Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 13-11-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Eppo Botterman

Eppo Botterman, (Groningen? ca. 1675 - Groningen ca. 1755), Nederlands godgeleerde, werd in 1700 leraar bij de Doopsgezinden in de stad Groningen, moest als voorstander van de leer der Collegianten zijn ambt in 1714 neerleggen, werd in 1725 opnieuw beroepen. In 1728 kreeg hij naast zich als collega Jac. Rijswijk, die hem eerst van Sociniaansch en vervolgens van Gereformeerde gevoelens beschuldigde.

Opleiding in Amsterdam. Opziener bij de collegianten en oudste bij de doopsgezinden in Groningen.

Botterman gaf aan de Groninger collegianten een bestuursvorm met een opziener, diakenen en ouderlingen. Zijn deelname aan de bijeenkomsten van de collegianten leidde in 1714 tot een conflict, waarna hij aftrad als doopsgezind oudste.

Nadat hij in 1725 was aangezocht het leraarsambt opnieuw op zich te nemen, kwamen er in 1728 nieuwe problemen, toen zijn neef Jacobus Rijsdijk, benoemd tot leraar van de doopsgezinde gemeente, hem van socinianisme beschuldigde. Op vrijwillige basis verscheen Botterman voor de plaatselijke gereformeerde predikanten, die hem van socinianisme vrijpleitten. Ter verdediging van zijn opvattingen publiceerde hij Het ware afbeeldsel van een collegiant (1735), waarin hij een positief beeld schetste van de collegianten als voorstanders
van eenheid tussen de christenen in één heilige algemene kerk en als tegenstanders van het socinianisme. Deze publicatie werd door Driessen en anderen heftig aangevallen.

In 1742 verscheen van zijn hand Vriendelijke en ernstige Aenmerkingen, als antwoord op Rijsdijks beschuldiging in diens Theologische verhandelinge en Godgeleerde Aenmerkingen, waarin hij stelde dat Botterman socinianist was.

Na Rijswijks vertrek naar Almelo in 1742 keerde de rust in de Doopsgezinde gemeente te Groningen terug.

Botterman was een der oprichters van de Friesche sociëteit (1695).


Pageviews vandaag: 5.