Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 14-04-2020 voor het laatst bewerkt.
Twitter: Tweet Follow Tweet naar over
Facebook:

Of mail uw vraag of opmerking over dit artikel naar kunstbus@gmail.com

etymologie broek

Het woord 'broek' is verwant aan het Middelnederduits brōk, oudhoogduits bruoh (moeras) en Duitse Bruch (moeras) en het oudengels brōc [beek] (engels brook) en is afgeleid van het Germaanse woord broka wat moeras betekent. Het is mogelijk dat dit Germaanse woord verwant is aan het Keltische woord brogilo, dat terugkomt in namen als Brielle en Bruil, en gebruikt wordt voor (vaak bosachtige) moerassige terreinen. Men heeft verwantschap geopperd met breugel, voorkomend in plaatsnamen en afkomstig van een keltisch woord voor land.

Sinds oude tijden wordt aan moerassige grond de naam gegeven van broek. Ook wel broec, broeck, broeke, broke, brok, brōk, brocke, brouc, brouck, bruec soms ook bruick. Oudste attestaties in plaatsnamen: 918-948 (kopie 11e eeuw) Brokhem (ligging onbekend, in Zuid-Holland?), 1076 Brvoche (oude naam van het kasteel Biljoen bij Velp, Gl). Broek is ook terug te vinden in Bruocsella (Brussel).

Bronnen:
Wikipedia
www.etymologiebank.nl


Pageviews vandaag: 3.