kunstbusgroningen

Lexicon Kunstbus Groningen

Dit artikel is 13-03-2022 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Henricus van Kessel

Henricus van Kessel (Zwolle 1792 - Zwolle 1870) werd tot priester gewijd in 1818. Slechts vier jaar was hij buiten Zwolle als pastoor werkzaam, n.l. te Assen van 1833 tot 1837. Bij zijn benoeming in Zwolle werd hij tevens aartspriester, verantwoordelijk voor Salland, Groningen (1842-1853) en Drenthe (1837-1853) .

Tijdens zijn Asser jaren, waar hij in 1833 de eerste pastoor werd, had hij Drenthe goed leren kennen en begreep hij de problemen van de Drenten die kerken wilden bouwen. Hij was in zijn Asser periode van belang voor de katholieken van Veenhuizen en Frederiksoord en voor de katholieke bewoners van Nieuw Schoonebeek, die het niet eens waren over de plek, waar de kerk moest komen.

Naast zijn aartspriesterschap was hij verantwoordelijk voor de Oost-Indische Zending en het seminarie in 's-Heerenberg. Toen de Groninger aartspriester Priester zijn opdracht teruggaf, werd hij overgeplaatst naar Groningen, waar hij zowel van Groningen als van Salland en Drenthe aartspriester bleef. Zuidoost-Groningen heeft aan hem de oprichting van twee staties te danken: in 1843 de statie Zandberg vlak bij ter Apel en in 1848 de statie Stadskanaal.

In 1853 vertrok hij weer naar Zwolle, waar hij tot 1866 pastoor was en deken, nu er weer een bisschop zetelde in Utrecht. Tijdens zijn bestuur als aartspriester wees hij ook de plek waar in Zandberg de kerk moest komen. Tijdens zijn dekenaat ontstonden kerken in Meppel (1861) en Erica (1866). Voordien waren er alleen kerken in Coevorden (1789), Frederiksoord (1822) en Veenhuizen (1826). Van Kessel was geheim Kamerheer van paus Pius IX.

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.