kunstbusgroningen

Lexicon Kunstbus Groningen

Dit artikel is 19-12-2021 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

haasdorsen

Het dorsen van de koolhaas. Een haas gemaakt van stro. Toen het koolzaad nog op het land gedorst werd, maakten de boerin en de meiden van riet, hooi of stro een haas. die met linten versierd werd. Deze werd vroeger onder hoorngetoet in 't dorskleed gelegd en dan „werd het hazebloed er uit geslagen".

Als men aan de laatste schoof was, moest de boer eerst trakteren. Het gebeurde, dat de boer tegelijk met de haas naar 't dorskleed gedragen werd. Bij 't zien van de haas, zetten allen de pet af. De haas wordt stuk gedorst, tegelijk met de laatste schoof; ieder ziet er een stukje of een lint van machtig te worden.


Bij thuiskomst trakteerde de boerin op hazebloed, d.i. jenever met stroop. Ook gebeurde het wel, dat de koolhaas op het veld door de dragers van 't laatste koolzaad aan de boer werd verkocht. Dit haasverkopen ging zo: eerst vroeg men een schaap, dan een vat bier, tot het akkoord gesloten werd voor een kan jenever.

Een beschrijving komt voor in Hazelhoff's Groninger Almanak voor 1857.

De haas is de vegetatie-demon, de vruchtbaarheidsgeest; bij de laatste schoof wordt hij gevangen en weer aangeboden aan de boer. Wat er nog van over was en hoe de struikenzoeker, de „arenlezer", de haas vangt, is door Van der Ven voor 't dorp 't Zand vastgelegd op zijn Oogstfilm, afdeling plezairdörsen.

Volgens de beschrijving van Onnekes werd vroeger, toen men nog met vlegels dorste, het kooldorsen besloten met 't haasdorsen. Men maakte een haas van stro, omwonden met bont papier en opgesierd met linten, die onder hoorngetoeter in het dorskleed werd gebracht en met de vlegels werd stuk geslagen; dit heette het hazebloed er uit slaan. Ieder beijverde zich een stuk machtig te worden en trok daarmee naar de boer, waar men bij aankomst getrakteerd werd. Mijn Uithuizer zegsman kende dit gebruik ook en had spesiaal herinneringen van de tocht van 't land naar de boerderij, die - bij de zo weinig zingende Groningse bevolking - door gezang begeleid was; wat gezongen werd, was hem echter ontschoten; de 'haas' was, naar hij meende, met stekels en bloemen versierd. Het is duidelik, dat wij hier 'het vangen van de koorndemon' voor ons hebben, de personifikatie van de groeikracht, die als haan of bok of haas of zeug in het veld zit en in de laatste schoof of bundel gevangen kan worden. Met het oog op wat we boven over het overeenstemmende woord den voor wildleger en dorsplek vonden, is het wel verleidelik, de dorsplek of den als 'leger van de haas', de vegetatiedemon, op te vatten -. Ook de weidse naam 'koning' of 'legerkoning' zal wel met de oude oogstgebruiken samenhangen en wijzen op de rol, die deze aanvoerder bij het dorsen oorspronkelik in het oogstfeest speelde. Eigenaardig is ook wat Onnekes vermeldt, dat op enige afstand van de den een gat gegraven is, op welks rand een biervat ligt, terwijl in het gat zelf de jeneverfles wordt bewaard. Nu natuurlik om de dorst van de arbeiders te lessen; maar vergelijking met plaatsen in Wuttke, Der deutsche Volksglaube der Gegenwart, 433 ff., waar het feest voor de arbeiders 'Wodelbier' heet en waar melk of bier op de akker uitgegoten wordt, doet vermoeden, dat het bier en het gat bij de den oorspronkelik betrekking hadden op een plengoffer.


Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.