kunstbusgroningen

Lexicon Kunstbus Groningen

Dit artikel is 14-12-2021 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Gronings

1. Gro·nings (ook Groninger)(bijvoeglijk naamwoord) > van, in, uit Groningen; 2. Gro·nings (het; o) > in Groningen gesproken dialect. (Gronings-Oostfries, Grunnegs, Grönnegs/Grönneger)

Demoniem

Gronings is de gewone vorm van het van Groningen afgeleide bijvoeglijk naamwoord. Daarnaast komt ook de vorm Groninger voor, die wordt gebruikt als regionale of stilistische variant en in sommige vaste verbindingen (bijvoorbeeld Groninger koek).

Taal

Het Gronings (Gronings-Oostfries, Grunnegs, Grönnegs) is een verzamelnaam voor een aantal variëteiten van de streektaal Nedersaksisch die in en rond de Nederlandse provincie Groningen wordt gesproken. Het Gronings en de verwante variëteiten uit Oost-Friesland vormen gezamenlijk, door het Friese substraat, een opvallende subgroep binnen het Nedersaksische dialectcontinuüm. De streektaal wordt vooral gekenmerkt door zijn typisch eigen accent en woordenschat, die sterk afwijken van de andere Nedersaksische dialecten.

Met name de streektaal van het Westerkwartier wordt door de sprekers daarvan en door die van andere geografische variëteiten als weinig, het dialect van Noord-Groningen daarentegen als juist erg specifiek voor 'het' Gronings gevoeld.

Dat betekent dat als typerendste kenmerk voor het hedendaagse Gronings vermoedelijk de ai-klank gezien moet worden, die in het grootste deel van het Westerkwartier niet voorkomt. Bovendien is er een snelle klankverschuiving waar te nemen waarbij woorden als stain(e) 'steen', nait 'niet' e.d. in de uitspraak vervangen worden door stoin(e) en noit.Met beide zaken zijn twee bijzondere aspecten van het huidige dialect van Groningen genoemd: er is een grote geografische variatie die waarschijnlijk afnemend in omvang is: verschillen worden gladgestreken in een algemener proces van snelle veranderingen, blijkend uit de verschillen in de taal van jongeren in vergelijking met die van ouderen. Het aantal sprekers wordt tegelijkertijd geringer. In een representatief onderzoek uit 1995 blijkt dat in de leeftijdsgroep van 18-25 jaar 44% van de ondervraagden aangeeft, Groningssprekend te zijn, tegenover 79% in de categorie van 65 jaar en ouder.

De taalkaart van het Gronings blijkt op veel punten uit het Nieuw Groninger Woordenboek van K. ter Laan, ook al is het Westerkwartier daarin te weinig aanwezig. Een groot deel van de informatie uit deze regio is afkomstig van W. de Vries, wiens Noordhornse Gronings dan nog een veel duidelijker verband heeft met het Noord-Gronings dan momenteel het geval zou zijn. De Vries promoveerde in 1895 als eerste op een Gronings taalkundig onderwerp, Schuringa in 1923, Reker in 1989 als derde en tenslotte Veldman in 1992. Drie van hen zijn geografisch gericht: De Vries op het dialect van Noordhorn en directe omgeving, Schuringa op de Veenkoloniën en Veldman op het Westerwolds, dat binnen Groningen als een apart (en inmiddels grotendeels verdwenen) subdialect gevoeld wordt met enkele Duits-aandoende kenmerken.

Gedetailleerde en fonetisch genoteerde informatie van een aanzienlijke hoeveelheid feiten, vastgelegd in de periode van plm. 1955 - 1965, is te vinden in de twee delen van Blancquaerts Reeks Nederlandse Dialectatlassen waar Groninger plaatsen in beschreven staan, te weten deel 15 (van Boelens en Van der Woude) en 16 (van A. Sassen).

Het dialect van de stad Groningen heeft een gemarkeerde positie in de provincie. Het is naar verhouding weinig bestudeerd, ondanks Bollands beloftevolle aanzet in de vorige eeuw, het is 'bij plattelandsgroningers niet hoog in aanzien' en het 'staat tamelijk laag op de maatschappelijk ladder', aldus Sassen in de RND-16 onder Groningen. Een relatief vroege, maar veel heterogenere bron voor de bestudering van het Gronings wordt gevormd door diverse antwoorden in de Schoolmeesterrapporten van 1828.

H. Feenstra beschreef een aantal talige ontwikkelingen binnen het Gronings tot aan ongeveer het verschijnen van de schoolmeesterrapporten in cultuurhistorisch perspectief.

[Reker]

Lit.: S.J.H. Reker, 'Het voorbeeld Groningen: de moeilijke verhouding tot het dialect' in: N. van der Sijs (red.), Taaltrots. Purisme in een veertigtal talen (Amsterdam en Antwerpen 1999) 45-58; S.J.H. Reker, 'Schriftelijk dialectonderzoek en 'ronding' in Groningen; van 'k wait nait' tot 'k woit noit', Driemaandelijkse Bladen 38, afl. 3/4 (1986) 178-187; G.J.P.J. Bolland 'Het Dialect der Stad Groningen', Taalkundige Bijdragen 2 (1879) 278-301; H. Feenstra, Duizend jaar Gronings taallandschap. Talige ontwikkelingen in cultuurhistorisch perspectief (Bedum 1998).

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.