kunstbusgroningen

Lexicon Kunstbus Groningen

Dit artikel is 06-02-2022 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

interneringskampen

Een interneringskamp is een faciliteit om grotere groepen personen vast te zetten, waarbij de controle op politieke tegenstanders of politiek onbetrouwbaar geachte bevolkingsgroepen centraal staat. Krijgsgevangenkampen zijn eveneens interneringskampen, waarbij hier echter steeds internationaal-rechterlijke normen dienen te worden nageleefd.

Interneringskampen Groningen

In Groningen waren kort na de bevrijding kampen in vrijwel elke gemeente. Op basis van het Besluit Buitengewoon Strafrecht (1943) en het Tribunaalbesluit uit 1944 werden vele duizenden arrestaties verricht. Tussen de 150.000 en 180.000 mensen werden in interneringskampen opgesloten. Omdat de tribunalen en gerechtshoven zo'n grote groep mensen niet snel zou kunnen berechten, werd een groot gedeelte van de geïnterneerden na enige tijd weer vrijgelaten. In totaal werden 66.000 mensen veroordeeld. Een Kamercommissie die in 1946 de kampen bezocht, constateerde mensonwaardige omstandigheden en in sommige gevallen marteling. Vanaf november 1946 werd het kampleven gereglementeerd. In 1950 werd het laatste kamp gesloten.

stad Groningen

Onmiddellijk na de bevrijding op 16 april 1945 werd in de stad Groningen een begin gemaakt met de arrestatie van politiek verdachte personen. Alleen al in de provincie Groningen waren eind mei 1945 bijna 15000 personen aangehouden en in bewaring gesteld, wat het Militair Gezag voor grote problemen stelde. In de stad Groningen fungeerden onder meer scholen (Kapteynlaan, Parkweg), fabrieksgebouwen (Fa. Dobbelman, Eendrachtskade, Fa. Albino, Winschoterkade), een verenigingsgebouw ("Grönneger Sproak"), een café-restaurant (Huize "de Beurs"), en de Korenbeurs als voorlopige interneringskampen. Met name in de Korenbeurs heersten aanvankelijk wantoestanden: de overbezetting van het gebouw (700 geïnterneerden), de slechte hygiënische voorzieningen en het slechte voedsel zorgden voor een dysenterie-epidemie.

Ook de Strafgevangenis en het Huis van Bewaring werden bij de internering ingeschakeld. Vanaf het begin was duidelijk dat in de gebouwen aan de Hereweg vooral de meest ernstige gevallen zouden worden opgenomen. Vanwege plaatsgebrek werden in de cellen meer personen ondergebracht dan was voorgeschreven, immers ook voor de gewone "criminelen" moest voldoende celruimte aanwezig blijven. Op 16 juni 1945 verbleven in de Strafgevangenis 425 mannelijke geïnterneerden en in het Huis van Bewaring. Dagelijks moest aan de Provinciale Militaire Commissaris in de provincie Groningen een opgave van het aantal geïnterneerden worden gezonden. Aan de gestichtsbesturen werd bericht dat voor deze om politieke redenen in bewaring gestelden voorlopig het regime zou gelden zoals dat voor de "overige onveroordeelden" in de Gevangenismaatregel was vastgesteld. De politieke gedetineerden werden net als andere gedetineerden bij de verschillende werkzaamheden in de Strafgevangenis en het Huis van Bewaring ingeschakeld. Overigens werd pas in september '46 besloten dat ook de politieke gedetineerden loon voor deze arbeid zouden krijgen.

Al gauw bleek dat bovengenoemd algemeen regime voor een bepaalde categorie geïnterneerden ontoereikend was. Personen die verdacht werden van zware misdrijven waarvoor levenslang of zelfs de doodstraf zou worden geëist, werden strenger bewaakt. Dit gold ook voor een groep SD'ers van het zogenaamde Scholtenshuis aan de Grote Markt die eind mei op Schiermonnikoog was aangehouden. Voor beide groepen gold dat zij werden ondergebracht in de meest gunstig gelegen cellen wat betrof overzichtelijkheid, efficiënte bewaking en onmogelijkheid om met elkaar in kontakt te treden. Zij kregen vaste bewakers die hen goed leerden kennen en beter in staat waren voorbereidingen voor ontvluchtingen of zelfmoordpogingen te onderkennen. Omdat het percentage intellectuelen onder de geïnterneerden groter was dan gemiddeld en het opvoedend karakter van de internering voorop stond, achtte het Ministerie van Justitie het noodzakelijk dat de gevangenen als zij dat wensten volop de beschikking kregen over boeken en tijdschriften.

Bovendien moesten gedetineerden met een enigszins gelijk ontwikkelingsniveau zoveel mogelijk bij elkaar geplaatst worden. Het aantal geïnterneerden in Huis van Bewaring en Strafgevangenis nam na 1945 snel af: veroordeelden werden overgebracht naar werkkampen in de provincie, zoals onder meer de Carel Coenraadpolder bij Finsterwolde en "De Slikken" bij Westernieland. Veroordeelde politieke gedetineerden werden echter ook wel in de Strafgevangenis geplaatst (gegevens over deze personen zijn te vinden in het archief van de directeur van de Strafgevangenis). In mei 1948 werd in principe besloten om aan de Hereweg alleen nog die politieke gedetineerden onder te brengen die tussen zeven en twaalf jaar opgesloten moesten blijven. Op 14 november 1949 verbleven in het Huis van Bewaring en de Strafgevangenis nog 18 politieke gevangenen, waarvan er nog acht op hun proces wachtten. - (www.archieven.nl

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.