Lexicon Kunstbus Groningen

Dit artikel is 10-04-2021 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Frans Eppink

Pastoor van de St. Josephkerk in de Stad, sedert 1917 pastoor-deken, medestichter van het R.K. Ziekenhuis aan de Hereweg, 1925. De liedhervormer Frans Eppink (1856-1932), die als kapelaan aan de Utrechtse kathedraal werd aangesteld om dirigent te zijn van het kathedrale koor, had in Regensburg gestudeerd alvorens hij naam begon te maken als redacteur van bundels oude liederen.

Zijn meest bekende publicatie was Het Gulden Wierooksvat, een bloemlezing van Nederlandse en Latijnse liederen, die in 1895 voor het eerst verscheen en waarvan er in 1916 120.000 exemplaren waren verkocht. Dat kan een indicatie zijn voor de omvang van het gebruik. Veel teksten waren vertalingen van postklassieke Latijnse hymnen. Eenderde van de geselecteerde gezangen waren gewijd aan Maria, wier devotie in deze periode een grote vlucht nam. De liederen waren reëler van inhoud, en meer vanuit de liturgische teksten gedacht. Vergeleken met de oude praktijk, aldus de musicoloog Anton Vernooij, waren kwaliteit van tekst en melodie danig verbeterd. De vooruitgang bleef echter gekleurd door lieflijkheid, zoetsappigheid en vooral door piëtisme.

In een volgende bundel, Cantemus, heeft Eppink meer liederen opgenomen voor de devotionele verenigingen, zoals congregaties, broederschappen en processiecomités.

Eppink, die zijn clericale loopbaan zou besluiten als deken van Groningen, was een man van stijl en traditie. Het kerkelijk lied interesseerde hem; de volksliedbeweging in het eerste kwart van de twintigste eeuw ging aan hem voorbij.

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.

Pageviews vandaag: 13.