kunstbusgroningen

Lexicon Kunstbus Groningen

Dit artikel is 21-12-2021 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Hermannus Christiaan van Hall

Hermannus Christiaan van Hall (Amsterdam 1801 - Beek/Berg en Dal 1874) was een botanicus en hoogleraar plantkunde en landhuishoudkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen en pionier van het hoger landbouwonderwijs.

Van Hall, telg uit het Nederlands patriciƫrsgeslacht Van Hall, was een zoon van de Amsterdamse jurist Maurits Cornelis van Hall en Elisabeth Christina Klinkhamer en de broer van de staatsman Floris Adriaan van Hall (1790-1866).

Van Hall studeerde aan het Athenaeum van Amsterdam en vervolgens medicijnen in Utrecht, maar ook plant- en landhuishoudkunde. Dit leervak, in 1815 ingevoerd, zou men nu algemene landbouwkunde noemen. De colleges waren vooral bestemd voor studenten theologie, zodat zij later als predikant boeren met hun landbouwkundige kennis zouden kunnen bijstaan.

Van Hall schreef al op zeventienjarige leeftijd een bekroond geschrift over de plantkunde. Hoewel zijn belangstelling vooral bij de plantkunde lag, promoveerde hij in 1823 om praktische redenen in de geneeskunde op een gedegen proefschrift over de stethoscoop, waarna hij zich als arts te Amsterdam vestigde.

Hij verwierf naam met de 768 pagina's tellende Flora van Noord-Nederland (1825). Na het overlijden van J.A. Uilkens in 1825 werd hij nog in hetzelfde jaar benoemd tot hoogleraar in de plant- en landhuishoudkunde te Groningen, een ambt dat hij van 1826 tot in 1871 zou vervullen. Zijn inaugurele rede ging over 'Het belang, dat er voor den landbouw gelegen is in de kennis van de natuurlijke Historie van het Vaderland' (1826). In zijn colleges behandelde hij meestal de plantensystematiek, waarover hij ook een handboek schreef. Zijn sedert 1840 gegeven openbare lessen vormden het begin van de eerste Landhuishoudkundige School te Groningen.

In 1842 legde Van Hall de basis voor een landhuishoudkundige school. Omdat hij een groot voorstander was van de combinatie van theorie en praktijk, zorgde hij ervoor dat er een boerderij aan werd verbonden.

In de winter werd er theoretisch, in de zomer praktisch onderwijs gegeven op een boerderij in Haren. Over de vraag of het onderwijs theoretisch dan wel praktisch en theoretisch tegelijkertijd moest zijn, ontbrandde een felle strijd die ertoe leidde dat deze school in 1871 werd opgeheven. Het landbouwonderwijs werd toen, tot 1873, voortgezet in Warffum waar een driejarige landbouwcursus verbonden werd aan de HBS aldaar. De inspecteur M. Salverda had in 1869 de opheffing van de universiteit te Groningen bepleit om met het zo vrij te komen overheidsgeld een rijkslandbouwschool op te richten in Groningen. Doordat het Rijk de in 1873 geopende landbouwcursus te Wageningen overnam, volgde in 1876 de succesrijkere stichting van een Rijks Landbouwschool in Wageningen. Deze verwierf in 1918 academische status en werd Landbouwhogeschool.

De plantensystematiek had Van Halls voorliefde; hij bevorderde dan ook de systematische studie van de Nederlandse flora. De door hem ontworpen Oeconomische Tuin is in 1881 bij de Hortus Botanicus getrokken. Hij bracht een - thans wel erg uitgedunde en zeer verspreide - landhuishoudkundige verzameling bijeen. Van Halls bescheiden academisch herbarium is later uitgebreid en in 1991 overgedragen aan het Rijksherbarium in Leiden. Hij was voorzitter van de Groningse commissie van Landbouw, die nog tijdens zijn leven werd opgeheven en richtte het Tijdschrift voor Nijverheid op. Hij schreef ook gedichten; Stemmen der natuur (1874) en publiceerde in het tijdschrift Album der Natuur.

Naar hem is het Groninger Van Hall-instituut genoemd, dat in een verdelingsverdrag (Herenakkoord) in 1996 vanuit Groningen is verplaatst naar Leeuwarden en daar nu Van Hall-Instituut, Hogeschool voor voeding, milieu en landbouw, de Rijks Agrarische Hogeschool in Noord-Nederland heet. Van Hall was de oprichter van het Fonds van de Hoogleraren, later Groninger Universiteitsfonds geheten, dat tot op heden bestaat.

[Linssen]

Lit.: Boeles, 'Levensschetsen', 137-138; R.F.J. Paping, 'Die waardige man'. Prof. H.C. van Hall (1801-1874), botanicus, landhuishoudkundige en pionier van het hoger landbouwonderwijs (Groningen 1996).

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.