kunstbusgroningen

Lexicon Kunstbus Groningen

Dit artikel is 25-03-2022 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Harm Kolthek

Harm Kolthek Jr. (1872 Westerbroek - Groningen 1946), pseudoniemen HaKa en Mephisto, was voorman van het vrije socialisme, drukker, journalist, vakbondsbestuurder en libertair-socialistisch politicus.

Van 1907 tot 1913 was Kolthek secretaris van het Nationaal Arbeids-Secretariaat, de anarchistische vakcentrale. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij oorlogscorrespondent voor de Telegraaf in Frankrijk. Kolthek was van 1918 tot 1924 partijleider van de vooroorlogse Socialistische Partij (niet te verwarren met de huidige SP). In 1931 richtte Kolthek de partij Recht en Vrijheid op en kwam hij voor die partij in de Groninger gemeenteraad. In 1935 en 1939 haalde zijn partij beide keren vijf zetels.

Biografie
Hij was de zoon van Harm Kolthek, fabrieksarbeider, en Talligje van Eerden. Op 20 mei 1893 trad hij in het huwelijk met Antje van der Laan, dienstmeid, met wie hij vijf dochters en vier zoons kreeg. Dit huwelijk werd ontbonden op 28 november 1919. Op 7 april 1922 hertrouwde hij met Josefina Christina Luisinda Timmer. Dit huwelijk werd ontbonden op 5 juli 1926.

Kolthek studeerde enige tijd voor onderwijzer, maar vond werk als smidsknecht in zijn geboorteplaats. Zijn verbondenheid met de socialistische beweging dateert van eind 1892, toen Siert van der Laan, een broer van zijn aanstaande vrouw, tijdens de schietpartij te Sappemeer bij W.A. Scholtens strokartonfabriek door huzaren werd gearresteerd en mishandeld (hij overleed later aan zijn verwondingen). Kolthek nam deel aan de cursusavonden die Tj. Luitjes voor jonge arbeiders in zijn woning organiseerde te Sappemeer. Na verkregen ontslag uit zijn werk vestigde hij zich ook aldaar en leerde bij Luitjes het drukkersvak. Bij het conflict tussen de parlementaire socialisten en hun tegenstanders koos hij de zijde van de laatsten. Hij sprak veel op bijeenkomsten in de omgeving en schreef in De Arbeider. Ook trad hij onder de naam HaKa als correspondent op voor De Vrije Socialist.

In 1900 verhuisde hij naar Groningen en het jaar daarop naar Deventer, waar hij Recht voor Allen ging redigeren, een 'weekblad voor de propaganda van het vrijheidslievende socialisme in het midden des lands'. Hij leefde met zijn gezin van de bescheiden opbrengst van zijn krant en spreekbeurten. Hij propageerde directe actie, algemene werkstaking, revolutie, neem-en eetrecht en een van de politiek onafhankelijke vakbeweging. Hij verwierp de parlementaire politiek van geleidelijke hervormingen van de sociaal-democraten en hekelde hun bureaucratische instelling. Hij was redacteur van het antimilitaristische blad De Wapens Neder en korte tijd maakte hij deel uit van een drukkerij die was aangesloten bij de Vereeniging Gemeenschappelijk Grondbezit (GGB). Te Deventer was hij betrokken bij stakingen en de opbouw van vakverenigingen. Zodoende speelde hij een belangrijke rol in de ontwikkeling van de arbeidersbeweging aldaar.

In 1907 werd hij gekozen tot landelijk secretaris van het Nationaal Arbeids-Secretariaat (NAS), dat in ernstige financiële en organisatorische moeilijkheden verkeerde. Hij slaagde er in door zijn inspanning deze crisis te overwinnen, zodat het NAS in 1913 zijn ledental bijna verdrievoudigd had tot 9000. Hij redigeerde ook het weekblad van het NAS, De Arbeid, maar vertrok na strubbelingen met meer principiële anarchisten. Directeur Holdert vroeg hem als redacteur voor De Telegraaf, waar hij tot 1918 werkzaam was, ook als oorlogscorrespondent in Frankrijk. Tegen het eind van de oorlog trad hij op als voorzitter van het landelijk Revolutionair Socialistisch Comité en van de door hem gestichte Socialistische Partij, waarvoor hij in 1918 in de Tweede Kamer werd gekozen. De ingrijpende wijziging in de rol van de overheid tijdens de oorlog noopte zijns inziens wel tot parlementaire arbeid. Ook wilde hij de aanhang van het NAS vrij waren voor de invloed van de Sociaal-Democratische Partij (SDP, later Communistische Partij in Nederland). Aanvankelijk werkte hij in de Kamer samen met de communisten en met de christen-socialist ds. J.W. Kruyt, maar spoedig ging hij zijn eigen weg. In 1922 werd hij niet herkozen.

Kolthek vestigde zich in 1925 noodgedwongen in Groningen, daar een ernstige oogaandoening alleen in het Academisch Ziekenhuis aldaar verholpen kon worden. Hij begon hier een nieuw bestaan en verdiepte zich in de denkbeelden van Henry George over het particulier grondbezit als bron van maatschappelijke onrechtvaardigheid. Hij stichtte de partij Recht en Vrijheid en redigeerde het gelijknamige blad (later omgedoopt in Ons Erfdeel). In 1931 werd hij voor deze partij in de gemeenteraad van Groningen gekozen. In 1935 en 1939 werden zelfs vijf zetels behaald. Ook in de Provinciale Staten drong Recht en Vrijheid door dank zij de propaganda onder werklozen en kleine zelfstandigen. Kolthek had zijn oude opvattingen ten dele verlaten en had een sterk religieuze levensbeschouwing aanvaard. Zijn stijl als politiek debater had niets van de oude glans verloren en principieel verdedigde hij de vrijheid van meningsuiting. Na zijn overlijden miste de partij Recht en Vrijheid de kracht van zijn persoon en verdween.

Bronnen:
• https://socialhistory.org/bwsa/biografie/kolthek

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.