Lexicon Kunstbus Groningen

Dit artikel is 23-12-2021 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

hannekemaaiers

1. Westfaling of bovenlander, zoals die vroeger in de hooitijd naar Nederland kwam om gras te maaien;
2. (fig.) lompe, ongemanierde kerel; (ook) stijve, houterige vent.

De hannekemaaiers waren seizoenarbeiders uit Duitsland (voornamelijk uit Westfalen en het Graafschap Lingen in de zeventiende tot en met de negentiende eeuw) die in de zomer te voet naar Nederland kwamen om op het land te werken. De term hannekemaaier is afkomstig van de naam Johannes, doorgaans afgekort tot Hannes en is ontleend aan de dag van traditionele indiensttreding, Sint Johannesdag (24 juni). Een andere benaming is grasmof.

De eerste hannekemaaiers kwamen om gras te maaien. Omdat Nederlanders geïnteresseerd waren in Duitse koopwaar begonnen sommige Hollandgangers die mee te nemen in op de rug gedragen manden. In Groningen werden ze kiepkeerls en Veelnks (Westfalingers) genoemd. Naar schatting 140.000 uit het huidige Duitsland afkomstige hannekemaaiers hebben zich tussen 1815 en 1850 blijvend in Nederland gevestigd.

In Nederlandse volksverhalen komt de hannekemaaier veelvuldig voor. Hij wordt vaak uitgebeeld als een wat dommig figuur. Er bestaan veel verhalen over "Hans Hannekemaaier" uit M├╝nsterland. Hij speelt soms een rol vergelijkbaar met Tijl Uilenspiegel.


De Duitse trekarbeiders (veelns, enkelvoud veelnk - omdat er veel uit Westfalen kwamen) die tot begin 20ste eeuw in Nederland een inkomen zochten werden hannekemaaiers genoemd als ze zich voor maaien en hooien verhuurden, kiepkerels (kiepkeerls, kiepker, nappenslaifker, hoozeveelns of omlopers) als ze koopwaar uit hun kiep of peperkaast (mars) aanboden en bloaspoepen als ze muziek maakten. Allemaal werden ze voor poep uitgescholden.


In de Groninger overlevering zijn het weliswaar gewaardeerde harde werkers, maar verder aartsdomme snuiters met vreemde gewoonten en een rare smaak. Ze spelen een prominente rol in het humoristische volksverhaal (humor) en het apologische spreekwoord. Dat is ain zunder stain, zee de poep, en hai beet op n slak; Woar rook is, is ook vuur, zee de veelnk, dou wol e zien piep bie n peerkeudel ansteekn. Een andere poep zag een kikker voor een bokking aan en peuzelde hem lekker op; een collega gebruikte de regenbak als gemak, enz. Tot dit negatieve beeld heeft sterk het populaire anonieme anti-Duitse schotschrift Hans Hannekemaaijers kluchtige lotgevallen en ontmoetingen op zijn reis naar en door Holland bijgedragen, dat voor het eerst in 1827 (het laatst in 1978) in Groningen werd gedrukt en wel aan Marten Douwes Teenstra wordt toegeschreven.


Wanderziegler

Uit het vorstendom Lippe kwamen zogenoemde Wanderziegler periodiek naar vooral Nederland, maar ook wel naar Denemarken en het uiterste noordwesten van Duitsland, om in steenfabrieken te werken. De armoede in dit vorstendom was vanaf de late 17e eeuw tot omstreeks 1900 groter dan in aangrenzende streken in het huidige Duitsland. Het kwam wel voor, dat het grootste deel van de tot werken in staat zijnde mannen uit het Lippeland op deze wijze aan de kost moest komen. Meestal trokken de mannen rond 1 april weg en keerden rond 1 november weer terug naar huis. Bericht wordt, dat in 1865 wel tienduizend mannen uit Lippe op deze wijze als arbeidsmigrant werkzaam waren. De werkdagen waren lang, soms wel 16 uur. Beloning geschiedde in de vorm van stukloon.

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.


Er is nog niet op dit artikel gereageerd.

Pageviews vandaag: 4.