden wonen.
Doen is hij komen op de Plane en Spuie. Daar kwam een man bij hem die hiet Ezyka. Doen heeft JArfke tot Ezyka gezeid: hoe diep gaat gij in 't water? al vast aan de hals toe?
Doen heeft Ezyka gezeid: nu zien ik wel dat gij dronken zijt.
Doen heeft Jarfke gezeid: dat zal nog komen; al dat nu land is, dat zal water worden.
Doen heeft Ezyka gezeid: dat waar onmooglyk, dat het geschieden zou, want daar is geen water.
Jarfke zeide: als de Pape overkomt van de zee, zo zal dij wat wonders weten te zeggen. Dan zullen de dijken vernield en verditrueerd worden; het water zal zeer grote schade doen en zal de luiden arm maken. Als dat geschiet is, zo zal 't van jaar tot jaar kwader worden, totdat het al vernield is.

Voortekenen bij de dood van Jarfke
Als Jarfke nu krank was en lag in zijn doodbedde, doen hebben zijn nabers hem aangesproken.
Doen heeft Jarfke gezeid, zij zouden doch uitzien op zijn huis wat daar op liep, want hij had daar een bescheid van gekregen, dat daar twee witte duiven op zouden komen of twee zwarte raven.
Doen zijn twee nabers uitgegaan en hebben gezien twee witte duiven langs het huis heen en weer lopen, en adtzelve hebben zij hem weer geboodschapt.
Och! Och! nu dit twee witte duiven zijn, nu zal het alles waar worden wat ik gezeid heb, want het ismij alles ingegeven. Hadden daar twee zwarte raven geweest, zo en zoude 't niet waar geworden hebben, wat ik gezeid heb. Nu zal 't bijster toegaan, dat geen mensen dat kunnen geloven eer 't geschiet is.


Jarfke waart nog steeds rond. Regelmatig nog komt hij langs bij de mensen om te vertellen wat er staat te gebeuren. Zo ook in Noordbroek in Groningen:
“Er zit verandering aan te komen “ mompelde Jaarfke, hij tuurde over de glinsterende Siepsloot
die zich traag een weg richting de Munter Ae zocht. Tjarko knikte maar, Jaarfke zag zoveel,
dacht hij terwijl er een vlucht kraanvogels boven zijn hoofd naar het Noorden trok.
Nog even, en de zomer zou niet lang meer op zich laten wachten, ik hoop, dacht Tjarko dat het
weer net zo mooi als vorig jaar wordt, zomaar.
Hij keek naar Jaarfke en vroeg:” Woar bist du mitt summer “?
Aangezien Jaarfke visioenen had tuurde en duurde hij in de verte, trok zachtjes aan zijn baard
en zei met zachte bedachtzame stem: “IK ben mitt Summer in Brouck “.
“Mitt Summer in Brouck ???” vraagt Tjarko verbaasd.
“Joa !”, hij klopt zijn pijp uit op de brugleuning, draait zich om en slentert in de richting van de Olde Dodde.
WAT ?
“Mitt Summer Brouck” feest.

Waar ?
Op Locatie bij de Molen
Bij Janneke & Taeke
In Brouck


Pageviews vandaag: 4.