kunstbusgroningen

Lexicon Kunstbus Groningen

Dit artikel is 17-01-2022 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Hermannus Fridericus Carolus de Hosson

(Hermannus) Fridericus Carolus de Hosson (Bentheim 1718 - Oude Pekela 1799) was een Duitse kunstschilder, die werkzaam was in Münster en Bentheim en zich in 1768 vestigde in de stad Groningen, waar hij, tot zijn vertrek naar Leeuwarden in 1784, de belangrijkste schilder was. Omstreeks 1786 verhuisde hij naar Oude Pekela. Hij schilderde in 1777 voor 700 gulden de erepoort voor de komst van stadhouder Willem V. De Hosson vervaardigde vooral veel portretten, historiestukken, behangselschilderingen en schoorsteenstukken.

Leven en werk
De Hosson (ook d'Ouhson) was een zoon van Maximilianus Franciscus de Hosson, hofschilder van de graaf van Bentheim, en Anna Maria Schürmanns. Hij werd vernoemd naar zijn peten, graaf Hermannus Fredericus van Bentheim en diens vrouw Carolina.

De Hosson leerde het schildersvak van zijn vader. Hij gebruikte zijn eerste voornaam niet en signeerde zijn werk als 'F.C. de Hosson'.

Op 10 oktober 1751 trouwde hij in Bad Bentheim met de uit Münster afkomstige Christina Elisabeth Ludovica Antonetta Holtman. Zij kregen zeven kinderen, waaronder de kunstschilder Bernardus Franciscus Ignatius de Hosson.

Hij verhuisde naar de Nederlanden en was er actief als portretschilder en behangschilder. Hij woonde en werkte vanaf 1768 in de stad Groningen, in de eerste helft van de jaren 1780 in Leeuwarden en vervolgens in Oude Pekela. Daar woonde hij in bij zijn oudste zoon, de apotheker Maximilianus Casparus Franciscus de Hosson.

Via zijn zoon Bernardus Franciscus Ignatius de Hosson is hij de overgrootvader van de kunstschilder Paul Tétar van Elven, onder meer bekend door het huismuseum Museum Paul Tetar van Elven in Delft.

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.