Lexicon Kunstbus Groningen

Dit artikel is 13-03-2021 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Het Doorgangshuis

Het Doorgangshuis was een hervormd opvanghuis voor kinderen en jonge meisjes in de Nederlandse stad Groningen. De belangrijkste doelgroep vormden kinderen en 'ontspoorde' meisjes die 'christelijk'gered wilden worden. In het Doorgangshuis werden in verschillende periodes wezen en half-wezen, ongehuwde moeders, voogdijkinderen en in beperkte mate ook verstandelijk gehandicapten opgenomen.

De Ranitz (1865-1918)
Het Doorgangshuis was het geesteskind van jonkvrouw Magdalena Wilhelmina de Ranitz, een dochter van de Groningse burgemeester Herman de Ranitz. De Ranitz was op jonge leeftijd al lid van de Vereniging van Vrouwen, die armen en kinderen bezocht en hen materieel bij wilde staan. In 1863 richtte zij samen met onder andere professor Valeton het 'Christelijk kluftverbond in de tweede kluft tot onthouding van bedwelmende dranken' op om alcoholisme tegen te gaan.

De basis van het Doorgangshuis legde zij samen met Valeton op 19 augustus 1865. Op die dag huurde de Ranitz een kamer aan de Breedegang (tegenwoordig het perceel van Tuinstraat 7) om er het arme weesmeisje Johanna Siegers dat haar om hulp had gevraagd en een juffrouw die haar om 'christelijke arbeid' had gevraagd te kunnen huisvesten. Het meisje liep al na twee weken weg, maar ervoor in de plaats kwamen kort daarna nog een vijftal meisjes.

De Ranitz vond inspiratie vanuit het Réveil. Een van haar grootste inspiratiebronnen was de Ottho Gerhard Heldringstichting van Ottho Gerhard Heldring in Zetten. In de eerste decennia werden er alleen 'ontspoorde' meisjes opgenomen. Ook bij de meeste andere opvangtehuizen in die tijd, -zoals het in 1847 in Groningen opgerichte Toevluchtsoord-, werden alleen leden van een bepaalde sekse opgenomen. Elk meisje dat zich meldde bij de Ranitz werd onderworpen aan een proef; opname kon alleen geschieden als het betreffende meisje werkelijk (christelijk) gered wilde worden of, zoals het ook wel werd genoemd, of ze 'boetvaardig' was. De meisjes moest 'zondebesef' worden bijgebracht en de heropvoeding van de meisjes moest volgens de Ranitz onder andere plaatsvinden door het uitvoeren van zwaar lichamelijk werk, omdat daarmee de 'verkeerde neigingen' van de meisjes het best werd bestreden.

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.

Pageviews vandaag: 19.