Lexicon Kunstbus Groningen

Dit artikel is 28-12-2021 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Hauff

Wilhelm Gottlieb Hauff

Wilhelm Gottlieb Hauff (Gotha, circa 1750 - Nijmegen, 25 mei 1816) was een Nederlands componist van Duitse komaf. Zijn zoon Ferdinand (1779-1813) werd organist, net als zoon Wilhelm Gottlieb Hauff jr (1750-1816). Ook twee van zijn kleinzonen, w.o. Wilhelm Reinier Hauff (1833 - 1903) zouden organist worden.

Hij was getrouwd met Johanna Barbara Lintz. Hauff kwam naar Nederland in het regiment Saksen-Gotha. Hij legde zich vervolgens toe op het orgelspel en kon na zijn diensttijd aan de slag als organist/klokkenist van een kerk in Zaltbommel en later van de Grote kerk in Nijmegen, waar hij van 1791 tot zijn dood in 1816 de officiële organist was. Hij schreef ook enkele werken als symfonieen, cantates en kamermuziek. Midden 19e eeuw werd de cantate De dood van Jesus Christus uit 1789 nog als belangwekkend genoemd.

Wilhelm Gottlieb Hauff junior

Wilhelm Gottlieb Hauff junior (Nijmegen 1793 - Groningen 1858) werd gedoopt binnen de Evangelisch-Lutherse gemeente in Nijmegen. Hij was getrouwd met Maria Anna Catharina Roijer en Maria Catharina Meijer. Twee van zijn zonen, waaronder Wilhelm Reinier Hauff, werden ook organist.

Zijn muziekopleiding kreeg hij van zijn vader; hij nam al op jeugdige leeftijd waar voor zijn vader als organist te Nijmegen. In 1813 kreeg hij na een wedstrijd een aanstelling als organist in de Bergkerk van Deventer. Hij vertrok in 1816, opnieuw na een sollicitatieronde, naar Groningen om organist te worden in de Martinikerk. In 1832 volgde dan een aanstelling als organist van de Nieuwe Kerk te Amsterdam. Hij werd gekozen uit drie eindkandidaten uit een veld van dertig sollicitanten. Hij liet zich echter financieel overhalen om in Groningen te blijven, hij kreeg bij uitzondering hetzelfde salaris als wat hij in Amsterdam zou gaan verdienen. Hij bleef daar tot aan zijn dood organist. Tijdens zijn werkzaamheden werd hij op 23 oktober 1858 onwel als gevolg van een astmatische aanval; een week later overleed hij.

Zijn spel en composities getuigden van weinig theoretische kennis; zijn fantasieën/improvisaties kregen voldoende bijval om hem als organist te behouden. Hij schreef een beperkt aantal werken:
De 150 psalmen voor orgel, dat meerdere drukken kreeg
De melodieën der evangelische zangen voor orgel
Zes kleine naspelen voor orgel
Preludieën voor orgel
Vijftien kleine schoolliederen voor zang en piano, op tekst van Hieronymus van Alphen.

Broer Ferdinand Hauff (1779-1813, overleden te Nijmegen 34 jaar oud) zat eveneens in de muziek en was onder meer organist.

Wilhelm Reinier Hauff

Wilhelm Reinier Hauff (Groningen, 7 maart 1833 - Utrecht, 12 september 1903) was de zoon van Wilhelm Gottlieb Hauff. junior. Hij was getrouwd met Antje Johanna Siemons.
Hij kreeg zijn muziekonderwijs van zijn vader Wilhelm Gottlieb Hauff. Hij ging als dertienjarige organist werken in het Heiligen Geest Gasthuis. Op zeventienjarige werkte hij als organist van de Hospitaalkerk. In 1858 werd hij aangesteld in Kampen alwaar hij ook klokkenist werd. Hij zou ook organist van de Bovenkerk in Kampen zijn geworden, maar na een sollicitatieronde ging een ander er met die functie van door. Hauff werd nog wel klokkenist van de Nieuw Toren aldaar, maar raakte in conflict met de kerkenraad van Kampen. In 1867 ging hij als directeur/uitgever werken bij de door hem opgerichte Nieuwe Kamper Courant en kwam in die hoedanigheid door een andermans artikel weer in een geloofsconflict terecht, hetgeen hem zijn nevenfunctie als organist kostte. Hij werd daarna nog een keer publiekelijk geslagen en bedreigd door een politieagent. In 1871 stelde de gemeente hem als enige ambtenaar verplicht bij ziekte een doktersattest te leveren, hij nam daarop ook als klokkenist ontslag. In 1879 legde hij ook de functie krantendirecteur neer en maakte daarvan melding in de Kamper Courant; de concurrent van zijn eigen blad.

Hij vertrok naar Amsterdam en bestookte als letterkundige (aldus het adressenboek van Amsterdam) van daar uit de uigave van de derde druk van Johan Hendrik van Dales Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal onder redactie van Jan Manhave. Hij constateerde omissies en foutieve omschrijvingen. Hij kreeg een uitgebreide correspondentie met de uitgevers Martinus Nijhoff en A.W. Sijthof. Het leek er nog op dat Hauff een “eigen woordenboek” op de markt kon brengen. Er verscheen een aankondiging van een eerste deel, maar deze is niet (meer) terug te vinden; van vervolgdelen ontbreekt elk spoor. In 1894 verhuisde Hauff naar Soest. Er werd niets meer van hem of het alternatieve woordenboek gehoord. Wel werden bijna alle opmerkingen van Hauff verwerkt in de toenmalige nieuwe edities van Van Dale.

Van zijn hand verscheen een aantal vertalingen in boekvorm:
Theorie van het contrapunt en de fuga (naar Luigi Cherubini)
Kunst des reinen Satzes (naar Johann Kirnberger)
Wandelingen door het gebied der sterren, een astronomische feuilleton van M.W. Meijer


Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.


Er is nog niet op dit artikel gereageerd.

Pageviews vandaag: 9.