Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 01-12-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Hendrik Brinkman

Hendrik Brinkman, (Kampen 1909 - Haren 1994), was een natuurkundige, hoogleraar in de experimentele fysica.


Hendrik Brinkman werd geboren op 5 november 1909 te Kampen, waar hij ook
de middelbare school bezocht.
Hij studeerde in Utrecht en was van 1930 tot 1938 assistent van L.S. Ornstein, bij wie hij in 1937 promoveerde.
Van 1926 tot 1935 studeerde hij natuurkunde bij Ornstein in Utrecht, voor wie hij grote eerbied en bewondering had. In het laatste
jaar van zijn studie legde hij het doctoraalexamen 'cum laude' af en in 1937
volgde zijn promotie, eveneens 'cum laude', op een dissertatie over het onderwerp Optische studie van de elektrische lichtboog. Hij was vanaf 1930 assistent,
en vanaf 1934 hoofdassistent van het Fysisch Laboratorium der Rijksuniversiteit
Utrecht. Uit zijn Utrechtse tijd dateert een twintigtal publikaties over lichtbogen,
overgangswaarschijnlijkheden in molecuul- en atoomspectra, over de werking van
het Wilsonvat en over fotografische intensiteitsmetingen bij elektronendiffractie.


Vervolgens werkte hij bij Philips in Eindhoven, waar hij onder meer onderzoek deed naar gasontladingen.
Na zijn promotie was Brinkman van 1938-1944 wetenschappelijk medewerker
op het Natuurkundig Laboratorium van de NV Philips Gloeilampenfabrieken te
Eindhoven. Hij verrichtte daar onderzoek op het gebied van gasontladingen,
vacuümspectrografie en het niet-reflecterend maken van optische oppervlakken.

Hij kreeg daarna de opdracht bij KEMA te Arnhem een onderzoekslaboratorium op te richten en werd daar het hoofd van de researchafdeling. Zijn organisatorisch talent bleek bij de wederopbouw van KEMA na WO-II.
In het najaar van 1944 werd Brinkman verzocht naast de keuringslaboratoria
van de KEMA een research laboratorium te Arnhem op te richten. Hij werd
daarna benoemd tot hoofd van de Research Afdeling van de NV KEMA. Toen na
de bevrijding met het werk kon worden begonnen, waren de gebouwen ernstig
beschadigd en ontdaan van alle instrumenten en basisuitrustingen. De wederopbouw van het KEMA Laboratorium werd door Brinkman krachtig aangepakt en
in 1950 voltooid. Onder zijn leiding werd een veelzijdig onderzoeksprogramma
opgezet, dat o.a. de elektrische doorslag van vaste stoffen, hoogvacuümtechniek,
luminescentieverschijnselen en gasontladingen betrof. Van 1944 tot 1948 trad
Brinkman tevens op als directeur van de Nederlandse Stichting van Verlichtingskunde.

Vanaf 1950 tot aan zijn emeritaat in 1980 was Brinkman hoogleraar in de experimentele natuurkunde te Groningen als opvolger van Dirk Coster; tot 1967 was hij tevens directeur van het Natuurkundig Laboratorium.
Door zijn vooruitziende blik, zijn capaciteiten als bestuurder en organisator was zijn periode er een van uitbreiding en vernieuwing. Hij nam direct de reorganisatie ter hand van het natuurkundig laboratorium en maakte plannen voor de verbouwing en vergroting van het neogotische gebouw aan de Westersingel. Hij legde de basis voor de ontwikkeling van de moderne fysica in Groningen, zette een veelzijdig onderzoeksprogramma op en wees nieuwe gebieden van onderzoek aan. Als gevolg daarvan werden nieuwe leerstoelen ingesteld. Tweeëntwintig doctorandi zijn onder zijn supervisie gepromoveerd op onderwerpen uit de Kernfysica, de Röntgenfysica en de Plasmafysica.
Brinkman streefde ernaar de beoefening van de natuurkunde aan de RUG op een internationaal niveau te brengen door samen te werken met andere universiteiten maar ook met het bedrijfsleven.


Zijn levenswerk is de oprichting van het kernversnellersinstituut (KVI), dat in 1962 officieel in gebruik werd genomen en weldra internationale bekendheid verwierf. Daarvan was hij tot in 1972 de eerste directeur.
Mede op initiatief van Brinkman kwam de studierichting Technische Natuurkunde tot stand, waardoor aan de RUG de ingenieurstitel behaald kon worden.

Brinkman was nauw betrokken bij de oprichting van verschillende Nederlandse onderzoeksinstituten. Hij was jarenlang voorzitter van het Koninklijk Natuurkundig Genootschap te Groningen. Ook was hij betrokken bij de oprichting van internationaal belangrijke tijdschriften als Nuclear Physics en Nuclear Instruments and Methods.

Brinkman trad 22 keren op als promotor. Hij was lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. In 1953 huldigde hij als naaste collega F. Zernike toen deze de Nobelprijs had ontvangen.


Eerste pageview van vandaag: 1