Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 15-02-2021 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Evert Jan Diest Lorgion

Evert Jan Diest Lorgion (Lemmer 1812 - Groningen 1876) was predikant, hoogleraar, kerkhistoricus en rector magnificus.

Biografie

Lorgion werd geboren als zoon van de predikant Johannes Jacobus Lorgion en Jacoba Diest. Hij trouwde in 1837 met Theodora Klazina Banga (1814-1851), dochter van dr. Jelle Banga en lid van de familie Banga, en in 1855 met Godartine Alexandrine Gerhardine Phillippine barones van Hoevell (1815-1902), lid van de familie Van Hövell en zus van Tweede Kamerlid dr. Wolter Robert baron van Hoevell (1812-1879).

Lorgion studeerde theologie te Franeker (1829) en te Groningen (1831) en promoveerde aan die laatste universiteit in 1836.

In 1837, het jaar na zijn promotie werd hij Hervormd predikant te Hallum, in 1842 te Stiens en vanaf 1843 in Groningen.

In 1860 werd hij benoemd tot buitengewoon hoogleraar aan de Groninger universiteit, als assistent van Louis Gerlach Pareau. Na het overlijden van die laatste werd hij in 1866 benoemd tot gewoon hoogleraar in de godgeleerdheid. In de academiejaren 1862-1863 en 1872-1873 was Lorgion rector magnificus.

Diest Lorgion schreef verschillende kerkhistorische studies, met name over de kerkgeschiedenis van Friesland, over Balthasar Bekker en Hubert Duifhuis; daarnaast schreef hij een geschiedenis van Groningen.

De Groninger richting
E.J. Diest Lorgion was een leerling van L.G. Pareau, die samen met P. Hofstede de Groot en F. van Oordt de Groninger richting in het leven riep. Kernbegrippen van deze richting, die veel beroering bracht in de kerk, waren de historiciteit van het christelijk geloof, de aandacht voor het pastorale werk in de gemeente, waarbij aan de persoon van Christus een sleutelrol werd toegekend, en de ondogmatische houding tegenover het geloof der vaderen, die kritisch onderzoek van het evangelie mogelijk maakte. Hun optimistisch pedagogische instelling droeg onmiskenbaar romantische trekken. Na een onstuimige 'incubatietijd' van tien jaar, van 1830 tot 1840, werden zij ter linkerzijde ingehaald door J.H. Scholten, die de moderne theologie introduceerde.

Met zijn historisch-kritische benadering van de Christusfiguur, waarin hij onderscheid maakte tussen de historische Christus en de Christus zoals hij bij de evangelisten en de apostelen voorkomt, week hij af van de gangbare opvatting binnen de Groninger Richting.

Websites en bronnen:
www.digibron.nl


Pageviews vandaag: 4.