kunstbusgroningen

Lexicon Kunstbus Groningen

Dit artikel is 17-12-2021 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

grutterij

Onder grutterijen worden zowel de winkel ter verkoop van grutterswaren, als de grut- of gortmolen verstaan. Zaadkorrels van boekweit en gerst of haver werden er gepeld en vermalen. Grutten is een benaming voor graan in gepelde en gebroken vorm. De in Nederland tot grutten verwerkte graansoorten waren van oudsher gerst of gort (= gepelde gerst), boekweit en haver.

Het waren buurtverzorgende bedrijfjes, die streng gescheiden werden van korenmolens. Daarin mochten grutten niet worden vermalen. Evenmin mochten grutterijen rogge of tarwe vermalen. De gemeente Groningen telde in 1819 nog 27 grutterijen; in 1900 waren er nog zes.

Grutten werden voornamelijk gebruikt om er pap of brij van te maken, soms ook om waterige, 'dunne' soep meer substantie te verlenen. Gortgrutten - of de hele korrel - worden in water geweekt, gekookt en tot slot wordt er karnemelk bij gedaan. Het zo verkregen gerecht heet karnemelksepap of gortepap.

Gort is ook een bestanddeel van watergruwel of krentjebrij.

Een ander, tot in de jaren vijftig, gangbaar en geliefd gerecht is van boekweitgrutjes en heet grutjes-met-stroop of kortweg grutjes. Ook deze grutten werden met water of melk tot een dikke brij gekookt, die met stroop, soms ook een klontje boter, werd gegeten. Afgekoeld en stijf geworden sneed men er plakken van, die werden opgebakken in boter en eveneens gegeten met stroop.

Grutten is het werkwoord voor het breken van boekweit, gerst of haver en het meervoud van grut. Het is etymologisch verwant aan de woorden gruis en gries (griesmeel). "Grut beteekend al het geen klein gebrooken is."(1681; WNT). Ook in het woord grutterij, een oude benaming voor een winkel in levensmiddelen (kruidenierswinkel), is het woord grut terug te vinden.

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.