Lexicon Kunstbus Groningen

Dit artikel is 02-01-2021 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Hendrik de Cock

Hendrik de Cock (Veendam 1801 - Groningen 1842) was predikant en voorman van de Afscheiding van 1834 die zou leiden tot zelfstandige gereformeerde kerken naast de Nederlandse Hervormde Kerk.. De Cock was bevreesd voor de aantasting van het gereformeerde karakter van kerk en samenleving. Op felle wijze bestreed hij de - in zijn ogen - onrechtzinnigheid van zijn collegae, bekritiseerde hij de kerkorde van 1816 en veroordeelde hij de Evangelische Gezangen.

Hij studeerde theologie in Groningen (1819) en was hervormd predikant in Eppenhuizen (1824), Noordlaren (1827) en Ulrum (1829-1834; afgezet); daarna was hij christelijk afgescheiden predikant in algemene dienst van Groningen en Drenthe, en vestigde hij zich te Smilde (1835) en te Groningen (1837).

De Cock was in zijn studententijd, tijdens de colleges van de hoogleraren H. Muntinghe, E. Tinga en A. Ypey, gevormd in de geest van een gematigd supranaturalisme. Als predikant in Eppenhuizen en Noordlaren kwam hij in contact met gemeenteleden die verlangden naar terugkeer tot de rechte gereformeerde leer der vaderen; ook in Ulrum sprak hij met bevindelijke naturen die hem in zijn orthodoxe prediking bevestigden. Hij werd mede gevormd door de geschriften van C. Baron van Zuylen van Nyevelt, onder meer De Hervormde leer (1832).

In Ulrum was De Cock de opvolger was van Petrus Hofstede de Groot. Van gemeenteleden kreeg De Cock te horen dat zijn prediking diepgang miste. Hij nam die kritiek zo serieus dat hij zich ging verdiepen in de geschriften van Calvijn. Uiteindelijk kwam hij tot de conclusie dat de Bijbelse leer lang niet altijd in de kerk werd nageleefd. Zodoende verliet De Cock de minder orthodoxe richting van de Groninger Godgeleerden en ging hij over naar de orthodox-calvinistische groepering. Hij verwierp de nadruk op de opvoedende kracht van het evangelie, en gaf de erfzonde een nadrukkelijke plaats in zijn preken.

In zijn brochure 'De schaapskooi van Christus aangetast door twee wolven' bediende ds. De Cock zich van scherpe taal tegen twee collega's die het bevindelijk christendom als 'ziekelijke mystieken' wegzette. Zijn rechtlijnigheid culmineerde uiteindelijk in een door de overheid gestimuleerd tuchtproces, waarin hij zich voor het classicaal bestuur van Middelstum moest verantwoorden. Op 19 december 1833 werd hij door dit bestuur om zijn optreden (onder andere het dopen van kinderen uit zijn buurgemeente Vierhuizen; zie ook Du Cloux) voor onbepaalde tijd geschorst, met behoud van traktement. Op 1 april 1834 schorste het provinciaal kerkbestuur hem voor twee jaar, met verlies van traktement.

De Cock was niet van plan zich te onderwerpen aan de kerkelijke reglementen; hij werd uiteindelijk op 2 oktober 1834 afgezet als predikant. Hij kreeg nog een half jaar respijt, maar veranderde niet van mening.

De Cock en zijn volgelingen (waaronder 137 inwoners van Ulrum en omgeving inclusief de voltallige kerkenraad van de Nederlandse Hervormde Kerk in Ulrum) scheidden zich op 13 oktober 1834 officieel af van de Nederlandse Hervormde Kerk. De volgende dag tekenden zij de Acte van Afscheiding of Wederkeering. Diegenen die verantwoordelijk waren voor het beheer van de kerkelijke goederen (kerkvoogden en andere notabelen), gingen hier niet in mee, met als gevolg dat De Cock en zijn afgescheiden kerkenraad geen gebruik meer konden maken van het kerkgebouw. Sinds de door de koning opgelegde kerkelijke herstructurering van 1816 waren namelijk alle kerkelijke goederen eigendom van de landelijke kerk.

In die tijd hadden verenigingen een machtiging van de koning nodig, maar koning Willem I gaf die niet; bij wijze van sanctie werden er soldaten ingekwartierd bij de Afgescheidenen (dragonnade). Dominee De Cock werd zelfs vanwege 'verstoring van de rust' tot drie maanden gevangenisstraf veroordeeld en met zijn gezin uit de pastorie gezet.

Na korte tijd liep het aantal volgelingen in de duizenden (door anderen werden ze spottend Cocksianen genoemd). Behalve de afgescheidenen uit Ulrum gingen namelijk nog een aantal andere Hervormde gemeenten mee. Deze afscheidingsbeweging kreeg de naam De Afscheiding en heette in eerste instantie de Christelijke Afgescheiden Kerk. Alleen al in Groningen en Drenthe waren er in 1836 al meer dan 30 afgescheiden kerken. De Cock deed pastoraat voor een groot gebied, aanvankelijk heel deze regio, leidde andere voorgangers op, en schreef talloze brochures waarin hij zijn idee├źn uiteenzette.

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.

Pageviews vandaag: 2.