Lexicon Kunstbus Groningen

Dit artikel is 19-05-2021 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

graanhandel

In stad Groningen was in de 19de eeuw haver het meest verhandelde graan. Oldambster brouwhaver werd gekocht door Engelse bierbrouwers, havergortfabrikanten en paardenhouders. Gerst ging naar gortpellers in de provincie, mouterijen en branderijen in Schiedam en pelderijen in de Zaanstreek. In de eigen behoefte aan broodgraan werd ook voorzien door invoer uit o.a. Drenthe en het Oostzeegebied. Tarwe werd in Groningen weinig verbouwd en verkocht aan andere streken.

De voorgeschiedenis van de Korenbeurs ligt in de middeleeuwen. De stad Groningen kreeg in de veertiende eeuw het stapelrecht; dat hield in dat producten uit de Ommelanden alleen in de stad op de markt gebracht mochten worden. In de loop der eeuwen nam de handel zodanig toe dat een echte markthal noodzakelijk werd.

De stad Groningen liet in 1774, op de plek van de huidige Korenbeurs, al een markthal bouwen. Dat was een niet al te groot pand van hout. Door de grote bloei van de graanhandel aan het eind van de achttiende en begin van de negentiende eeuw, was de gemeente genoodzaakt om een nieuwe beurs te laten bouwen. Een pand van steen waar de handel in het midden van de negentiende eeuw ook alweer uitgroeide. Tegen die tijd werd een deel van de handel gedaan in het naastgelegen café De Beurs.

De stad Groningen was toe aan haar derde Korenbeurs. In 1863 werd begonnen met de bouw daarvan, naar een ontwerp van J.G. van Beusekom (1825 -1881), die in die jaren stadsbouwmeester van Groningen was. Aan de voorkant een groot vierkant hoofdgebouw, direct aan de Vismarkt, met een drietal Korinthische zuilen en op de gevel beelden van Mercurius, Neptunus en Ceres, respectievelijk de god van de handel, de zee en de landbouw. Dit waren de pijlers onder de Groninger welvaart. Achter het hoofdgebouw bevindt zich de beurshal: een grote, langgerekte ruimte die de sfeer ademt van een Romeinse basilica. De eindgevel van deze hal is halfrond, een spiegelbeeld van het koor van de Der Aa-kerk, die pal achter de Korenbeurs ligt.

Van Beusekom lijkt met dit gebouw op twee gedachten te hinken. De voorkant is neoclassicistisch, in het midden van de negentiende eeuw als bouwstijl eigenlijk al weer een beetje uit de mode. En dan daarachter de beurshal, gebouwd met volop gebruik van het modernste bouwmateriaal in die tijd: ijzer. De lichtinval in de beurshal was een voorwaarde voor de graanhandelaren: zo konden zij de producten goed bekijken. Eind jaren zestig waren er serieuze plannen om het gebouw te slopen, maar hernieuwde waardering voor de negentiende eeuwse architectuur zorgde ervoor dat in plaats daarvan de Korenbeurs sinds 1970 op de rijksmonumentenlijst staat.

Tot de jaren tachtig van de vorige eeuw was de Korenbeurs in gebruik voor haar oorspronkelijk doel: als graanbeurs. Maar Groningen werd steeds minder de graanschuur van de wereld, het aantal beursdagen werd teruggebracht tot eens per week. In de jaren tachtig verhuisden de handelaren naar een zolderkamer in de Korenbeurs. De hal kreeg sindsdien verschillende invullingen: van sporthal tot concertzaal, van koopjesmarkt tot spiritueel centrum. In 1990 werd het gebouw gerestaureerd. Tegenwoordig huist er in de Korenbeurs een Albert Heijn.

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.

Pageviews vandaag: 11.