kunstbusgroningen

Lexicon Kunstbus Groningen

Dit artikel is 28-12-2021 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Havingha

Havingha, ook wel Havinck, was een organisten- (en predikanten) familie.

Oudste telg was Frerik Tonnis Havinck, van 1628-1675 schoolmeester/organist te Termunten.

Zijn zoon Antonius Havinga was van 1685 tot zijn dood in 1714 predikant te Woldendorp.
Een andere zoon, Petrus, was van 1680 tot zijn dood in 1728 organist te Groningen: vanaf 1680 Pepergasthuiskerk, daarna vanaf 1683 tevens Academiekerk en vanaf 1694 ook Martinikerk (met inbegrip van klein onderhoud). Hij was betrokken bij de keuring van belangrijke orgels (o.a. in Alkmaar, Sneek, Leeuwarden en Groningen).

Petrus kreeg twee zonen: Gerhardus (Groningen 1696 - Alkmaar 1753) en Henricus (Groningen 1698 - Petten 1760). Laatstgenoemde was van 1720-1730 organist van de Groninger Pepergasthuiskerk; nadien was hij predikant te Helium en (vanaf 1734) te Petten.

Gerhardus verving aanvankelijk zijn vader in de Martinikerk en was lid van het Collegium Musicum; daarna was hij van 1718-1722 organist en klokkenist te Appingedam (Nicolaikerk); aldaar was hij ook verantwoordelijk voor onderhoud en reparaties. Van 1722 tot zijn dood was hij organist/klokkenist te Alkmaar (Grote of St.-Laurenskerk). In 1724 verschenen van hem in Amsterdam VIII Suites gecomponeerd voor de clavijcimbal off Spinet. Hij verdedigde in 1727 in zijn boek Oorspronk en Voortgang der Orgelen (het eerste orgelhistorische boek van betekenis in ons land) de verbouwing uit 1723/25 van 'zijn' orgel in Hamburgs-Groningse stijl door Frans Caspar Schnitger. Hij leidde te Alkmaar het plaatselijke Collegium Musicum en was ook als componist actief. Hij was daarnaast betrokken bij diverse orgelkeuringen, o.a. te Haarlem, Grote of St.-Bavokerk (1738).

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.