Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 23-12-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Groninger kaarten

In de 15de en 16de eeuw komt Groningen op enkele kaarten voor, meestal als onderdeel van 'Frisia', o.a. op een kaart voorkomend in Hartmann Schedels Liber chronicorum (1493). De kaarten van de provincie Groningen van de 16de eeuw tot ca. 1800 zijn volgens Vredenberg-Alink te herleiden tot een zestal prototypes waarvan alle andere zijn afgeleid.

1. Jacob van Deventers 'Frieslandt' (Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel) van 1545, in houtsnede uitgevoerd verschenen te Antwerpen in 1559. Opvallend zijn voor Groningen de vijf waterwegen vanuit de stad, het Reitdiep zonder zijstromen en de Dollardinham die in de richting van Noordbroek vrijwel Oost-West loopt. Navolgingen werden o.a. uitgegeven door G. de Jode en Sebastian Munster.

Kaarten van Nederland uit de Oudheid en de Middeleeuwen waren, zeker voor wat betreft de noordelijke kuststreken, weinig in overeenstemming met de werkelijkheid. Met de driehoeksmeting geïntroduceerd door Gemma Frisias in de 16de eeuw werden kaarten gemaakt die al beter klopten. Jacob van Deventer paste dit systeem van meten toe bij het maken van zijn kaarten.

2. De kaart van Friesland en Groningen door Sibrandus Leo geeft een in rechte lijn lopende noordkust van Groningen. Deze kaart, 'Frisia Ocidentalis' (1579), komt voor in Ortelius' Theatrum Orbis Terrarum.

3. Christian 's Grooten, sinds 1558 koninklijk geograaf van Filips IL, gaf op zijn kaart de noordelijke kustlijn weer een natuurlijker verloop. Kenmerkend is een fictieve rivier in het noorden van de provincie; wellicht is een dijk op Van Deventers kaart daarvoor aangezien. Navolgingen zijn o.a. 'Groninga dominium' van Petrus Kaerius (1617) en 'Frisia Occidentalis' in een atlas van Mercator (1595).

4. De kaart van Bartold Wicheringe van de provincie Groningen verscheen in 1616 bij W.J. Blaeu te Amsterdam. Het was de bedoeling deze kaart op te nemen in Ubbo Emmius', Rerum Frisicarum historia, maar door een meningsverschil met drukker Elsevier ging dit niet door. Kenmerken van de kaart zijn o.a. de vele meanders in het Reitdiep.
De kaart werd nagevolgd door veel uitgevers en diende andere kaartmakers tot voorbeeld. In atlassen van de firma's Blaeu en Hondius/Janssonius, en Schenk is de kaart opgenomen, al of niet met wijzigingen (o.a. het doorgraven van meanders in het Reitdiep, inpolderingen bij de Dollard), meestal onder de titel 'Groninga Dominium'. De bekende borgenkaart van de gebroeders Coenders is op de kaart van Wicheringe gebaseerd. J. Borgesius (1646) en F. de Wit (ca. 1680) vulden de kaart aan met Westerwolde.

5. In de tweede helft van de 17de eeuw verscheen 'Groningae et Omlandiae Dominium' van Ludolf Tjarda van Starckenborg en Nicolaes “Visscher. De meanders in het Reitdiep zijn verdwenen en langs de noordkust ligt een kadijk om de kwelders. Navolgingen verschenen o.a. bij Van der Aa en bij Tirion.

6. De kaart van Theodorus Beckeringh uit 1781, een wandkaart met in de rand wederom afbeeldingen van Groninger borgen. Deze laat voor het eerst de verveningen in oostelijk Groningen zien en bovendien de uit 1615 daterende Semslinie, opnieuw vastgesteld in 1716. Ook deze kaart kent vele navolgingen, o.a. door kaartuitgevers in Duitsland, zoals de firma Homann.

ln de overgangsperiode na 1800 en vóór de uitgave van de eerste topografische kaart, werd een aantal kaarten uitgegeven met als gemeenschappelijk kenmerk de ingedijkte Noordpolder.

Van 1798 tot 1822 werkte C.R.T. Krayenhoff aan zijn 'Chorotopographische kaart van de Noordelijke provinciën van het Koningrijk der Nederlanden' op schaal 1:115.000. Groningen komt met Drenthe en een gedeelte van Friesland op één blad voor.

J.H. Jappé maakte voor zijn kaart, welke in 1835 verscheen, gebruik van de gegevens van het in voorgaande jaren ontstane kadaster. Op het werk van Jappé was ook de kaart van J.A. Smit van der Vegt (onder toezicht van G. Acker Stratingh) uit 1837 gebaseerd: 'Kaart van der provincie Groningen met aanduiding van de grondgesteldheid (…)'. Dit was tevens de eerste geologische kaart van Groningen, ruim vóór het verschijnen van Staringhs geologische kaart van Nederland.

Van 1850 tot 1864 publiceerde het Topographisch Bureau de naar geheel nieuwe opmetingen vervaardigde en uit 62 bladen bestaande topografische en militaire kaart van Nederland. Op deze kaart en de herzieningen ervan baseerden cartografen voortaan hun werk. Daarvan moet nog genoemd worden de Gemeenteatlas van J. Kuyper
(1865-1870), waarvan deel 6/3 kaartjes van alle toenmalige Groninger gemeenten bevat.


Pageviews vandaag: 7.